Vorig week mocht Vlaams minister-president Kris Peeters (CD&V) wegzakken in de zetels van De Laatste Show. Gastvrouw Frieda Van Wijck had het nog maar eens over de gelijkenis die sommigen zien tussen onze minister-president en acteur George Clooney, voor velen een levende adonis. Maar ze vroeg hem ook hoe het nu verder moest met de Oosterweelverbinding, de omstreden Lange Wapperbrug en de ontsluiting van Antwerpen. De minister-president herhaalde dat alle mogelijke alternatieve tracés nog eens onderzocht worden en dat die studie tegen februari klaar moet zijn. Dan wordt de knoop definitief doorgehakt. En ja, zo verzekerde hij, die nieuwe studie zou ernstig gebeuren, anders hoe...

Vorig week mocht Vlaams minister-president Kris Peeters (CD&V) wegzakken in de zetels van De Laatste Show. Gastvrouw Frieda Van Wijck had het nog maar eens over de gelijkenis die sommigen zien tussen onze minister-president en acteur George Clooney, voor velen een levende adonis. Maar ze vroeg hem ook hoe het nu verder moest met de Oosterweelverbinding, de omstreden Lange Wapperbrug en de ontsluiting van Antwerpen. De minister-president herhaalde dat alle mogelijke alternatieve tracés nog eens onderzocht worden en dat die studie tegen februari klaar moet zijn. Dan wordt de knoop definitief doorgehakt. En ja, zo verzekerde hij, die nieuwe studie zou ernstig gebeuren, anders hoefde er geen geld voor te worden uitgegeven. Van Wijck reageerde opgelucht. Vervolgens vroeg ze of de financiering van het hele project door de kredietcrisis niet in het gedrang kwam. Onze minister-president knikte, maar verklaarde meteen dat tegen het afronden van de nieuwe studie, dus tegen februari, die kredietcrisis ook wel opgeklaard zou zijn. De gastvrouw bekeek hem argwanend: geloofde de minister-president dat echt? Kris Peeters bevestigde: in februari is het ergste leed geleden. Van Wijck dacht er duidelijk het hare van. Het is niet makkelijk om tijdens een financieel-economische crisis uitspraken te doen als je, zoals een minister-president, belangrijke verantwoordelijkheden draagt. Als je zegt dat de crisis nog lang zal duren, jaag je de mensen angst aan, zodat de crisis nóg langer zal duren. Maar als je beweert dat de kredietcrisis vlug voorbij zal zijn, maak je de mensen iets wijs: de kredietcrisis zal in februari 2009 níét achter de rug zijn. Steeds meer economen vragen zich af of het ergste leed zelfs in 2010 al geleden zal zijn. Er dreigen twee gevaren. Eén: de kredietcrisis tast de hele economie aan, omdat de banken niet meer zo makkelijk kredieten verlenen aan bedrijven en consumenten. Het gevolg is dat de bedrijven hun investeringen stopzetten, en die investeringen zijn de jobs van morgen. De consumenten worden wat voorzichtiger en gaan ook minder uitgeven. De autosector klaagt vandaag al steen en been. Een wereldwijde recessie komt eraan, met hogere werkloosheid, zoals ook blijkt uit de economische vooruitzichten van de OESO (zie tabel pagina 42). Het zal een hele tijd vergen vooraleer we dat te boven zijn gekomen. Tweede gevaar is dat de huidige kredietcrisis nog maar een eerste golf is. Deze crisis komt voort uit de leningen die in de VS voor het kopen van huizen werden verstrekt. Economen wijzen erop dat in de VS heel het economisch systeem gebouwd is op krediet. Ze houden er rekening mee dat ook andere kredieten, zoals leningen voor de aankoop van auto's, herverpakt werden en dus eigenlijk rommelkredieten zijn - die op hun beurt een tweede golf van de kredietcrisis zullen veroorzaken. We mogen de huidige financieel-economische crisis vooral niet onderschatten, ook niet als je ijdelheid gestreeld wordt in de witte zetels van De Laatste Show. Het gaat echt niet om een dipje in de conjunctuur. Of om het eens anders te zeggen: de kredietcrisis is geen neusverkoudheid maar een ernstige griep. En elk jaar sterven ongeveer 1500 Belgen aan griep; wereldwijd gaat het om een kwart miljoen mensen. En als de kredietcrisis niet ernstig en doordacht wordt aangepakt, dreigt een bijzonder grote verarming. Dan krijgen we als het ware te maken met een Spaanse griep. In de jaren 1918-1919 kostte die wereldwijd naar schatting aan 50 miljoen mensen het leven. door Ewald Pironet