Rob Cohen over zijn realistische rampenfilm ?Daylight? waarin een instortende tunnel onder de Hudson een levend personage wordt.
...

Rob Cohen over zijn realistische rampenfilm ?Daylight? waarin een instortende tunnel onder de Hudson een levend personage wordt.DE formule is bekend. Je neemt een grote ramp die dodelijk is voor de meeste betrokkenen. Zij van wie het leven voorlopig gespaard blijft, vormen een sociologisch en karakterieel gevarieerd assortiment. Om levend uit de hel te raken moet dit gezelschap een reeks obstakels overwinnen. Telkens als het einde van de tunnel in zicht lijkt, verzinnen de scenaristen met duivels genoegen een bijkomende hindernis. Onderweg geraakt het beproefd gezelschap ook uitgedund de film is dan ook opgebouwd als een afvallingskoers en wie het overleeft is niet noodzakelijk degene die in het begin de grootste kanshebber leek om het kampioenschap survival te winnen. Om het er levend van af te brengen moet het aanvankelijk erg disparaat gezelschap zijn tegenstellingen en antipathieën opzij zetten, de handen in elkaar slaan en een hecht team vormen. Het succes van de groepsdynamiek belet natuurlijk niet dat er op tijd ook een leidersfiguur opstaat wiens gezag vanzelfsprekend wordt betwist, die minstens één keer zelf ten prooi is aan twijfels en onzekerheid (hij wordt dan ook bij voorkeur opgezadeld met één of ander trauma waar hij schuldgevoelens aan overhoudt), maar die uiteindelijk met vastberaden hand het team naar de verlossing leidt. Je kan met dit schema alle kanten uit : je kan het onderbrengen in een brandende wolkenkrabber (?The Towering Inferno?), in een gekapseisde ocenaanreus (?The Poseidon Adventure?), aan boord van een stuurloze Boeing (de ?Airport? serie), op een trein of in de ene of andere geïsoleerde gevaarzone (besmetting, insecten, buitenaardse invasie, monsters, haaien, mensen van andere huidskleur). De arena kan zo klein zijn als een lift en zo globaal als het vrije Westen. Lange tijd leek het er op dat het veelgesmade disaster-genre een relikwie van de jaren zeventig zou blijven, maar de jongste maanden lijkt het aan een heropstanding toe. In ?Independence Day? kregen we al een voorsmaakje, al gebeurde dit dan via kruisbestuiving met een genre uit de paranoïde jaren vijftig : de invasie van de marsmannetjes. ?Daylight? is een onbeschroomde disaster-film die zijn sensatie-geile afkomst niet verloochent maar er integendeel trots loopt mee te pronken. Een explosie tijdens het spitsuur in een autotunnel die Manhattan met New Jersey verbindt, veroorzaakt een ware catastrofe. Een groepje overlevenden zit vast in de tunnel. Ze dreigen te verstikken door de chemische uitwasemingen en het tekort aan zuurstof, en te verdrinken omdat de Hudson rivier door de muren begint te sijpelen. Sylvester Stallone , ex-chef van de Emergency Medical Services, heeft een plan om hen te bevrijden. Maar zodra hij via de luchtventilatie in de tunnel afdaalt, zit hij zelf als een rat in de val. Stallone speelt hier allesbehalve de onoverwinnelijke held, hij heeft geen pasklare oplossingen en moet zich met de hulp van de andere slachtoffers al improviserend uit de noodsituatie redden. Regisseur van deze claustrofobische rampen-thriller is de gewezen producer Rob Cohen, van wie dit jaar ook de middeleeuwse fantasie ?Dragonheart? te zien was. We praten met Cohen in New York enkele dagen na de catastrofe in de kanaaltunnel, een ongeval dat aan ?Daylight? een akelige actualiteitswaarde geeft. ROB COHEN : Ik schrok toch even toen ik hoorde wat er in de kanaaltunnel was gebeurd. Het ongeval met een trein met vaten chemische stoffen vertoont veel gelijkenissen met de manier waarop wij de explosie hebben in gang gezet. Het deed me meteen denken aan een gelijkaardige situatie waarin de realiteit de fictie naholde : het ongeval in de Three Mile