Autopsie van Columbia Pictures en TriStar. De deals, de excessen en de spelers.
...

Autopsie van Columbia Pictures en TriStar. De deals, de excessen en de spelers.HOLLYWOOD houdt ervan de toeschouwer met een zekere regelmaat een lekkere horror-story voor te schotelen, maar de beste huiververhalen zijn sinds jaar en dag de verslagen van het financiële wanbeheer van studio's en productiemaatschappijen. De nieuwste aanwinst in de reeks is ?Hit & Run?. De ondertitel ?How Jon Peters and Peter Guber Took Sony For a Ride in Hollywood? valt met de deur in huis. De auteurs Nancy Griffin en Kim Masters hanteren hierbij een bijna filmisch procédé : het verhaal laten beginnen met één beklijvend beeld dat ook een summiere samenvatting van de plot blijkt te zijn. Vierhonderdvijftig bladzijden lang brengen de twee doorgewinterde Hollywoodreporters Griffin werkte vroeger bij het maandblad Premiere, Masters schrijft voor Time een gedetailleerde autopsie van het vijf jaar lange bewind van Peters en Guber bij een grote Hollywoodstudio. De twee producers werden in 1989 door Sony ingehuurd om de laatste aanwinst van de Japanse elektronica-gigant te runnen, de Hollywood studio's Columbia Pictures en TriStar. En zo begon in de woorden van één van de meer dan tweehonderd mensen die door de auteurs werden ondervraagd ?the most public screwing in the history of the business.?Het producentenduo Guber en Peters was totaal niet gekwalificeerd voor deze job. Ze hadden geen enkele ervaring in het leiden van een studio, en met uitzondering van ?Batman? waren ze nauwelijks betrokken geweest bij de meest succesvolle films die ze hadden geproduceerd. Steven Spielberg bande hen zelfs van de set van ?The Color Purple?. Het enige domein waarin ze echt uitblonken was promotie, vooral zelfpromotie, schrijven Griffin en Masters. Vijf jaar na hun aanstelling was Sony acht miljard dollar armer en was het maar pover gesteld met Columbia's marktaandeel. Hoe kon het zo ver komen ? De verspilling begon al toen Sony te veel betaalde om Columbia over te kopen van de Coca-Cola omdat het Japanse bedrijf zich bij de deal liet bijstaan door Mickey Schulhof. Die was niet vertrouwd met de filmbizz en niet opgewassen tegen de gewiekste en ervaren bankier Herbert Allen Jr. die de frisdrankenreus vertegenwoordigde. SLOP.Om Guber en Peters te krijgen moest Sony nog eens 200 miljoen dollar afdokken voor hun productiemaatschappij. En daarmee was de kous nog niet af. Pas later ontdekte Sony dat het nog eens ruw geschat 500 miljoen dollar in concessies moest betalen om het duo vrij te kopen van hun lopende contract met de rivaliserende studio Warner Brothers. Eenmaal dat Sony zoveel had geïnvesteerd, was geld kennelijk geen probleem meer. Het duo kreeg de vrije hand. Peters en Guber waren vastbesloten om de tanende studio in Culver City in zijn oude glorie te herstellen en de op sterven na dode filmmaatschappij uit het slop te halen. Waarom zonodig Peters en Guber aan het roer moesten staan, is een verhaal op zichzelf. Een van de eerste kandidaten voor de job was de meer betrouwbare Frank Price, een insider met een goede staat van dienst. Price kreeg echter de zegen niet van Walter Yetnikoff, baas van Sony's CBS Records. Waarom Sony zich moest schikken naar Yetnikoff blijft een raadsel : de man had alleen enkele soundtracks geproduceerd en had net een behandeling voor drugsverslaving in de Hazelden kliniek achter de rug. Yetnikoffs favoriete kandidaat was Peter Guber, producer van hits als ?Rainman?, maar ook de man die 100 miljoen dollar verlies had gemaakt terwijl hij voor PolyGram een filmmaatschappij runde. Op aansturen van Yetnikoff huurde Sony Guber in samen met zijn partner Jon Peters, een halfgeletterde schoolverlater en gewezen haarkapper van Barbra Streisand. De twee bleken exponenten te zijn van de hebzuchtige jaren tachtig : lawaaierige verkwisters die naast hun jaarsalaris van 2,7 miljoen dollar elk een bedrijfsjet kregen. Peters gebruikte de jet soms om bloemen te versturen naar een actrice die in Londen werkte. Ofschoon het peperdure duo onafscheidelijk was en zelfs elkaars handje vasthield terwijl ze samen bij de psychiater zaten, hielden ze er tegengestelde methodes