Parijs, 27 juli 1913. û Organisator Henri Desgrange kon er niet mee lachen. Natuurlijk juichte hij toe dat zijn Ronde van Frankrijk een internationaal karakter kreeg. Maar dat het peloton tijdens de elfde uitgave van de Tour wemelde van de Belgen, was nu ook niet de bedoeling. Bovendien wist Desgrange dat de Fransen liefst een Franse winnaar zagen en dat de oplage van de organiserende krant L'Auto zou dalen bij te veel buitenlandse successen.
...

Parijs, 27 juli 1913. û Organisator Henri Desgrange kon er niet mee lachen. Natuurlijk juichte hij toe dat zijn Ronde van Frankrijk een internationaal karakter kreeg. Maar dat het peloton tijdens de elfde uitgave van de Tour wemelde van de Belgen, was nu ook niet de bedoeling. Bovendien wist Desgrange dat de Fransen liefst een Franse winnaar zagen en dat de oplage van de organiserende krant L'Auto zou dalen bij te veel buitenlandse successen. De Belgische coureurs waren voor het merendeel zonen van landarbeiders en keuterboertjes. Ze hadden van kind af aan hard moeten werken en trainden op de beruchte Belgische wegen, waardoor ze goed bestand bleken tegen erbarmelijke omstandigheden. Voorts stelden ze lage looneisen, wat ze geliefd maakte bij de constructeurs. Elke fabrikant wilde Belgen in zijn ploeg. Van de 51 ploegrenners die in 1913 in Parijs aan de start verschenen, kwamen er 22 uit België. (De individuelen meegerekend, waren er 140 deelnemers, van wie er 25 de Tour uitreden.) De Belgen domineerden dat het niet mooi meer was. Ze wonnen tien van de vijftien ritten. Marcel Buysse nam zes ritoverwinningen voor zijn rekening. Mogelijk zou hij de eerste Belgische Tourwinnaar geworden zijn, maar in de negende rit verloor hij veel tijd als gevolg van een stuurbreuk. Buysse legde in het eindklassement beslag op de derde plaats, met een achterstand van drie en een half uur. Nu ging de eindzege naar de op 8 oktober 1890 in Anderlecht geboren Philippe Thys. De Brusselaar legde de basis van zijn triomf in de zesde rit, van Bayonne naar Luchon, over de Pyreneeëncols Aubisque, Tourmalet, Aspin en Peyresourde. Thys beëindigde die tocht van 326 kilometer - een van de kortste etappes uit deze Tour! - met een voorsprong van bijna achttien minuten op Buysse; op de derde, de Fransman Gustave Garrigou, dienden de toeschouwers bijna een half uur lang te wachten. In de voorlaatste rit van Longwy naar Duinkerke (393 kilometer) raakte de eindwinst van Thys nog in het gedrang. Hij botste tegen een auto aan en verloor even het bewustzijn. Maar ook zijn belangrijkste concurrent kreeg pech. De Fransman Lucien Petit-Breton, die in het klassement slechts drie minuten achter lag, werd na een val tot opgave gedwongen. De mecaniciens van Thys herstelden vervolgens zijn fiets, wat bij reglement verboden was. De koerscommissarissen bedachten hem daarvoor met een straftijd van tien minuten. In de eindstand behield Thys, die bij het herstellen van zijn fiets een vol uur had verloren, 8 minuten en 37 seconden voorsprong op Garrigou. In 1914 en 1920 zou Philippe Thys de Ronde van Frankrijk nogmaals winnen. Hij overleed in 1971. Ben Herremans