MA 12-05

Ze mogen van katholieken veel zeggen. Vooral op de openbare omroep. Daar trekken ze alleen al bij het uitspreken van het woord ‘katholiek’ een vies gezicht. Als betrof het hier een minderwaardige wormensoort. Verder worden katholieken er beschimpt, bespot, beledigd en belachelijk gemaakt, zonder dat er een haan naar kraait. En als er toch een kraait, is het drie keer.

Ze mogen van katholieken dus veel zeggen, maar iedereen zal moeten toegeven dat hun hoogdagen zalig zijn. Meer: er bestaan geen mooiere dagen in een jaar dan paas- en pinkstermaandag. En voeg daar de tenhemelstijging van ons Heerke en ons Lieve Vrouwke maar aan toe. Voor één enkele keer zijn we dan ook verlost van de terreur van de informatie, die anders met containerladingen tegelijk over onze arme hoofden wordt uitgestort. Geen drammerige kranten, geen betweterige weekbladen, geen indoctrinatie door openbare omroepen, nee, rust. Verrukkelijke rust.

‘En aan wie danken we dat?’ daagde onze chef-Wetstraat vorige week de hele redactie uit. ‘Aan Rome! Of kent iemand van u misschien één zo een dag waarvoor de vrijzinnigen hebben gezorgd? En kom niet aanzetten met 1 mei. Mochten de vrijzinnigen ook maar een klein beetje consequent zijn, ze zouden die vier vrije dagen trouwens weigeren. Maar vrijzinnigen, ik stel het niet voor het eerst vast, zíjn niet consequent. Agnus dei, qui tollis peccata mundi, miserere nobis. Eet een broodje.’

Pinkstermaandag heeft ons van één ding overtuigd: er moet een wet komen die het uitgeven van kranten en het uitzenden van Journaals verbiedt. Een strenge censuur, dat heeft een goed werkende democratie nodig. De wereld zou veel beter zijn als alleen Knack nog verscheen.

DI 13-05

In de Belgische politiek is het zo: iemand is premier en iedereen vindt hem een knoeier. Dat duurt acht jaar. Dan komt er eindelijk een andere premier, en dat blijkt potverdekke nog een grotere knoeier te zijn dan de vorige. Waarna iedereen zegt: ‘Die vorige was zo slecht nog niet.’

De vorige wordt dan al snel geroemd als een wijs staatsman, en bij heikele kwesties is men bereid hem alle denkbare volmachten te verlenen om de knoop te ontwarren waarvoor hij tijdens zijn eigen regeerperiode nog niet het begin van een oplossing had bedacht.

Sinds 1831 herhaalt dit scenario zich keer op keer. Eén enkele uitzondering: Wilfried Martens. Dat was een zodanig grote knoeier dat niemand hém nadien een wijs staatsman noemde, of terugriep. Integendeel: zijn eigen partij kon hem niet snel genoeg en niet ver genoeg wegsturen. De woestijn in. Alles wat in dit land verkeerd gaat, en dat is voorwaar niet weinig, is beginnen verkeerd te gaan onder Wilfried Martens.

Toen dat puin na Jean-Luc Dehaene nog wel niet geruimd was maar toch op zijn minst niet meer aangroeide, kwam Paars aan de macht en werd de laatste hoop op een bloeiende toekomst voor de volgende generaties gekelderd. Alle federale departementen hebben acht jaar liggen rotten: op kop Financiën en Justitie, zowat de laatste nationale bevoegdheden met impact op het leven van elke dag.

Maar zie: Paars is weg, en met Yves Leterme is er nu een knoeier van werkelijk galactisch gehalte in de 16 beland. Met hem naderen we de voltooiing van 180 jaar regressie aan het hoofd van de Belgische regeringen. En wéér worden zijn voorganger kwaliteiten toegedicht die hij helaas nooit heeft getoond toen de tijd daarvoor aangewezen was.

Schrijf het dus maar op: hij komt nog eens terug, de ex-premier. Heeft een duivelspact gesloten met koning Albert, die binnenkort toch eindelijk een keer het onvermijdelijke zal moeten doen: de kroon doorgeven aan prins Filip. Om te voorkomen dat die jongen dan geen land meer heeft, zal de koning na de mislukking van 15 juli opnieuw de hulp inroepen van de ex-premier, en die heeft zijn woord al gegeven dat hij op dat verzoek zal ingaan.

Verhofstadt zal dan doen wat hij acht jaar lang heeft gedaan: hij geeft Laurette Onkelinx en Elio Di Rupo in alles hun zin, en schuift elk probleem door naar de volgende regering. Bij de verkiezingen van 2009 hoopt hij dan zijn ultieme droom te realiseren: één miljoen stemmen, meer dan Leo Tindemans. Daarvoor zal alles moeten wijken, in de eerste plaats de Open VLD. Dat Bart Somers zijn boekentasje maar alvast begint te draaien. Hij is dat gelukkig gewoon.

