Fientje Van Otten is met haar 83 jaar een van de anciens onder studenten op leeftijd. Ze gaat al twintig jaar opnieuw naar de les, volgt dit semester drie vakken aan de faculteit theologie en religiewetenschappen van de KU Leuven, pendelt daarvoor één keer per week vanuit Wilrijk en legde plichtsbewust haar examens af in eerste zittijd. Bij leven en welzijn meldt ze zich na de zomervakantie opnieuw aan bij de faculteit in Leuven.
...

Fientje Van Otten is met haar 83 jaar een van de anciens onder studenten op leeftijd. Ze gaat al twintig jaar opnieuw naar de les, volgt dit semester drie vakken aan de faculteit theologie en religiewetenschappen van de KU Leuven, pendelt daarvoor één keer per week vanuit Wilrijk en legde plichtsbewust haar examens af in eerste zittijd. Bij leven en welzijn meldt ze zich na de zomervakantie opnieuw aan bij de faculteit in Leuven. Wanneer we afspreken, heeft ze net het mondelinge examen kerkleer achter de rug. 'Ik denk dat ik toch wel 15 of 16 op 20 krijg', zegt ze, terwijl ze een pintje en soep bestelt. 'De syllabus was ontzettend dik, en ik ben dit jaar heel laat beginnen te studeren. Ik ben niet zeker van mijn antwoord op één van de drie vragen. Maar mijn eerder ingediende paper was al goed.' Of de ontlading na een examen nog zo groot is als toen ze jong was? 'Eigenlijk geniet ik nu het meest van het examen zelf. Ik zie het als een kans om van gedachten te wisselen met de professor. Ik stel tijdens het examen ook vragen over passages die ik niet goed begrepen heb. Dat kunnen jonge studenten zich niet permitteren, denk ik.' Ze begon in 1991 weer te studeren. Eerst als voltijds student vergelijkende godsdienstwetenschappen in Antwerpen, daarna als creditstudent voor een aantal vakken aan de KU Leuven. Examens afleggen doet ze om de leerstof te verwerken - 'zonder examens zou ik een ontzettend luie student zijn' - en om zich een mening te vormen over de materie. 'Mijn man, die ondertussen gestorven is, vond het een raar idee dat ik terug naar school wilde, net nu we met pensioen waren en weer meer tijd hadden voor elkaar. Maar hij zag al snel dat ik opfleurde door die lessen, waardoor ik ook een vrolijker vrouw in huis was. Op zijn sterfbed zei hij dat hij blij was dat ik die keuze had gemaakt. Opnieuw gaan studeren heeft me na zijn dood ook een houvast gegeven.' Waarom ze al jaren voor spirituele en religieuze vakken kiest? 'Dat weet ik niet precies. Misschien omdat mijn tante mij als kind meesleurde naar elke kerkdienst en begrafenis in het dorp? Ik zie studeren als een levensinvulling. Ik heb nooit kinderen kunnen krijgen, daar was ik aanvankelijk enorm triest over. Filosofie heeft me altijd geïnteresseerd en troost gebracht. In het verlengde daarvan ben ik geboeid door godsdienstwetenschappen. Ik heb al van verscheidene proffen boeddhistische leer gekregen, maar ze leggen allemaal andere accenten naargelang van hun achter- grond. Ik leer elke dag nog nieuwe dingen.' Sinds ze opnieuw studeert, zijn er twee vragen die Fientje, voor wie geloof belangrijk is, drijven: hoe kan religie de moderne mens nog raken? En wat heeft spiritualiteit ons nog te bieden? 'Ik ben aangenaam verrast als ik zie hoe ernstig en oprecht jonge mensen vandaag met die materie bezig zijn. De jeugd van tegenwoordig wordt vaak afgeschilderd als lui en narcistisch, maar dat is niet mijn ervaring. Tenzij de studenten aan mijn faculteit niet representatief zijn voor hun hele generatie. ' Haar kennis deelt Fientje graag met haar medestudenten, maar voor studentenactiviteiten vindt ze zich te oud -'t is ook allemaal zo laat op de avond. 'Ik probeer tegen halftien 's avonds thuis te zijn, daar voel ik me het veiligst bij. Ik help wel vaak buitenlandse studenten die onvoldoende Nederlands kunnen, of weinig vertrouwd zijn met onze cultuur. Laatst hielp ik een Chinees meisje met haar scriptie, en de komende weken een Marokkaanse student.' Mijn nicht begrijpt niet dat ik nog zo veel energie heb om te studeren. Maar zij heeft zes kinderen en heel veel kleinkinderen. Ik begrijp ook niet waar zij de tijd vindt om zo veel met hen bezig te zijn.' (lacht)