GOUDEN UIL VOOR OUTSIDER MARC REUGEBRINK

De Nederlander Marc Reugebrink heeft met zijn boek Het grote uitstel de Gouden Uil Literatuurprijs binnengehaald. Op de shortlist, waarop alleen Nederlandse auteurs voorkwamen, stond hij nochtans in de schaduw van grote namen als A.F. Th. Van der Heijden en Jeroen Brouwers. Juryvoorzitster Ruth Joos omschreef Het grote uitstel als een boek 'dat geschreven is in een taal die verleidt en verwart'. Dat laatste gold blijkbaar ook voor veel recensente...

De Nederlander Marc Reugebrink heeft met zijn boek Het grote uitstel de Gouden Uil Literatuurprijs binnengehaald. Op de shortlist, waarop alleen Nederlandse auteurs voorkwamen, stond hij nochtans in de schaduw van grote namen als A.F. Th. Van der Heijden en Jeroen Brouwers. Juryvoorzitster Ruth Joos omschreef Het grote uitstel als een boek 'dat geschreven is in een taal die verleidt en verwart'. Dat laatste gold blijkbaar ook voor veel recensenten, die niet goed wisten wat ze met het boek moesten aanvangen en het daarom weinig kans op slagen hadden gegeven. Voor Reugebrink (1960) is de Gouden Uil zijn grootste triomf. In 1988 debuteerde hij als dichter met Komgrond. Sindsdien publiceerde hij geregeld dichtbundels, maar hij was vooral werkzaam als recensent. Na Wild vlees (1998) en Touchdown (2004) is Het grote uitstel zijn derde roman. Ruim de helft van het fortuin van de Petrofina-familie Carlier gaat naar de Koning Boudewijnstichting (KBS). Marie-Antoinette, de enige overgebleven dochter van Hector Carlier, overleed vorig jaar. Hector Carlier en zijn broer Fernand stichtten Petrofina in 1920 samen met enkele andere investeerders. De oliemaatschappij kende in het interbellum een steile opgang. In de Tweede Wereldoorlog keerde het tij. De raffinaderij in Duinkerke werd verwoest, en de broers Carlier stonden terecht voor economische collaboratie. Voor het proces vluchtte Fernand naar Brazilië; Hector pleegde zelfmoord. De KBS erft in ruil voor de betaling van alle successierechten enkele natuurgebieden, een kasteel in Kalmt-hout en nog meer onroerend goed voor een totale waarde van ongeveer 200 miljoen euro. De andere helft van de bezittingen wordt verdeeld onder enkele private begunstigden. Omdat Kuifjes geestelijke vader, Hergé, zich tijdens de Tweede Wereldoorlog verbrand had aan collaboratie, zag het er in 1945 beroerd uit voor de stripheld. Ironisch genoeg was het Raymond Leblanc, een douanier die was uitgegroeid tot verzetsheld, die hem een tweede kans gaf. Hij hielp Hergé van de zwarte lijst en startte met hem het weekblad Kuifje op. Het blad met een educatieve inhoud 'voor jongeren van 7 tot 77 jaar' haalde meteen enorme verkoopcijfers. Dat gaf Leblanc de ruimte om veel jonge striptekenaars een kans te geven. De volledige boeken publiceerde hij via zijn uitgeverij Editions du Lombard, en voor de verfilming richtte hij in 1954 Studio Belvision op. Leblanc werd 92. Hannes Cattebeke