WO 14-05

Belangrijk nieuws van het Liberaal Vlaams Studenten Verbond, het LVSV. Het Verbond verzet zich tegen de aankoop door het gemeentebestuur van Berlare van een mooi kasteel met aangelanden in het centrum van het dorp. De titelvoerende burgemeester, zijnde Karel De Gucht, had besloten dat domein op kosten van de gemeente aan te kopen om er zijn voorname gasten in te ontvangen. Bijvoorbeeld doctor Rice, die bij hem thuis om een of andere reden niet binnen mag.

Maar wat wou nu het geval? Er was nog een kandidaat-koper. En die bood telkens 50.000 euro meer. Kom dat tegen. En dus stelde De Gucht de eigenares een ultimatum: ‘Of gij verkoopt uw kasteel aan mij, en mijn prijs zal de uwe zijn. Of ge wordt onteigend.’

Met een soortgelijke truc heeft Karel eerder voor zichzelf een privéwoning in Berlare verworven. Een eclectische villa zelfs, thans enigszins ontsierd door een goedkope aanbouwveranda die hij er zelf aan vastgetimmerd heeft. Karel mag graag geloven dat hij verstand heeft van architectuur. De woning in kwestie was voordien eigendom van de familie Schreurs, die in de gemeente een internationaal gerenommeerde transportfirma uitbaat, nu is ze eigendom van de familie De Gucht.

Chantage is misschien een wat beladen woord, maar wat Karel heeft gedaan met dat kasteel doet toch een beetje denken aan de manier waarop George Forrest en Joseph Kabila hun eigendommen verwerven. Het Liberaal Vlaams Studenten Verbond brengt dan ook geen dag te vroeg in herinnering dat privébezit en eigendomsrecht tot de basisbeginselen van het liberalisme behoren. En de bescherming van privé-eigendom is de kerntaak van de overheid. Karel, daarentegen, ontpopt zich steeds meer tot een karakteriële collectivist die uitgaat van het principe ‘La propriété, c’est du vol.’ Binnenkort slaat hij de kerk van Overmere aan.

DO 15-05

Na Villa Politica even blijven hangen op de VRT: Gert en Samson! Zit die kerel toch nog altijd op dat vreselijke Marlèneke te jagen, zeker? Hoe is dat nu mogelijk. Zo rijk als Croesus, die rosse van K3 al achter de kiezen, en nóg niet opgeven voor die trien. Zelfs Samson begint stilaan te geloven dat bij die knaap een en ander niet in de haak is.

Wij zullen eens iets vertellen over Samson en Gert. Lang geleden werkte uw dienaar op de sportredactie van de radio, waar ook onze goede vriend Wilfried Mostinckx aan zijn carrière begon en waar Jan Wauters de baas was. Voor we verder gaan over Samson en Gert, eerst over Wilfried en Jan, ook een vermakelijk duo. En met ongeveer dezelfde rolbezetting.

Op een goede vrijdag moest Wilfried Wat is er van de sport? inleiden, en zou Jan dezelfde avond rechtstreeks verslag uitbrengen van een vooruitgeschoven match van Club Brugge. De hele week al had hij aan de oren van Wilfried zitten zeuren dat hij dat vooral luid en duidelijk moest aankondigen: ‘Als we dan als kleine radio al eens een kans hebben om tegen de televisie te concurreren, dan is het misschien, ach ja, toch ook een beetje met mijn naam die ik dan ja, toch wel een beetje heb zeker…’ vond Jan, die altijd moest vechten tegen zijn bescheidenheid.

Toen hij daar al de achtste keer mee kwam aandragen en eiste dat Wilfried het voor alle zekerheid zou opschrijven, kreeg die het op zijn heupen en antwoordde: ‘Jaja, Jan.’ Nu is er een groot verschil tussen ‘Ja, Jan’ en ‘Jaja, Jan.’ Dat lijkt slechts één ‘ja’ meer, maar laten we zeggen dat het eerste onderdanig klinkt en het tweede onbeleefd. En dus besloot Jan Wilfried even te herinneren aan enkele andere vergetelheden zijnerzijds, en daar was hij al gauw een uur of vier mee bezig.

Wat is er van de sport? ging in de ether om kwart voor zes, en werd meestal opgenomen omstreeks vijf uur. Die vrijdag ratelde er in de late namiddag nog een dopinggeval in het wielrennen van de telexen, en een dodelijk ongeval in Parijs-Dakar. In de drukte die daardoor ontstond, vergat Wilfried de match van Jan aan te kondigen!

