Karl-Heinz Lambertz, de socialistische minister-president van de Duitstalige Gemeenschap, is niet alleen koninklijk bemiddelaar. Hij is ook een babbelaar. Sinds koning Albert II hem na het geweigerde ontslag van premier Yves Leterme (CD&V) gevraagd heeft om samen met François-Xavier de Donnea (MR) en Raymond Langendries (CDH) uit te zoeken hoe er een einde kan worden gemaakt aan de politieke en communautaire impasse, geniet Lambertz zichtbaar van de media-aandacht. Hij laat graag zijn licht schijnen over hoe het verder moet met dit land. Volgens de minzame pragmaticus Lambertz is een nieuwe staatshervorming onvermijdelijk en noodzakelijk, want het...

Karl-Heinz Lambertz, de socialistische minister-president van de Duitstalige Gemeenschap, is niet alleen koninklijk bemiddelaar. Hij is ook een babbelaar. Sinds koning Albert II hem na het geweigerde ontslag van premier Yves Leterme (CD&V) gevraagd heeft om samen met François-Xavier de Donnea (MR) en Raymond Langendries (CDH) uit te zoeken hoe er een einde kan worden gemaakt aan de politieke en communautaire impasse, geniet Lambertz zichtbaar van de media-aandacht. Hij laat graag zijn licht schijnen over hoe het verder moet met dit land. Volgens de minzame pragmaticus Lambertz is een nieuwe staatshervorming onvermijdelijk en noodzakelijk, want het is ook een nieuwe stap in de richting van een staatsmodel met een federaal niveau dat nog een toegevoegde waarde heeft en met vier deelstaten: Vlaanderen, Wallonië, Brussel en de Duitstalige Gemeenschap. Lambertz verliest inderdaad zijn eigen gemeenschap niet uit het oog. Hoe kunnen we dat eindpunt bereiken? Met 'grote compromissen'. En 'grote compromissen vergen grote toegevingen', aldus Lambertz, die in zijn uitleg over 'een interinstitutionele dialoog' telkens bij dezelfde drie vragen uitkomt. Wie zijn de deelnemers? Waarover moeten de onderhandelingen gaan? Tegen wanneer is een akkoord mogelijk? Wat de deelnemers betreft, beoefent Lambertz een vorm van semantische acrobatiek. Het zal volgens hem moeten gaan over 'een dialoog tussen de federale overheid en de gefedereerde entiteiten' waarbij 'iedereen meedoet, maar niet iedereen dezelfde rol heeft'. Hoe zo'n formule de tegenstelling kan opheffen tussen de vraag van de Vlaamse partijen naar 'een dialoog van gemeenschap tot gemeenschap' en de Franstalige eis om met drie volwaardige gewesten rond de tafel te zitten, blijft tot nader order een raadsel. Voor de inhoud van nieuwe communautaire gesprekken denkt Lambertz over een hefboom te beschikken om de Franstaligen gerust te stellen: artikel 35 van de grondwet. Volgens dat artikel worden de gewesten en gemeenschappen bevoegd voor alle aangelegenheden die niet onder de verantwoordelijkheid van de federale overheid vallen. Lambertz meent de zaken vooruit te helpen door 'elementen van de sociale zekerheid' aan die federale overheid toe te wijzen. Maar welke elementen? Met uitzondering van de pensioenen, die iedereen federaal wil houden, botsen de Vlaamse resoluties over meer responsabilisering en een beleid op maat voor de andere delen van de sociale zekerheid op de grootste weerstand aan Franstalige zijde. En dan is er nog de timing. Lambertz mikt op een 'grondige staatshervorming' tegen... eind 2010, en zeker niet vóór de regionale verkiezingen van juni 2009, want de Franstalige partijen willen dat niet. De MR niet omdat ze haar politiek leiderschap in Wallonië en Brussel wil consolideren, CDH niet omdat het zijn halsstarrige 'non' electoraal wil verzilveren, en de PS niet omdat ze voorrang geeft aan een federatie Wallonië-Brussel. Maar volgend jaar zullen ook hun Vlaamse tegenhangers, opgejaagd door het populisme van Lijst Dedecker en het extreme nationalisme van het Vlaams Belang, het allemaal aan hun kiezers mogen uitleggen. Bovendien zijn er in 2011 weer federale verkiezingen, een nieuwe reden om het politieke kortetermijndenken te laten zegevieren. door Patrick Martens