Officieel is mevrouw C. in de kunsten actief. Dat is ze ook echt, maar wie haar belt, kan ook om andere diensten verzoeken. Vanaf de straat is aan haar huis in een van de betere wijken van de Cubaanse hoofdstad Havana niets bijzonders te merken. Een betonnen pad tussen twee woningen leidt naar een deur. Alleen wie wordt verwacht, wordt opengedaan. De deur verschaft toegang tot een smalle, nauwelijks verlichte trap. Bovenaan verspert een hek de doorgang. Wie daar doorheen mag, komt via een smal gangetje terecht op een weelderig begroeid dakterras, waar zachte muziek weerklinkt en gasten onder de sterrenhemel gezellig maar volstrekt buiten de wet zitten te tafelen.
...

Officieel is mevrouw C. in de kunsten actief. Dat is ze ook echt, maar wie haar belt, kan ook om andere diensten verzoeken. Vanaf de straat is aan haar huis in een van de betere wijken van de Cubaanse hoofdstad Havana niets bijzonders te merken. Een betonnen pad tussen twee woningen leidt naar een deur. Alleen wie wordt verwacht, wordt opengedaan. De deur verschaft toegang tot een smalle, nauwelijks verlichte trap. Bovenaan verspert een hek de doorgang. Wie daar doorheen mag, komt via een smal gangetje terecht op een weelderig begroeid dakterras, waar zachte muziek weerklinkt en gasten onder de sterrenhemel gezellig maar volstrekt buiten de wet zitten te tafelen.Mevrouw C. baat een van de meerdere illegale paladares van Havana uit. Privé-restaurants zijn nochtans niet verboden in Cuba, maar de overheid tolereert ze slechts node. Een licentie kost duizend dollar per maand, in het restaurant mogen alleen familieleden van de baas werken en de paladar mag niet meer dan vier tafels en twaalf stoelen tellen. Waarom twaalf? Zomaar. Om het klein te houden. Als een volks, educatief bedoeld stripverhaal sjoemelaars in de vleessector (!) ten tonele voert, laat het hen smoezen in een paladar. Cuba, immers, is nog altijd een socialistische staat, die rond het privé-initiatief altijd een geur van verderf meent op te snuiven. Misschien tegen beter weten in. Tegen de gang der dingen in de wereld in, zeker. Want Cuba is nog altijd 'een geval'. Als het aan prins Filip had gelegen, dan was hij vorige week mee naar Cuba gereisd met de missie van staatssecretaris Pierre Chevalier (VLD) van Buitenlandse Handel. Maar dat lag politiek dus net iets te gevoelig. Het Cuba van Fidel Castro heeft nu eenmaal een internationaal gewicht dat de ware proporties van het land ver overstijgt. Met name in de Verenigde Staten wekt Cuba al ruim veertig jaar aan hysterie grenzende reacties op, al kan het eiland bezwaarlijk nog als de voorpost van het baarlijke communisme worden beschouwd. De Koude Oorlog eist nog altijd zijn tol. De doorgaans zeer rechtse, zowel financieel als politiek machtige Cubaanse bannelingen in de VS - gemeenzaam de maffia van Miami genoemd - laten geen kans liggen om daar munt uit te slaan, zoals dezer dagen weer gebeurt met de smakeloze affaire van het in Florida gestrande jongetje Elian, dat ze maar niet naar zijn vader in Cuba willen laten terugkeren. Al sinds zijn revolutie in 1959 heeft het eiland te kampen met een Amerikaans embargo, waar in 1996 nog de Helms-Burtonwet bovenop kwam, die dat embargo ook buiten de Amerikaanse grenzen afdwingbaar wil maken en wegens die extraterritorialiteit internationaal zeer omstreden is.ZOLANG FIDEL GEZOND ISOok Pierre Chevalier kreeg vóór zijn afreis naar Havana een telefoontje met de vraag of dit nu echt wel nodig was. Het is een ritueel dat Washington steevast opvoert tegenover al wie twijfels laat blijken over de goede zin van het isolement waarin de VS Cuba gevangen willen houden. Voor de Europese Unie, oud-kolonisator Spanje voorop, is dat evenwel geen punt meer, al blijft het onduidelijk hoe ver ze dan wel wil gaan in haar relaties met Cuba. De vraag werd heel concreet toen Cuba een aanvraag indiende om toe te treden tot de conventie van Lomé, de samenwerkingsovereenkomst die een flink deel van de derde wereld, de zogeheten ACP-landen, verzekert van ontwikkelingsgeld uit de EU. Het huidige Portugese EU-voorzitterschap wil, met onder meer Spaanse, Franse en Belgische steun, graag ingaan op Cuba's verzoek, maar stuit daarbij op weerstand bij een viertal andere EU-lidstaten, Groot-Brittannië voorop, die weinig fiducie koesteren in Cuba's democratiseringswil. Want de eenpartijstaat Cuba mag dan wel prat gaan op een reeks sociale verwezenlijkingen (gratis onderwijs, dito medische zorgen, gesubsidieerd basisvoedsel, al is dat alles als gevolg van het embargo niet altijd van de beste kwaliteit), het is nog altijd geen democratie. Maar een geloofwaardige, georganiseerde dissidentie bestaat al evenmin. En slechts weinigen wensen de terugkeer van de Miami-bannelingen, bij wie het revanchisme om de revolutie van vier decennia geleden nog altijd de toon aangeeft. De meest voor de hand liggende