Voor de PSC was het in ieder geval een mooi moment. De ratificatie van het minderhedenverdrag staat al lang op haar verlanglijstje. De partij hoopt daarmee nieuwe rechten te kunnen afdwingen - lokale media in de eigen taal bijvoorbeeld - voor de Franstaligen in de Brusselse Rand. Maar de regering ondertekent het minderhedenverdrag niet zomaar. Aan de ondertekening zal een verklaring worden toegevoegd die zegt dat de bepalingen van het verdrag niet mogen indruisen tegen de grondwet en tegen de bestaande taalwetgeving. Dat moet de Vlamingen sussen, die vrezen dat de Franstaligen het verdrag zullen aangrijpen om het faciliteitenstelsel uit te breiden.
...

Voor de PSC was het in ieder geval een mooi moment. De ratificatie van het minderhedenverdrag staat al lang op haar verlanglijstje. De partij hoopt daarmee nieuwe rechten te kunnen afdwingen - lokale media in de eigen taal bijvoorbeeld - voor de Franstaligen in de Brusselse Rand. Maar de regering ondertekent het minderhedenverdrag niet zomaar. Aan de ondertekening zal een verklaring worden toegevoegd die zegt dat de bepalingen van het verdrag niet mogen indruisen tegen de grondwet en tegen de bestaande taalwetgeving. Dat moet de Vlamingen sussen, die vrezen dat de Franstaligen het verdrag zullen aangrijpen om het faciliteitenstelsel uit te breiden.Maar sommigen aan Vlaamse kant hadden liever een verklaring gezien die duidelijk stelt dat de Franstaligen in Vlaanderen geen nationale minderheid kunnen vormen. Het ontwerpen van een werkbare definitie van het begrip minderheid is echter de taak van de interministeriële conferentie buitenlands beleid (ICBB) onder leiding van Louis Michel (PRL). Als die knoop is doorgehakt, maar velen betwijfelen of dit zal lukken, wordt het minderhedenverdrag ter goedkeuring voorgelegd aan de verschillende parlementen in het land. Pas nadien kan het worden geratificeerd en moet de Belgische wetgever er ook rekening mee houden. Die procedure kan jaren in beslag nemen. In de wandelgangen van het parlement kon daarom worden vernomen dat het cadeau voor de PSC, afgezien van de symboolwaarde, nauwelijks iets voorstelt. Het is namelijk onzeker dat de conventie ooit wordt geratificeerd: er is geen termijn vastgelegd en voorafgaand moeten de verschillende overheden in het land het eens worden over een definitie van het begrip 'minderheid'. Het doet denken aan de ecotaksen: in vergelijkbare omstandigheden beloofd, maar ook nooit in de praktijk gebracht.POGING TOT DEFINITIEHet minderhedenverdrag is eigenlijk opgesteld ter bescherming van etnische minderheden in Oost-Europa, zoals de Hongaren in Roemenië of de Russen in Estland. De portee van het kaderverdrag staat of valt met de manier waarop de ondertekenende partijen het begrip 'nationale minderheid' invullen. Het verdrag laat ieder land vrij bepalen welke bevolkingsgroepen het als nationale minderheid erkent en op welke stukken van zijn territorium het verdrag van toepassing is. België behoort met Frankrijk, Andorra en Turkije tot de laatste lidstaten van de Raad van Europa die het minderhedenverdrag nog niet hebben ondertekend. En dat is geen reclame voor België. In ons land bestaan er voorlopig geen nationale minderheden. Maar, zoals een stralende Joëlle Milquet (PSC) aangaf, door het verdrag te ondertekenen, aanvaardt België, al staat het er niet met zoveel woorden, dat er op zijn grondgebied nationale minderheden bestaan. Dat idee willen ook de Vlamingen best honoreren, de vraag is alleen welke nationale minderheden. Onder de vorige regering-Dehaene werd een poging tot definitie ondernomen. Maar de werkgroep van zes juristen, de helft Franstalig, de helft Nederlandstalig, raakte er niet uit. De Vlamingen zagen het wellicht te eng, zodat alleen de Duitstaligen in België voor de kwalificatie in aanmerking kwamen. De Franstaligen zagen het dan weer te ruim: iedereen in België behoorde volgens hun definitie tot een minderheid: Franstaligen en Vlamingen, naar gelang van hun woonplaats. De notie minderheid kan ook op andere bevolkingsgroepen slaan. Zo denkt kamerlid Ferdy Willems (VU) aan de Roma-zigeuners, die ook door de Duitsers als nationale minderheid worden erkend. Niet iedereen deelt de mening van premier Guy Verhofstadt (VLD) dat het ondertekenen van het minderhedenverdrag geen risico's inhoudt voor het Vlaamse beleid in de faciliteitengemeenten. Een bekend Vlaams rechter bij het Arbitragehof vindt de ondertekening, ondanks hogergenoemde verklaring, 'geen goed idee'. Dat het verdrag een lege doos zou zijn, gelooft hij namelijk niet helemaal. 'Zulke verdragen gaan een eigen leven leiden voor internationale toezichtorganen. De politiek heeft dat niet meer in de hand. Het wordt een zaak van lobbygroepen.' Hij vindt het daarom 'onverstandig' dat de Vlamingen de ondertekening hebben aanvaard. 'Door de ondertekening krijgen de Franstaligen een nieuw forum om hun klachten te ventileren. Advocaten proberen altijd van alle hout pijlen te maken, oordeelt hij, 'nu is er weer wat meer hout'. Voor andere juristen zit het gevaar niet zozeer op internationaal vlak - wat de Franstaligen in Vlaanderen aan 'discriminaties' te lijden zouden hebben, is internationaal bezien ronduit belachelijk - maar wel bij de Belgische rechtspraak, die in dit opzicht wat 'bijziender' is. Pas over een aantal jaren zal blijken of de vrees van de Vlamingen gegrond is. Zo gaat het meestal met vage kaderverdragen: de gevolgen ervan worden pas duidelijk na verloop van tijd.Han Renard