Island kerncentrale enkele dagen na het uitbrengen van de film ?The China Syndrome?. Hebt u zelf iets met tunnels ? COHEN : Als kind woonde ik buiten New York. Toen ik zeven was nam mijn vader me mee naar de Paasshow in Radio City Hall. We moesten met de auto door de Holland tunnel. Ik zat toen al naar die witte tegels te staren en me af te vragen wat er zou gebeuren als die muren zouden barsten en de Hudson rivier binnenstromen ? Zouden we snel genoeg kunnen rijden om te ontsnappen aan de vloedgolf ? Deze fobie heb ik in ?Daylight? willen stoppen. Angst voor tunnels zou ook op een oerangst wijzen ? COHEN : Ik vraag me af of het niets te maken heeft met wat we ervaren tijdens onze geboorte. Je komt in het geboortekanaal terecht, wat erg luidruchtig moet zijn vergeleken met wat het ongeboren kind gewoon is als het rondzweeft in het vruchtwater. Plotseling zijn er de bijna seismische barensweeën die je door die tunnel naar dat verblindende licht stuwen. Zou dat de reden zijn waarom we allemaal tunnels haten, waarom dit zo traumatisch is ? Wie weet, ik ben geen Freudiaan en ben al lang niet meer in seksuele therapie. ?Daylight? is een rampenfilm maar bevat veel elementen uit de horrorfilm, met de tunnel als monster. Vooral de geluidseffecten maken dit duidelijk. COHEN : We hebben een film zonder wapens, zonder terroristen, zonder schurken. De snoodaard is de tunnel en ik wilde die tunnel anatomisch tot leven zien komen. Ik zei tegen onze decorbouwer dat ik sinussen, aders en vlees wilde zien en hersenbloedingen wou suggereren. Ik wilde ook het gevoel scheppen dat de slachtoffers gevangen zitten in het spijsverteringsstelsel van die tunnel. De tunnel heeft ze ingeslikt, probeert ze nu te verteren en zij slaan terug. Ik ging zover dat ik die scène waarin Stallone uit de bol gaat en tegen de tunnel begint te schreeuwen, volledig heb herschreven. Hij roept nu dat hij het hart van de tunnel heeft gevonden en dit uit zijn lijf zal blazen. Om de tunnel te voorzien van de passende geluiden maakten we geluidsopnamen van maagvochten die we dan met de computer hebben bewerkt. Telkens als iemand doodgaat, maakt de tunnel van die rare geluiden. Dit allemaal om van de tunnel een levend organisme te maken. Anders dan de rampenfilms uit de jaren zeventig waarin een gekapseisd schip niets anders deed dan zinken, is onze tunnel een levend personage. Stallone beweert dat dit zijn laatste actiefilm is. COHEN : Wat hij waarschijnlijk bedoelt, is dat hij ophoudt met comic strip actie : ?Judge Dredd?, ?Demolition Man?. Ik denk dat hij zijn buik vol heeft van de eenlettergrepige, stoïcijnse held die niets anders doet dan rennen, springen en duiken om zich uit de ene netelige situatie na de andere te redden. Maar er is actie en actie. Er zijn ook nog films als ?Witness?, ?The Fugitive?, ?In the Line of Fire?. Ik geloof niet dat Stallone daar zijn neus voor zou ophalen. Hij heeft alleen genoeg van het type actiefilms dat in de jaren tachtig in zwang was, waarin alle aandacht naar de explosies en schietpartijen ging. Wie de trailer zag, had de hele film gezien. Telkens gaat het over hoe één man het opneemt tegen een legertje tot de tanden bewapende schurken. En hoe goed ze ook bewapend zijn, telkens als de held in hun buurt komt, schieten ze er flink naast. Die films waren perfect voor de zelfzuchtige spirit van het Reagan-tijdperk, maar in de jaren negentig heeft het Amerikaans publiek behoefte aan een held met meer dimensies. Ik denk dat de Steve Seagals en Jean-Claude Van Damme's hun beste tijd gehad hebben, ook zij zullen van register moeten veranderen willen ze overleven. Heeft het publiek niet genoeg van al die stompzinnige actiefilms ? COHEN : Ik denk dat het publiek al die effecten nu toch wel voor gezien houdt. We weten intussen wat je allemaal met een computer kan doen. Het doet