Regisseur Dirk Tanghe tussen de Paarden- kathedraal en ?Zwijg, kleine?. Een gesprek.
...

Regisseur Dirk Tanghe tussen de Paarden- kathedraal en ?Zwijg, kleine?. Een gesprek.Kan het zijn dat regisseur Dirk Tanghe die in Utrecht huisregisseur is bij de nieuwe Paardenkathedraal heimwee heeft en daar met de West-Vlaamse produktie ?Zwijg, kleine? uiting aan geeft en een come-back naar Vlaanderen voorbereidt ? ?Neen?, zegt Tanghe, ?ik ben maar in laatste instantie bij die productie betrokken en niet als regisseur in de echte betekenis van het woord. Eerder als een begeleider, als iemand die voorzit. Ik waak erover dat er kwaliteit wordt geboden, dat er een visie en een concept aanwezig is, ook al is het een gelegenheidsgezelschap dat voor de lol speelt. Zoveel is duidelijk, het concept is onloochenbaar van Dirk Tanghe. De gelegenheidsgroep bestaat uit beroepsmensen die al meer met hem hebben gespeeld en die, net als hij, van West-Vlaamse origine zijn. Ons kent ons en de verleiding was groot om eens iets in de streektaal te doen. Voor de één ter ontspanning na de dagtaak als beroepsspeler, voor de ander als tegenzet tegen het Antwerps dat vooral in soapseries op de televisie sterk aanwezig is en waarin de meesten uit ?Zwijg, kleine? ook te zien zijn. Voor Tanghe ?klinkt West-Vlaams soms als muziek? en is ?Zwijg, kleine? een bontgekleurd palet van dialecten, aangezien de spelers uit verschillende hoeken van de kustprovincie komen en ze de specifieke tongval van de eigen regio laten horen. ?Zwijg, kleine? kan trouwens niet anders dan in het dialect worden gespeeld. Dit is het enige verbale middel om het volkse karakter en de herkenbaarheid van de personages én de beeldenrijkdom van de taal waarin ze zich uitdrukken, tot zijn recht te laten komen. Meteen ook een gelegenheid om met die ongezouten taal iets meer te doen dan het weergeven van een realistisch klankdecor. Tanghe is daarmee niet aan zijn proefstuk toe. Vorig seizoen hebt u ?De bruiloft? van Bertolt Brecht gedaan met de Torhoutse amateurgroep Rembert. Daar liet u de spelers een niet bestaand Duits spreken. DIRK TANGHE : Ik ga vaak zeer intuïtief tewerk. ?De bruiloft? van Brecht heb ik al vele keren serieus zien opvoeren door het beroepstheater. Voor mij moest het zich ergens in jodelend Tirol afspelen, maar dan in een taaltje dat Duits klonk maar eigenlijk toch nog verstaanbaar Nederlands was. Het is een keuze, deels gemaakt voor het plezier, maar ook voor de muzikaliteit én voor de vervreemding. Denk ook maar aan ?Voader? van Blauwe Maandag. Daar heeft men toch ook een eigen taal gecreëerd. Met ?Zwijg, kleine? wil ik iets doen dat de nodige afstand schept tegenover het realistische gegeven. Ik heb het stuk zien spelen door verschillende amateurgroepen. Ik heb er mij heerlijk mee geamuseerd, maar het bleef realisme. Ik wil verder gaan. U bent huisregisseur bij de Paardenkathedraal, maar ?Glazen speelgoed?, uw eerste productie, is niet doorgegaan. Wat is er gebeurd ? TANGHE : Na ?The Kitchen? van Arnold Wesker ( een Nederlandse ad hoc-productie die op zeer tegenstrijdige gevoelens werd onthaald, red.) heb ik een slechte periode gehad. Ik was moe en op. Daardoor is ?De mensenhater? ( Molière) in Den Haag niet doorgegaan, en heb ik de opera ?Don Giovanni? moeten afzeggen. Ik heb me dan volledig toegelegd op de planning voor De Paardenkathedraal. Dat ging heel goed en ook de eerste zes weken van de repetitieperiode voor ?Glazen speelgoed? verliepen naar wens. Dat de productie niet doorging heeft te maken met het feit dat er ineens twee werelden ontstonden : die van actrice Jasperina de Jongdie niet meer meeging in mijn regie, en die van drie andere spelers Jan Steen, Mirjam Hegger en Herman Bolten die wel meegingen. Er was geen sprake meer van interactie of van gevaarlijk en breekbaar spel. Ik wil diep graven, ik wil emotioneel theater maken, kwetsbare figuren tonen, en dat was er niet meer bij Jasperina. Het is een menselijk probleem geweest waardoor het artistieke resultaat totaal in het gedrang kwam. Samen met de Raad van Bestuur is dan beslist om de productie af te gelasten. Het was niet prettig, vooral omdat het mijn eerste regie was bij de Paardenkathedraal. Ook Peter De Graef heeft een productie gemaakt voor de Paardenkathedraal. Hoe zit dat eigenlijk ? TANGHE : Ik heb Peter gevraagd om ?Itak? te maken voor de Paardenkathedraal, omdat we ook nog gesubsidiëerd worden voor jeugdtheater. Maar voor de rest is Peter een vrije vogel, hij schrijft stukken, speelt ze. Ik