In het artikel 'Premie voor moeder aan de haard?' (Knack nr. 13) wordt op een weinig accurate wijze verwezen naar de acties en standpunten van de Gezinsbond. We wensen dan ook een en ander recht te zetten en te verduidelijken. Gezinsondersteunende maatregelen, zoals het huwelijksquotiënt (HQ), zijn meer dan welkom en verantwoord. De Gezinsbond ijvert dan ook voor het behoud mits er enkele belangrijke bijsturingen komen, zowel op het vlak van het over te hevelen inkomensgedeelte als op het vlak van doelgroepen. Op termijn zou het stelsel enkel van toepassing zijn als er kinderen of e...

In het artikel 'Premie voor moeder aan de haard?' (Knack nr. 13) wordt op een weinig accurate wijze verwezen naar de acties en standpunten van de Gezinsbond. We wensen dan ook een en ander recht te zetten en te verduidelijken. Gezinsondersteunende maatregelen, zoals het huwelijksquotiënt (HQ), zijn meer dan welkom en verantwoord. De Gezinsbond ijvert dan ook voor het behoud mits er enkele belangrijke bijsturingen komen, zowel op het vlak van het over te hevelen inkomensgedeelte als op het vlak van doelgroepen. Op termijn zou het stelsel enkel van toepassing zijn als er kinderen of een zorgbehoevende ten laste zijn. De Gezinsbond pleit voor een vrije keuze van gezinnen inzake de combinatie van gezin en arbeid. Een vrije keuze kan en mag betekenen dat moeders en vaders ervoor opteren om - al dan niet tijdelijk - thuis te blijven om voor de kinderen of een hulpbehoevend familielid te zorgen én dat men erop kan rekenen dat die keuze door de overheid ondersteund wordt. Gezinnen die zelf volledig de zorg- en opvoedingsarbeid opnemen ondergaan een gevoelige derving van inkomen uit arbeid, niettegenstaande ze thuis taken verrichten die als maatschappelijk waardevol en nuttig worden erkend. Beweren dat het huwelijksquotiënt een voorkeursbehandeling is, is ongepast. Het artikel laat bovendien uitschijnen dat het HQ exclusief voor eenverdieners interessant is, maar ook heel wat tweeverdieners (met één laag inkomen onder de splitsingsgrens van het HQ) hebben er baat bij. De Gezinsbond stelt voor om door een heroriëntering van het huwelijksquotiënt de effectieve situaties van zorg- en opvoedingsarbeid in gezinnen nog sterker en adequater te ondersteunen. Meer bepaald moet het plafond van het inkomensgedeelte van de (meest)verdienende partner dat overgeheveld kan worden naar de partner zonder (of met een heel laag) inkomen, verhoogd worden met 10 % per kind ten laste of per zorgbehoevend gezinslid. Daarnaast moet het over te hevelen inkomensgedeelte 40 % van het hoogste inkomen bedragen. Deze gewijzigde splitsingsverhouding (van 70/30 naar 60/40) geldt weliswaar uitsluitend voor gezinnen met kinderen ten laste en voor gezinnen die een zorgtaak opnemen. De verandering van terminologie (gezinsquotiënt) is logisch gezien het HQ niet enkel meer voor gehuwden geldt (ook voor wettelijk samenwonenden). Als overgangsregime zouden de gezinnen die nu van het HQ genieten maar geen kinderen meer ten laste hebben noch voor een hulpbehoevende zorgen, het recht op het huidige fiscaal regime behouden. Deze groep met een verworven recht zal uiteraard op termijn verdwijnen. Het huidige stelsel dooft aldus langzaam uit. Ten slotte wordt gesteld dat we samen met politieke partijen zoals de N-VA, het gezinsquotiënt als alternatief aandragen. De Gezinsbond is evenwel een volstrekt onafhankelijke en pluralistische organisatie die zijn voorstellen ongebonden behartigt bij alle partijen. Fons De Neve, departementshoofd Gezinsbond