In zijn tweede speelfilm ontketent spektakelregisseur Jan De Bont een rist digitale tornado's. Een gesprek over de storm in ?Twister?.
...

In zijn tweede speelfilm ontketent spektakelregisseur Jan De Bont een rist digitale tornado's. Een gesprek over de storm in ?Twister?.IN een recent nummer van het Amerikaanse filmtijdschrift Film Comment prijst Bernardo Bertolucci ?Speed? van Jan De Bont in de ?Guilty Pleasures?-reeks als een zeldzaam voorbeeld van een film waarin psychologie volledig ontbreekt, zodat alles in dienst staat van pure actie. De afwezigheid van enige menselijke motivatie is geen mankement, integendeel, het is precies wat de film zo zuiver maakt. ?Abstract als een machine,? voegt Bertolucci er lyrisch aan toe. Konden we maar hetzelfde zeggen van ?Twister?, de nieuwe joyride van ex-cameraman Jan De Bont (52). De naar Hollywood uitgeweken Nederlander levert in zijn tweede speelfilm nog altijd visuele sensatie bij de vleet, maar dit keer wordt de mechaniek voortdurend verstoord door psychologisch gezever en relationele perikelen die ons gene moer kunnen schelen. De raisons d'être van dit actie-avontuur geschreven door high concept romancier Michael Crichton en zijn vrouw Anne-Marie Martin zijn de hevige tornado's die lelijk huishouden in de vlakten van Oklahoma. De furieuze, destructieve wervelstorm is de grote boosdoener, in een film waarmee De Bont andermaal een uitstapje naar de bioscoop gelijkschakelt met een dolle rit op de achtbaan. Het menselijk drama in ?Twister? (van volgende week af in de bioscoop) is van tweeërlei aard. Enerzijds is er de rivaliteit tussen twee groepjes natuuronderzoekers die hun meetapparatuur zo dicht mogelijk in de suck zone (de film wemelt van het ondoorgrondelijk stormchaser jargon) van de wervelwind proberen te plaatsen. Gezien de Midwest wordt geteisterd door het grootste stormseizoen van de voorbije vijftig jaar, krijgen ze ruimschoots de kans om hun meteorologische waaghalzerijen tot het uiterste te testen. Anderzijds is er het gekibbel tussen twee gedreven stormjagers, een echtpaar dat bij de aanhef van de film op scheiden staat, maar door de roes van het avontuur weer in elkaars armen wordt gedreven. En dit allemaal terwijl de nieuwe fiancée in het leven van meneer erop staat te kijken als een koe naar een trein. Van koeien gesproken. Tijdens de meest spectaculaire manifestaties van het natuurgeweld vliegen deze viervoeters als prullen door de lucht. Omheiningen, schuren, huizen, auto's, tractors en zelfs een olietankwagen ondergaan hetzelfde lot. De acteurs ( Helen Hunt, Bill Paxton, Jami Gertz) zijn relatief onbekend : de sterren van de film zijn de wervelwinden zo hoog als wolkenkrabbers die maïsvelden aan stukken rijten en de archetypische Amerikaanse plattelandstaferelen in een handomdraai veranderen in apocalyptische puinhopen. Tijdens de opname in Oklahoma en Iowa probeerde De Bont zo realistisch mogelijk het effect van de verwoestende tornado's te herscheppen. Om wind te produceren, werden er Boeing-straalmotoren op een truck gemonteerd, zodat ze wrakstukken langs de acteurs konden blazen. De essentie van de tornado werd echter zes maanden na de draaiperiode aan de ?life? opnamen toegevoegd, dit dankzij de digitale wonderen van de speciale effectenfabriek ILM ( Industrial Light & Magic) in Marin County, nabij San Francisco. Uiteindelijk zou deze productie van 75 miljoen dollar 320 afzonderlijke digitaal geanimeerde shots vereisen. De opnamen zelf verliepen hoogst stormachtig. Ze werden voortdurend opgeschrikt en verstoord door verlies van uitrusting, ontslagen van de camera-crew (die, volgens De Bont, te traag was), ongewenst noodweer en het getier van de regisseur die volgens insiders als een wilde dictator tekeer ging iets wat je hem niet meteen zou nageven tijdens een gesprek bij de koffie in een poepchique Amsterdams hotel. Maakt u films omwille van de technische uitdaging ? JAN DE BONT : Als het verhaal niet deugt, hebben alle effecten ter wereld niets te betekenen. Toen ik eraan begon, wisten we niet hoe we die effecten konden realiseren, de vereiste technologie bestond gewoon nog niet. Dus had ik in de eerste plaats een boeiend verhaal en boeiende personages nodig. Het is altijd heel moeilijk om een film te maken die zich afspeelt binnen een zeer korte tijdspanne, met weinig tijd om de karakters te ontwikkelen. Mensen veranderen niet in enkele dagen, laat staan enkele uren. Dus krijg je meteen een hele boel beperkingen. De enige manier om het toch nog spannend te