Velen die destijds de teksten van Frans Verleyen lazen, zullen zich bij het commentaarstuk 'De gedachten waren vrij' (Knack nr. 41) de bedenking maken wat een uniek journalist hij toen was, en hoe banaal de journalistiek vandaag is. In de continue stroom van repetitieve berichtgeving is zowat alles 'br...

Velen die destijds de teksten van Frans Verleyen lazen, zullen zich bij het commentaarstuk 'De gedachten waren vrij' (Knack nr. 41) de bedenking maken wat een uniek journalist hij toen was, en hoe banaal de journalistiek vandaag is. In de continue stroom van repetitieve berichtgeving is zowat alles 'breaking news', 'mag u niet missen' of 'fake'. Voor diepgaande analyse is er nauwelijks plaats, en voor afstand nemende bezinning al helemaal niet. Dat was precies de kracht van Verleyen, die als erudiet renaissancemens het nieuws telkens in een ruimer perspectief kon plaatsen. Zo ook in 'De Kleine Prinsen' (1985), een memorabel Woord vooraf waarin hij, als antwoord op een klacht van Herman de Coninck, de ontlezing van de jeugd wijt aan de 'machtsovername van de markt'. Wellicht zou hij vandaag dezelfde analyse maken in verband met de pers. Sensationele krantenkoppen als clickbait, zwakke opiniemakers met sterke naambekendheid, redundant maar lokaal nieuws over files en ongelukken enzovoort: alle 'content' is goed, als ze maar verkoopt. Verleyen leek niet zozeer gedreven door winstbejag, als wel door de drang te informeren en bewust te maken. Hij deed dat met verve en in een prachtige taal. Daarom is hij tot vandaag boeiend en relevant. En daarom ook vergeven we hem zijn schnabbels als ghostwriter voor Wilfried Martens en Guy Verhofstadt. Dat was een spijtige uitschuiver in het drijfzand van de collusie met bevriende politici, die kritische journalisten even tandeloos kan maken als heroïnejunkies.