op na. Peters was de wispelturige bullebak die op zijn werktafel kon staan te springen. Guber die de stukken moest lijmen en de sterren met fluwelen handschoenen aanpakte, was in feite de echte killer van de tandem. Maar in het opdoen van andermans geld waren ze aan elkaar gewaagd. De obsessie voor geld en status in plaats van voor het product is zo oud als Hollywood zelf, maar nooit voorheen liep het dermate de spuigaten uit. Er zijn verhalen van verjaardagsfeestjes van 100.000 dollar en weelderige studiorenovaties. Peters en Guber gingen in hun herinrichting van kantoren zo wild te keer dat ze door sommige producers smalend ?head of decorating? werden genoemd. Hun vrouwen kregen extravagant uitgedoste en met antiek volgestouwde kantoren ; de gang tussen hun kamers in de TriStar building werd door misnoegde executives?the hall of shame? genoemd. In een industrie waar uiteindelijk alleen de einduitkomst telt, was die verkwisting niet zo erg geweest mochten daar ook hitfilms uit voortgekomen zijn. Maar tijdens het bewind van het duo scheidde de studio een aantal legendarische box-office debacles af. Voor menige productie liepen de kosten fors uit de hand : ?Hook? van Spielberg ; het door Michael Douglas geproduceerde ?Radio Flyer? ; ?Hudson Hawk? geproduceerd door steracteur Bruce Willis. Alleen al die laatste film betekende een verlies van 42 miljoen dollar voor Sony. Het kroonstuk op het rampzalig beleid werd ?Last Action Hero?, een veelgesmaad Arnold Schwarzenegger vehikel dat 117 miljoen dollar opslokte. Tijdens de sombere zomer toen deze film in première ging, kwam de studio ook in opspraak door ?zakelijke? bindingen met de hoerenmadam Heidi Fleiss. Volgens vele industrie-insiders was ?Last Action Hero? al gedoemd door zijn cynische origine : dit ?high concept? product werd immers geboren uit de hebzucht van de studiobazen in plaats van uit de passie van een filmmaker die een verhaal wil vertellen. Het nieuwe Hollywood in een notendop. BOM.?Hit & Run? leest ook als een waarschuwing voor iedere investeerder die in Tinseltown zijn geluk wil beproeven. Want niet alleen Sony, maar ook aartsrivaal Matsushita Electric Industrial kon aan de glitterindustrie van Los Angeles niet weerstaan, liep een blauwtje op met zijn MCA/Universal studio en moest uiteindelijk de aftocht blazen. Griffin en Masters beschrijven ook uitgebreid het cultuurverschil, de wancommunicatie en het wederzijds wantrouwen tussen het Japanse bedrijf en de Amerikaanse dochter. De formele, weinig flexibele Japanners blijken ongeschikt om zaken te doen in het onbetrouwbaar, gewetenloos en grillig Hollywoodgewoel. De Japanse top zal wel gedacht hebben : hadden we Sony Pictures Entertainment maar in handen gegeven van superagent Michael Ovitz, de man die de deal had voorbereid en kandidaat was voor de job van studiobaas. Maar zijn eisen bleken te hoog : totale controle, een flinke hap uit de aandelen en carte blanche om andere maatschappijen aan te kopen. Niet dat Ovitz er zelf armer door werd : door uit de running te stappen, ging hij met een fooi van 11 miljoen dollar lopen. Uit ?Hit & Run? valt alvast te leren dat niemand armer wordt door een Hollywoodbedrijf naar de afgrond te slepen. De twaalf jaar lange teamvorming eindigde met een conspiratieve broedermoord : in 1991 werd Peters er door Guber uitgegooid. Guber werd drie jaar later zelf tot ontslag gedwongen maar wist nog een extraatje van 200 miljoen dollar in productiedeals uit de brand te slepen. Masters en Griffin besluiten hun kroniek van de deals, de spelers en de excessen van Sony's Hollywood-nachtmerrie met het barsten van de bom in november 1994, als Sony een verlies toegeeft van 3,2 miljard dollar en een recordafschrijving doet van 2,7 miljard dollar om de initiële overbetaling ongedaan te maken en met een schone lei te kunnen beginnen. Nog geen twee weken later neemt de drieënzeventigjarige Akio Morita ontslag als voorzitter van Sony. Het concern loochent dat zijn aftreden ingegeven was door de rampzalige ervaring in Hollywood. Patrick Duynslaegher Nancy Griffin & Kim Masters. ?Hit & Run. How Jon Peters and Peter Guber Took Sony For a Ride in Hollywood?, Simon & Schuster, New York, 1996, 25 dollar.