houden, is het leggen van allerlei kleine accenten, waardoor het publiek zich kan inleven. Pas daarna komt de vraag : hoe realiseer ik de effecten. Als je met de techniek begint, zit je in de problemen. Natuurlijk hou ik ook van de technische uitdaging. Ik vind het interessant om acteurs in een reële omgeving te plaatsen en dat environment daarna te veranderen of bij te sturen door allerhande nieuwe technologie. Na de eerste montage zat er nog geen enkele grote storm in de beelden de zware tornado's werden er later digitaal ingevoegd maar de film werkte en was tot onze grote opluchting spannend van begin tot einde. Toen begon een andere fase met het inlassen van de computershots die druppelsgewijs binnenvloeien een vreselijk tijdrovend proces. Het personage van de tornado, dat alleen in ons hoofd bestond, kwam langzaam ook echt tot leven. Die effecten waren dermate verbazend, dat het leek alsof we een acteur hadden gekozen die bigger than life werd, die zo overheersend en verpletterend werd dat hij de rol van het rivaliserende team stormjagers naar de achtergrond drong. De storm zelf werd de antagonist, en dat merkten we pas tenvolle aan het einde. De beslissende vijftig laatste effectshots kwamen pas binnen twee weken voor de film in de zalen kwam. Zo zie je maar hoe belangrijk het is om te vertrekken van een sterk verhaal, want als je alles op de effecten zet, kun je behoorlijk in de problemen geraken. Wordt een regisseur van zo'n special effects-films niet meer een poppenspeler of een animatieregisseur ? DE BONT : Niet echt. De effecten werden hier altijd aan de film toegevoegd. Er zijn geen scènes met blue screens, we werkten altijd met live beelden. In elk shot zie je acteurs, het gaat nooit om de tornado alleen. Het is veel meer werk, je moet niet alleen een filmploeg overschouwen, maar ook een special effectscrew, een visual effectscrew een computercrew. Als je dat allemaal optelt, heb je op zeker ogenblik controle over 1500 mensen. Maar je moet het allemaal zelf superviseren, want je bent de enige die een overzicht heeft van het geheel. Je moet over elk shotje beslissen. We hadden tijdens de opname altijd een computerlink, zodat er interactief kon worden gewerkt. Er was ook geen tijd om die dure, tijdrovende effectshots over te doen. Als filmregisseur moet je ook die computershots regisseren, onze job is gewoon veel complexer geworden. Vijf jaar geleden waren de mensen die deze effecten creëerden nog louter technici, nu zijn het echte schilders met een opleiding aan de kunstacademie. Om een fotorealistische illusie te kunnen creëren van een tornado, met alle details erop en eraan moet je het talent van een landschapsschilder bezitten. Je werkt met zeer getalenteerde mensen, kunstenaars die ook computertovenaars zijn. Het gaat hier om een totaal nieuwe vorm van creativiteit bij het maken van films. Uw film getuigt van een geweldige landschapsbeleving. Het gaat hier wel om Amerikaanse landschappen, maar heeft het ook iets te maken met uw afkomst, de picturale erfenis van de Lage Landen ? DE BONT : Ik denk het wel. Ik ben altijd erg onder de indruk geweest van Van Ruysdael. Als kleine jongen verslond ik ook Amerikaanse westerns, waarin de onmetelijke hemel en het weidse landschap heel dramatisch werden gebruikt. En onze locaties in Oklahoma herinnerden me zeker aan de Hollandse landschappen, met die dreigende luchten die je verpletteren. Oklahoma is zeer vlak, met af en toe een heuveltje en een zeer machtige hemel die over je hangt. ?Twister? bevat een aantal ongewone camerabewegingen : de camera rijdt niet recht op het onderwerp in maar beweegt er diagonaal naar toe, scheert er langs of snijdt er dwars doorheen. DE BONT : Je ziet niet meteen waar de camera naartoe gaat. Het zijn verkennende shots : het publiek bevindt zich in een onverkend landschap dat met de camera wordt afgetast. En tegelijkertijd legt de camera ook de relatie vast tussen de teams. De camera toont niet alleen het landschap, maar ook hoe het landschap beweegt en verglijdt en hoe de teams uit elkaar rijden. Het is ook een manier om het publiek erbij te betrekken, het mee te voeren met de actie. Uw werk als cameraman was duidelijk een goede leerschool voor het regisseren ? DE BONT : Zeker, in die zin dat ik erg visueel georiënteerd ben, maar niet in de betekenis van mooie plaatjes schieten. Ik wil dramatische beelden maken, al te mooie en evenwichtig gekadreerde stilstaande beeldjes leiden de aandacht af van de realiteit van wat er gebeurt. Ik probeer altijd de