Uit een recent doctoraat van Sam Depauw blijkt dat Belgische parlementsleden in de periode 1991-1995 slechts in drie op de duizend gevallen dissident stemmen. Hoe verklaart u dat?
...

Uit een recent doctoraat van Sam Depauw blijkt dat Belgische parlementsleden in de periode 1991-1995 slechts in drie op de duizend gevallen dissident stemmen. Hoe verklaart u dat?Willy Kuijpers: De Belgische bevolking heeft eigenlijk genoeg redenen om dissident te zijn. Anders dan Nederland is België geen homogeen land. Het is veeleer een mislukte pannenkoek, zeker als je de grenzen bekijkt. De grenzen zijn arbitrair vastgesteld, er is een vreemde monarchie binnengehaald en de bevolking is in groepen ingedeeld naargelang beroep, geloof, taal en geslacht. Dat soort stramienen creëert dissidentie. Vooral omdat de Franstalige minderheid lange tijd meer rechten kreeg dan de Nederlandstalige meerderheid. Ik beschouw mezelf niet als dissident: ik volg wel de lijnen van de natuur. Wie een volksvreemde monarchie instelt en dan gehoorzaamheid verwacht, zit fout. Dat parlementsleden toch weinig dissident stemmen, komt doordat ze op drie manieren gebonden zijn. In de eerste plaats zijn de partijen veel sterker dan de fracties. Dat is zo gegroeid doordat de partijen in het verleden twee taalgroepen samen moesten houden. In de tweede plaats is er de al dan niet gebondenheid aan de kerk. Stemmen op de Volksunie werd aanvankelijk als een doodzonde beschouwd. De Volksunie wilde immers de staat hervormen, en kerk en staat waren altijd twee handen op één buik. In de derde plaats is er nog de gebondenheid aan kapitaal- en vakbondsverenigingen. Verschillende parlementsleden komen uit dat soort 'verenigingen'. Bovendien verdienen parlementsleden, vergeleken met andere soortgelijke sleutelposten in de samenleving, niet zoveel en beschikken ze nog altijd niet over een sociaal statuut, wat de afhankelijkheid van de partij nog vergroot. Het parlement is dus eigenlijk nooit onafhankelijk geweest en de klassieke machten willen dat zo houden.Vindt u dat parlementsleden dissident mogen stemmen?Kuijpers: Partijdiscipline is op zich niet slecht. Je moet niet de ene dag het partijprogramma ondertekenen en daarna voortdurend anders stemmen dan het partijprogramma. Als je je niet in de standpunten van de partij kunt vinden, verlaat je die partij beter. De situatie met Geert Bourgeois was enigszins vergelijkbaar. Zijn beslissing om af te treden als voorzitter van de Volksunie toen het partijbestuur zijn standpunt niet deelde, vond ik terecht. Parlementsleden moeten evenwel de individuele vrijheid hebben om soms van het partijstandpunt af te wijken. Ik denk dan aan morele kwesties, de gebieden waar het geweten op andere belangen primeert. Zo hebben we met de Volksunie consequent tegen wapenleveringen gestemd, niettegenstaande onze regeringsdeelname. Als iemand naast parlementslid bijvoorbeeld ook burgemeester is, in hoeverre mag hij of zij dan lokale belangen voor laten gaan op het partijstandpunt?Kuijpers: Ik ben tegen het cumuleren van functies. De autonomie van de instellingen moet gewaarborgd blijven. Je kunt niet tegelijkertijd rechter en beoordeelde zijn. Daarnaast is het een kwestie van tijdsbesteding: een dag heeft maar 24 uur en er blijft weinig van democratie en inspraak over als je geen tijd hebt om met mensen te spreken. Iedereen moet aan de decumulatie van functies meedoen. Zolang de rest niet meewerkt, mogen ook in onze partij lokale belangen meetellen in het parlement. Ik heb zelf verschillende keren ontslag genomen om cumulatie van functies te vermijden en dat werd me niet in dank afgenomen. Aan de andere kant vind ik het systeem waarbij parlementsleden de hele natie vertegenwoordigen maar arrondissementeel verkozen worden wel een goed systeem. Hoe verklaart u de interne verdeeldheid binnen de VU?Kuijpers: Ik denk dat er binnen de Volksunie meer dissidentie voorkomt omdat er meer openheid is dan in andere partijen. Dat blijkt uit de discussie over het Lambermontakkoord en in het verleden over het Egmontpact. In wezen willen de leden van de VU allemaal hetzelfde bereiken, maar ze verschillen van mening over hoe dat doel bereikt moet worden. Ik heb destijds voor het Egmontpact gestemd omdat het een stap vooruit was. De andere partijen verweten ons dat we niet beginselvast waren, maar ik denk niet dat dit het geval was. Ik pleit nu voor Lambermont omdat het voor Vlaanderen veel winstpunten bevat. Binnen de Volksunie verschillen de meningen over Lambermont en er is veel ruimte om daarover te discussiëren, maar de huidige kwestie sleept te lang aan. Aanvankelijk zijn er geen vuile woorden gevallen, maar door het lange voortduren van het conflict en de enorme media-aandacht zijn we in verdachtmakingen terechtgekomen en dat is nergens goed voor.