me een beetje denken aan de opkomst van de geluidsfilm. Eerst was iedereen met verstomming geslagen omdat Al Johnson plotseling kon zingen. Daarna was de vraag of er ook iets zinnigs uit zijn mond kwam. Voor ons allemaal filmmakers, critici, pers is het nu een kwestie of al die effecten en trucs in dienst worden gesteld van een goed verhaal met sterke karakters. En zoals gewoonlijk reageert Sylvester daar op een intelligente manier op. Hij kent zijn eigen plaats op de filmmarkt. Hij is tenslotte de man die zelf het scenario van ?Rocky? heeft geschreven, die weet wat hij waard is. Hij is ook een actie-ster van vijftig die weet wat hij moet doen wil hij een Eastwood-achtige carrière hebben, zodat hij desnoods op zijn zeventigste het publiek nog weet te boeien. Stallone wordt altijd geïdentificeerd met twee personages, maar Rocky was Rambo niet. Rocky was een beetje dom, maar ook grappig en charmant, een soort underdog. Stallone is pas later veranderd in die stoïcijnse killing-machine. Hij kan nu ook weer veranderen en ik hoop dat ik hem daarbij heb geholpen. Hij maakt nu een overgangsperiode door, staat met het ene been in de actiecinema en met het andere in cinema die meer op sterke karakters geënt is. Hij trekt in ?Daylight? zijn hemd niet uit, staat niet te tieren ?I am the law.? Hij zegt alleen tegen die stoere blanke jongen : ?now let me do what I got to do?. Maar zonder hem met een karategreep te overmeesteren. Hij kan de truck niet optillen die één van de slachtoffers verplettert. Toen Rambo gewond geraakte, naaide hij zijn eigen wonde aan elkaar zonder een kick te geven. Misschien had Amerika na de nederlaag in Vietnam behoefte aan een onoverwinnelijke all-American held om de moraal weer op krikken. Om te verwerken dat kleine Aziaatjes ons een pak slaag hadden gegeven in een oorlog waar we nooit hadden moeten aan beginnen, maar waar we algauw tot over onze oren in zaten en die we ondanks onze jets, onze napalm, onze technologische troep niet konden winnen. Je merkt aan veel films uit de jaren tachtig dat we superhelden nodig hadden om het ongehoord verlies aan zelfvertrouwen na Vietnam en Nixon te compenseren. Rambo was na die schandelijke nederlaag meer dan welkom. Een Amerikaanse soldaat die naar Vietnam gaat om vermiste krijgsgevangenen terug te halen, en op zijn dode eentje met pijl en boog meer Vietnamezen afmaakt dan wij in tien jaar konden met al onze technologie. Nu zitten we gelukkig in de jaren negentig, een andere tijd. Is ?Independence Day? dan zoveel beter ? COHEN : ?Independence Day? is een film die van twee walletjes wil eten : het publiek juicht als het Witte Huis wordt opgeblazen, maar juicht ook als de marsmannetjes lik op stuk krijgen. Toen die trailers vertoond werden, brak het publiek bijna het kot af bij het shot waarin het Witte Huis wordt bestraald en verwoest. Ik vond die reactie ontstellend. Voor mij is het Witte Huis nog altijd een symbool van Amerikaanse democratie. Ik zie echt niet wat nu zo heerlijk is om het op te blazen. Tenzij je natuurlijk een rechtse extremist uit Idaho bent die vindt dat die bomaanslag in het overheidsgebouw in Oklahoma de beste manier was om dit vreselijk repressief bewind te treffen. Na de feestvreugde over de Amerikaanse symbolen die de lucht in gaan, krijg je president Bill Pullman die de piloten uit China en Rusland samenbrengt om de gemeenschappelijke vijand van moeder aarde te bestrijden. Ik zag het minder als een Amerikaanse verheerlijking dan als een appel aan een wereldwijd bewustzijn : onze wereld tegen de hunne. Hoewel ik nog altijd niet heb begrepen hoe ze met hun Powerbook naar hun buitenaards systeem kunnen modemmen, want ik slaag er nog altijd niet in om mijn Mac te doen praten met een IBM ! En ik moet toch geen zeventig miljoen lichtjaren overbruggen. Hoe ook : het publiek wilde een