Jan bevond zich op de E40 ter hoogte van Wetteren toen hij Wat is er van de Sport? op zijn autoradio hoorde, kreeg ei zo na een beroerte, en scheurde grijs van woede het tankstation binnen. De gsm was nog niet uitgevonden. Jan sleurde twee Slowaken uit de publieke telefooncel, sleurde er daarna een terug binnen omdat hij geen stukken van vijf frank op zak had, en belde stomend van razernij de redactie op. Waar uw dienaar nog als enige zat.

‘Geef me die Pipo! Nu!’

‘Euh, dat zal niet gaan, Jan. Die is al vertrokken. Hij moest om zes uur op een verjaardagsfeestje zijn.’

‘Waar?’

‘Tja, dat weet ik niet. Ergens in Leuven, geloof ik.’

‘Kijk in de la van mijn bureau, daar ligt een blauw boekje met telefoonnummers. Ik denk dat ik daar ooit dat van zijn ouders in heb geschreven. Bel die mensen, en vraag het nummer van waar dat feestje is. Ik bel terug zodra ik in het stadion ben. Ik moet nu ophangen want ik heb geen vijf fr…’

Bij Mostinckx thuis meenden ze inderdaad te weten waar het verjaardagspartijtje plaatshad. De afstand Wetteren-Brugge doe je ’s nachts, op een lege snelweg, niet in minder dan een half uur. In de volle vrijdagavonddrukte naar de kust had Jan Wauters hooguit zeventien minuten nodig gehad, en toen hing hij alweer aan de lijn vanuit het Olympiastadion.

‘En? Heb je het nummer?’

‘Ja, Jan. Maar vind je nu zelf niet dat je hem daar niet kunt storen?’

‘Wat ik vind en wat jij vindt, dat zijn gelukkig twee totaal verschillende dingen. Ik noteer: 016, en dan?’

Wat u moet weten, is dat Wilfried op dat feestje net in het middelpunt van de belangstelling stond. Iemand van de BRT-radio had in die tijd nog recht op enig aanzien, en dan nog mogen werken met de beroemde Jan Wauters… Dat voorrecht was geen van de andere aanwezigen gegund. Noch mochten ze er ooit op hopen. ‘Ja,’ genoot Wilfried met volle teugen van de aandacht, ‘Jan is best een sympathieke mens. Ik werk graag met hem samen.’

En toen rinkelde de telefoon. Die tot overmaat van ramp midden in de living stond. ‘Wilfried,’ sprak de gastvrouw met een stem bevend van ontzag, ‘het is voor u. Jan Wauters!’ Al het rumoer in de kamer viel plotseling stil. De grote Jan Wauters. Aan hun telefoon. En hij had blijkbaar dringend Wilfried nodig. En daar mochten zij bij zijn.

Het meest verrast van allen was Mostinckx zelf, die niet begreep wat hem overkwam, maar alle ogen op zich gericht wist en als in trance naar de telefoon wankelde. Net voor hij daar was, schoot hem de match in Brugge te binnen en de aankondiging die hij vergeten had.

In de kamer kon je nog steeds een speld horen vallen. En toen viel er plotseling heel wat meer. Bij het eerste salvo beledigingen dat Jan door de hoorn schreeuwde, daverden twee vazen en een porseleinen schotel van de kast. Toen moest Jan, op de rand van een hartaanval, even naar adem happen, vooraleer zich echt kwaad te kunnen maken. Waarna een schilderij van de muur donderde, en een luchter uit het plafond naar beneden kletste. Vervolgens kwamen grote repen van het behang los, en begonnen de funderingen te barsten.

In de kamer, waar Wilfried net voordien nog had beweerd dat het aangenaam samenwerken was met een sympathieke mens als Jan Wauters, konden ze de hele scheldtirade woord voor woord volgen. De moedigsten waren weggedoken achter de canapé, de minder stressbestendigen waren in paniek de straat opgerend. En Wilfried, groen van ellende, vroeg zich af hoe hij uit die verschrikkelijke situatie zijn gezicht nog zou kunnen redden. Dat kon hij niet.

Welnu, wat weinigen weten, is dat Wilfried zijn carrière eigenlijk begonnen is op de televisie, waar hij samen met Gert Verhulst een jeugdprogramma presenteerde. Speel op sport of School op stelten of zoiets, in elk geval een quiz met sportproeven voor scholieren. De dag nadat het wegens groot succes was afgevoerd, kwam Wilfried de sportredactie binnen: ‘Jongens, wat die Verhulst nu wil beginnen: een programma met een sprekende hond! Belachelijk. Die kerel eindigt nog in de goot, let op mijn woorden.’

Op het komende EK voetbal geeft Wilfried commentaar vanaf de perstribune in Sankt Jacob Park in Bazel. Gert heeft het stadion gekocht.

door Koen Meulenaere

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content