hypothese lijkt nog een geleidelijke liberalisering van het bestaande regime te zijn, met een graduele overgang naar meer democratie en vrijemarkteconomie. Al zal dat vast voor na de dood van de ondanks alles nog populaire lider maximo Castro zijn. En Fidel is fysiek nog altijd in goede doen. Europa gelooft niet - niet meer - in de goede zin van het hoe dan ook toch al verwaterende embargo, waarmee Cuba overigens veel strenger wordt bejegend dan de vele ordinaire huis-, tuin- en keukendictaturen in de wereld die wel op de westerse sympathie mogen rekenen. Wat België betreft, kwam de politieke doorbraak er begin vorig jaar, toen de vorige minister van Buitenlandse Zaken, Erik Derijcke (SP), een opgemerkt en succesvol bezoek aan Havana bracht. Een slimme diplomatie, eerst met ambassadeur Herman Portocarero, sinds enkele maanden opgevolgd door Patrick De Beyter, zet die lijn ter plaatse voort. Het ACP-lidmaatschap, zo luidt de Belgische stelling, kan als hefboom dienen. De voordelen van 'Lomé' vallen immers volgens het verdrag alleen te beurt aan de landen die een democratische voortgang kunnen bewijzen en zulks ook, als het ware contractueel, laten verifiëren. Chevalier deed de Cubaanse leiders vorige week enige suggesties van signalen die Europa van Cuba's ernst zouden kunnen overtuigen. Het is niet alleen een kwestie van politiek, maar ook en misschien vooral van economie. Daarvoor was de staatssecretaris van Buitenlandse Handel tenslotte naar Cuba afgereisd. Met het vallen van de Berlijnse Muur stortte in Cuba het dak in, aangezien de steun uit de voormalige Sovjet-Unie geheel en al wegviel en van het communistische internationalisme in Havana alleen een schuldenberg overbleef. Het werd behelpen voor Cuba en het diende noodgedwongen te accepteren dat de dollar tot een courant betaalmiddel uitgroeide. Al was het gevolg daarvan een dualisering van de samenleving; het ene deel daarvan draait op peso's waarvoor bitter weinig te koop is, het andere op de dollar, die duur betaald wordt.HET LIEFST GEEN RISICO'SHet embargo en de dreiging van 'Helms-Burton' beletten evenwel dat het Amerikaanse bedrijfsleven het vacuüm kwam vullen dat de Sovjet-Unie had achtergelaten. Dat biedt unieke perspectieven voor Europese ondernemingen. In de fel gegroeide toeristische sector, de nieuwe bron van de hoogstnodige deviezen die onder meer Cuba's petroleumimport moeten financieren, hebben vooral Spaanse hoteliers hun kans niet gemist. Zo wil het Mortselse Agfa-Gevaert nu graag marktleider worden in medisch fotopapier - Cuba betrekt wat dat betreft niet erg geavanceerd spul uit China - vóór het Amerikaanse Kodak de markt komt bezetten. Niet dat de Cubaanse markt zo erg groot is (voor Agfa-Gevaert ongeveer 80 miljoen frank) maar Cuba kan, in Washingtons achtertuin, wel uitgroeien tot Europa's commerciële draaischijf voor het hele Caraïbische gebied en zelfs Centraal-Amerika. In die zin is het embargo voor Europese investeerders een meevaller van formaat. Wat de Amerikanen best beseffen; het ontbreekt niet aan officieuze bezoeken uit de VS aan Cuba. Al blijft het rijden en omzien. Zoals voor de Leuvense brouwer Interbrew, die zich zeer op discretie gesteld toonde maar niettemin even opzichtig Chevaliers gezelschap opzocht. Interbrew controleert een belangrijk deel van de Cubaanse bierproductie via zijn participatie in de brouwerij Bucanero. Interbrew doet dat niet rechtstreeks, maar participeert via zijn Canadese filiaal Labatt, want het bedrijf heeft aanzienlijke belangen te verdedigen in de Verenigde Staten en zou het met een al te voyante aanwezigheid in Cuba wel eens lastig kunnen krijgen met de Helms-Burtonwet. Het grote probleem blijft evenwel de financiering van nieuwe investeringen. Net als gevolg van het embargo kan Cuba geen beroep doen op kredieten van het Internationaal Monetair Fonds, de Wereldbank of de Internationale Ontwikkelingsbank. De Fortis Bank stelde Cuba een regeling voor waarbij een (volgens Havana overigens onredelijk groot) deel van Cuba's toeristische inkomsten als garantie zou dienen. Want ook de Belgische bedrijven zijn niet tuk op al te veel risico's. Of oude schulden kunnen in nieuwe kredietlijnen worden omgezet. Tenslotte hebben de Belgische staat en de Nationale Delcrederedienst nog bijna 7 miljard frank van Cuba te goed. Veel is dat niet, maar België wil amper tien procent daarvan, de kortetermijnschulden, opnieuw voor onderhandeling in aanmerking laten komen. Het eenvoudigst, zo geven ingewijden toe, zou nochtans zijn om die schulden simpelweg af te schrijven. Maar toch kwam België met strenge voorwaarden aan de onderhandelingstafel. Zo kan het nog altijd de mogelijkheid van een 'geste' openhouden. Maar vooral: de Cubanen moeten de 'realiteiten' van de geglobaliseerde wereld maar eens onder ogen leren zien. Op veel cadeaus hoeft Cuba de eerste tijd niet te rekenen.Marc Reynebeau