Hoe hardwerkend de Vlaming ook heet te zijn, lang houden we het eigenlijk niet vol. Volgens de resultaten van de enquête van bureau iVox in opdracht van Knack, zwaait de Vlaming doorgaans af op 59 jaar en vijf maanden. Hij of zij is dan gemiddeld 38 jaar en zeven maanden actief geweest op de arbeidsmarkt. Mannen zijn met loopbanen van gemiddeld veertig jaar en zes maanden bijna vijf jaar langer actief dan vrouwen, die gemiddeld slechts 35 jaar en tien maanden aan het werk blijven.
...

Hoe hardwerkend de Vlaming ook heet te zijn, lang houden we het eigenlijk niet vol. Volgens de resultaten van de enquête van bureau iVox in opdracht van Knack, zwaait de Vlaming doorgaans af op 59 jaar en vijf maanden. Hij of zij is dan gemiddeld 38 jaar en zeven maanden actief geweest op de arbeidsmarkt. Mannen zijn met loopbanen van gemiddeld veertig jaar en zes maanden bijna vijf jaar langer actief dan vrouwen, die gemiddeld slechts 35 jaar en tien maanden aan het werk blijven. De enquêteresultaten komen goed overeen met de laatste cijfers van de federale overheidsdienst Werkgelegenheid. Maar ze blijven ver verwijderd van wat de pensioenwet voorschrijft: een wettelijke pensioenleeftijd op 65 jaar en pas een volwaardig pensioen na een loopbaan van 45 jaar. We tellen stiekem toch een beetje af naar ons pensioen. Ruim de helft van de ondervraagde gepensioneerden geeft aan dat ze in hun laatste werkjaren uitkeken naar het pensioen. Slechts 21 procent van de Vlaamse gepensioneerden zegt expliciet op te zien tegen de naderende jaren van veel vrije tijd. Niet dat gepensioneerden het zich zo vaak beklagen: slechts tien procent van de Vlaamse gepensioneerden zegt zich minder gelukkig te voelen dan tijdens de loopbaan. 42 procent van de Vlamingen noemt zichzelf als gepensioneerde dan weer een stuk gelukkiger dan in hun actieve werktijd. Het contrast met Franstalig België is opvallend. Niet alleen ziet ruim een derde van de Franstalige gepensioneerden op tegen zijn pensioen, ook het aandeel gepensioneerden dat zich gelukkig noemt (slechts 33 procent) ligt er een stuk lager dan in Vlaanderen. Het pensioen is in België helemaal geen vetpot: 45 procent van de Vlaamse en Franstalige geënquêteerden geeft aan dat ze het met minder dan 1500 euro per maand moeten stellen. Vooral vrouwen, die vaker deeltijds werken en hun loopbaan gedurende langere periodes onderbreken, hebben een nog lager pensioen. Zowat de helft (51 procent) van de vrouwelijke gepensioneerden heeft minder dan 1500 euro per maand, elf procent moet het maandelijks zelfs met minder dan 1000 euro stellen. Ruim de helft (56 procent) geeft aan als gepensioneerde duidelijk minder te kunnen uitgeven dan in de actieve periode. Dertien procent van de gepensioneerden bevestigt dat hun wettelijk pensioen gewoon niet volstaat om rond te komen, en dat ze dus geregeld hun reserves moeten aanspreken. Zes procent van de ondervraagden geeft aan dat het zelfs met andere inkomsten en spaargelden moeilijk is om elke maand rond te komen De situatie is nog erger bij de Franstalige gepensioneerden. Daar ontvangt 62 procent van de vrouwelijke gepensioneerden een pensioen dat lager ligt dan 1500 euro netto; 13 procent heeft een maandelijks pensioen dat onder de drempel van 1000 euro zakt. 78 procent van de Franstalige gepensioneerden geeft aan dat ze duidelijk minder kunnen uitgeven dan voorheen en voor 19 procent volstaat het wettelijk pensioen niet om de eindjes aan elkaar te knopen. Zelfs aangevuld met andere inkomsten en spaargelden slaagt 12 procent van de ondervraagden in Franstalig België daar niet in. Veel gepensioneerden gaan zuiniger leven. Wanneer u aan de kassa van de supermarkt iemand op leeftijd voor u hebt die een rist kortingsbonnen bovenhaalt, heeft dat doorgaans weinig met verveling of gierigheid te maken. Een kwart van de ondervraagde Vlaamse gepensioneerden geeft aan kortingsbonnen uit te knippen om de kosten van hun inkopen te drukken. Ze vergelijken ook vaker prijzen (56 procent), lezen promotiefolders (52 procent), gaan naar goedkopere supermarkten (44 procent), laten de auto meer aan de kant staan (36 procent) en stellen hun aankopen uit tot de solden (35 procent). De spaarstrategieën in Franstalig België zijn dezelfde, al worden ze daar nog vaker toegepast. Zo geeft twee derde van de gepensioneerde Franstaligen aan prijzen te vergelijken en knipt ruim de helft kortingsbonnen uit. Het is een volkswijsheid uit de duizend: je herkent de gepensioneerde aan zijn piekfijn onderhouden tuin. Toch blijkt tuinieren niet de hoofdbezigheid bij de Belg in ruste. Zodra ze met pensioen gaan en wereldzeeën van tijd zich openbaren, hebben gepensioneerden één prioriteit: genieten van het leven. Andere nieuwe bezigheden zijn hobby's, meer tijd doorbrengen met de partner en eventuele kleinkinderen, langer uitslapen en vaker lezen, tuinieren en koken. Franstaligen besteden iets meer tijd aan lezen en de kleinkinderen en iets minder tijd aan uitslapen, maar in het algemeen lopen de tijdbestedingspatronen redelijk gelijk. Opvallend is dat werkenden hun toekomstige bezigheden relatief goed kunnen inschatten. Ze verwachten wel meer te kunnen reizen en meer tijd te hebben voor vrienden dan hun gepensioneerde collega's aangeven. Tuinieren lijkt een activiteit waaraan veel werkenden niet direct meer aandacht denken te besteden, maar na hun pensionering wordt dat willens nillens haast een belangrijke bekommernis. Met die tuin komt het na uw pensioen dus toch nog in orde. DOOR PATRICK MARTENS EN JEROEN ZUALLAERT