sensationeel ritje op de achtbaan en andermaal deed de bioscoop dienst als amusementspark. Is er niet het probleem dat u bij een film als ?Daylight? de conventies moet respecteren maar dat u er anderzijds ook een draai wil aan geven ? COHEN : Je maakt een genrefilm maar je wilt tegelijk het genre ook transcenderen, dat is de uitdaging. Wat voor zin heeft het om twintig jaar later nog eens ?Poseidon Adventure? over te doen ? De verschillen schuilen in de keuze van de personages. We hebben geen twintig makkelijk herkenbare types : Fred Astaire als schoenverkoper, Tony Perkins als predikant enzovoort. We krijgen hier een prima ensemble acteurs, die soms enige bekendheid bezitten, maar geen sterren zijn. En Stallone wordt niet als een monoliet op de voorgrond gehesen. Hij wordt geïntegreerd in het geheel. Hij is de leider, maar het is niet zoals in ?Speed? waar al die passagiers alleen maar van de partij zijn omdat de bus moet gevuld worden terwijl Keanu Reeves en Sandra Bullock het zaakje mogen redden. Ik heb dus ook gebroken met elk Stallone-cliché : hij kan geen bergen verzetten, vrachtwagens optillen, slaat niet terug als die jonge gozer hem dreigt te versmachten, brult geen bevelen maar probeert een consensus te bereiken, probeert onder de overlevenden een solidariteit op te bouwen. Wat de scène met de ratten betreft, de draai is hier dat niet Christus de redder is maar de ratten. Dat was er zo leuk aan. Het is niet dat ze naar de kapel gaan, beginnen te bidden en er als bij een mirakel een poort opengaat. Nee, ze denken dat dit het einde is, dat de kapel zal onderstromen. De ratten komen er aan en je denkt dat het een Spielberg-achtige terreurscène wordt, maar de ratten zijn niet geïnteresseerd in die overlevenden, ze doen wat ratten doen : het zinkend schip verlaten omdat ze de infrastructuur kennen. Zodoende wijzen ze de slachtoffers de weg. Je probeert de clichés één voor één op hun kop te zetten en je maakt gebruik van de nieuwe technologie die nog niet bestond toen Irwin Allen en Ronald Neame hun films maakten om tot een hogere graad van realisme te komen bij de explosie waar alles mee begint of de overstroming aan het eind. Waarom werd ?Daylight? in Rome opgenomen ? Goedkoper ? COHEN : Nee, zeker niet. Pure logistiek. Het was de enige plek waar we de film konden draaien. Ik moest een tunnel bouwen van ongeveer een halve kilometer lang. Helaas is zoiets in Los Angeles onmogelijk geworden : de terreinen van de Hollywoodstudio's zijn ofwel verkaveld of worden ingenomen voor geleide bezoeken met allerlei uit succesfilms afgeleide attracties. Nergens in Hollywood heb je nog plaats om zo'n grote set te bouwen. We moesten over bijna vier miljoen liter water beschikken. Gelukkig heeft Cinecitta nog zo'n grote watertank. Ze bouwden hem voor ?Amarcord? van Fellini en hij staat er nog altijd. Ze hadden ook een reusachtige buitenstudio, die wel volgestouwd stond met allerlei resten van decors. Net een filmarcheologische tijdreis : de fresco's uit ?Roma?, de schuren uit ?Novecento? en al die ruïnes goedkope Hercules tv-series. Daarbij komt dat er in Rome ook comfortabel kan worden gelogeerd. We hadden de sterren niet op dezelfde manier kunnen behandelen in Slovakije, een ander land dat in aanmerking kwam en waar ik al ?Dragonheart? had gedraaid. Maar er zijn niet voldoende goede hotels, het eten is afschuwelijk. Allemaal zaken die triviaal lijken, maar als je 115 dagen opname hebt en de ploeg moet fysiek zeer fit zijn voor het harde werk, dan kun je dit comfort best gebruiken. Rome kostte acht miljoen dollar meer dan Slovakije. Maar het was het waard ! Patrick Duynslaegher Sylvester Stallone in Daylight : Ik wilde het gevoel scheppen dat de slachtoffers gevangen zitten in het spijsverteringsstelsel van die tunnel. Rob Cohen : Niet Christus is de redder, maar de ratten.