mag hem graag. Ik regisseer hem nog dit seizoen in ?De wereldverbeteraar? van Thomas Bernhard, voor de reisvoorstellingen van de Paardenkathedraal na ?Freule Julie? ( Strindberg) waar ik nu aan bezig ben. Ik hoef Peter niets meer te leren. Wat we doen is samen fantaseren, samen iets ontdekken. Peter is één van die spelers die zelf veel aanbrengen. Dat was met ?Wie is bang voor Virginia Woolf ?? ook zo. Tijdens het repeteren zie ik die mensen dan ook nog in andere combinaties. En dat komt nu uit : in ?De Wereldverbeteraar? zijn Peter De Graef en Marie-Louise Stheins, die in ?Virgina Woolf? zijn tegenspeelster was, weer samen. U werkt in het beroepscircuit én bij de amateurs, maar het zijn twee sporen die op hetzelfde uitkomen. TANGHE : Het heeft te maken met mensen en met een mentaliteit. Ik zie een amateurgroep als Rembert zeer gunstig evolueren. Er is een zeer goede vermenging van jonge en oudere spelers en ik kom er graag. Ik kan er af en toe mijn ideeën kwijt, omdat die mensen spelen voor wat ze waard zijn. Ik zie theater nog altijd als het realiseren van een sprookje of een vertelling. En waar je die ook maakt, je moet ze goed maken. Met de kwaliteit van de mensen die je ter beschikking hebt en met de kwaliteit die je zelf hebt : gevoeligheid, humor. Ik ben als sterrenbeeld een tweeling, dus ik verander graag van stijl en van soorten theater, als het maar een vertelling blijft voor een publiek. Ik moet er eerst zelf kunnen om lachen vooraleer ik ze toon. Daartegenover staat dat ik met de Rembert niet een ?Freule Julie? zou doen, want daar heb ik een ander soort kwaliteit van spelers voor nodig. Maar voor het 50-jarig bestaan van die groep kan ik misschien wel ?Midzomernachtsdroom? van Shakespeare doen. Dat belet ook niet dat ik in Nederland jonge mensen ga opzoeken. Want ik heb behoefte aan jonge mensen om iets mee te gaan doen. Ik wil ze uniek houden, zoals bij ?Romeo en Julia? indertijd, dan zijn ze homogeen. Ze moeten niet naast een enorm grote, gerenommeerde acteur staan in een kleine rol, nee, ze moeten zelf volwaardig het stuk dragen. Dan kan ik ze ook laten gaan voor wat ze waard zijn. Van groot belang is de juiste mensen te hebben voor een rol. De rol van een bejaarde hoeft niet noodzakelijk gespeeld te worden door een oudere acteur. In ?Zwijg, kleine? zitten geen oude acteurs, en toch zijn de rollen van mensen op leeftijd goed bezet. En omgekeerd ook, het is tenslotte een acteur van 30 jaar die een knaap van 12 speelt. Maar de herkenbaarheid blijft. Dat is de keuze die je als regisseur maakt. Dat is het prettige aan theater, dat alles kan, maar het moet goed gedaan worden. Er werd vaak gezegd dat Dirk Tanghe altijd maar bezig is zijn kinderdromen te realiseren en daar eigenlijk niet van loskomt. Maar ?Freule Julie? kan toch geen kinderdroom geweest zijn. TANGHE : Ik lees en verslind alles. Ik evolueer. Natuurlijk zitten er nog altijd fantasieën van vroeger in mijn hoofd. Maar door ouder te worden krijgen ze een andere kleur. Ik laat vaak een stuk liggen rijpen voor later, omdat ik weet dat ik nu nog niet in de juiste mood ben of ik wacht tot een speler, van wie ik denk dat hij een bepaalde rol moet doen, echt vrij is. Maar het is niet zo dat ik thuis al mijn stukken heb liggen en ze één na één realiseer. Soms componeer ik mijn producties naast elkaar. Daarom vind ik het spijtig dat ?Glazen speelgoed? niet is doorgegaan. Want het zou een andere ervaring hebben teweeggebracht dan mijn ?Freule Julie?. In één en hetzelfde seizoen plaats ik drie totaal verschillende dingen naast elkaar, omdat ik dat graag wil. Ze gaan alle over passies, liefde, eenzaamheid, maar zijn anders van vorm. Ik hou van vormen. Ik vind theater nog altijd een zwarte doos waarin een vorm tot stand komt. Daarbij vind ik de klassiekers ontzettend leuk speelgoed. En als je ziet wat nu rondom ons gebeurt alleen al op politiek vlak, dan zijn de Shakespeares bijzonder actueel. Daarom ervaar ik theater maken ook als een sociaal gebeuren. Ik bewerk geen dode materie. Ik combineer visies van anderen met mijn visie en met ideeën van jonge mensen en met schoonheid van jonge mensen. Soms duw ik vier stukken in één stuk of verschillende visies in één enkele productie. Zo broeit en pruttelt een concept. Soms ben ik wel te intens met theater bezig. En ik ben ook een grote twijfelaar. Maar als ik dan thuis naar mijn kinderen kijk, zeg ik tot mezelf : doe het maar gedreven, maar ga er niet aan kapot. Roger Arteel Dirk Tanghe : Doe het maar gedreven...