link te leggen tussen een personage en zijn omgeving. Ik wil altijd kunnen zien waar een persoon zich bevindt, wat de achtergrond voor hem betekent. De hele film door denk je natuurlijk aan ?The Wizard of Oz?, maar als we finaal Judy Garland zien, is het in een fragment uit ?A Star is Born? ? DE BONT : Ik wilde een fragment uit ?The Wizard of Oz? tonen, maar kon het niet op een akkoordje gooien met de rechthebbenden. Turner heeft de rechten voor tv, maar mag die niet uitlenen aan derden. We mochten eerst zelfs de foto van Dorothy niet gebruiken, daar hebben we drie en een halve maand moeten over onderhandelen. Ik wilde absoluut een referentie aan ?The Wizard of Oz?, want daarin zit tenslotte de storm waarmee het allemaal is begonnen. Om die storm uit te beelden, lieten ze gewoon wat zand door kousen sijpelen. Erg verschillend van hoe ze het nu doen. Als kind was ik gefascineerd door die scène, hoe dat huis door de storm de lucht werd ingeslingerd en meegevoerd. Aangezien ik ?The Wizard of Oz? niet kon krijgen, toonde ik dan maar Judy Garland in een clip uit ?A Star is Born?. En waarom die referenties aan ?The Shining? van Stanley Kubrick. Het shot waarin Jack Nicholson op de deur hamert, is zo gekadreerd dat het lijkt alsof hij aan de poort van de hemel klopt ? DE BONT : Ten eerste ben ik een grote Kubrick-fan, hij is een van de beste regisseurs ter wereld. Ik heb die hele sequentie verzonnen, ze stond niet in het oorspronkelijk script. Ik vond dat de film best een scène kon gebruiken waaruit bleek dat een onzichtbaar monster veel angstaanjagender is dan een monster dat je in de ogen kan kijken. Ik speurde in Oklahoma naar locaties en ontdekte die drive-in bioscoop. Zo kwam ik op het idee om te tonen hoe het drive-in publiek tijdens het kijken naar een angstaanjagende film compleet verrast wordt door natuurlijke terreur. Dus dacht ik aan de scène in ?The Shining?, waarin Jack Nicholson met een bijl achter Shelley Duvall aanzit. Je ziet hoe een man in zijn meest gewelddadige natuur plotseling verpletterd wordt door echt natuurgeweld, wat je doet beseffen hoe nietig hij is. Ik moest Kubrick natuurlijk om toelating vragen. Gelukkig was hij een fan van ?Speed? en vond hij het een prima idee. Ik ontmoette hem niet Kubrick reist niet het gebeurde allemaal per telefoon. Hij was bijzonder aardig. Zij enige eis was dat ik de fragmenten uit zijn film in de juiste volgorde zou tonen. Welke films hebben u ertoe aangezet zelf films te maken ? DE BONT : Ik begon al kleine filmpjes te maken toen ik twaalf was. Ik werd vooral grootgebracht met Amerikaanse westerns. Ik zag het als een spel, de goede in het wit, de schurk in het zwart, de schurk moest altijd het onderspit delven, het speelde zich af in gigantische landschappen. Ik hou van grootschalige films die zich afspelen onder een reusachtige open hemel. Ik ben niet het soort regisseur dat een louter komische film wil draaien, of een film die alleen maar dramatisch is. Ik maak graag films die het leven weerspiegelen : waarin de zaken snel veranderen, waarin euforie en depressie elkaar afwisselen. Wat mogen we verwachten van uw volgende film, ?Speed 2? ? DE BONT : Het gaat nu meer om de relatie tussen het stel uit de eerste film. We krijgen ongelofelijke effecten en stunts, maar omdat de twee elkaar nu langer kennen, kunnen we daar meer op voortborduren. Er is meer ruimte voor humor omdat de hoofdpersonen meer van elkaars gezelschap genieten. De situatie waarin ze terechtkomen, is totaal anders. Geen bus, maar een reeks vehikels : speedboten, grote schepen, kleine en grote vliegtuigen. Het gaat om twee mensen die op vakantie willen gaan, maar het draait anders uit dan ze hebben verwacht ( lacht). We draaien in september en zoeken nog altijd naar acteurs. Sandra Bullock is weer van de partij, maar Keanu Reeves niet. Hij bevindt zich in een moeilijke periode in zijn leven. Hij kan niet goed om met succes, heeft het er moeilijk mee door mensen op straat te worden herkend. Ik wil er niet veel over kwijt. We zijn nog altijd goed bevriend. Ik hoop dat hij er bovenop raakt, ik voel medelijden met hem, hij bevindt zich in een autodestructieve fase. Hij heeft zijn rollen na ?Speed? heel slecht gekozen. De films die hij daarna deed, waren geen successen. En hij wil echt per se een goed acteur worden. Hij wil maar niet accepteren dat hij nooit een Shakespeare-acteur zal zijn. Iedereen heeft zijn beperkingen, wat is daar nu fout aan ? Ik kan ook niet elk type film maken. Ik zal nooit Stanley Kubrick of David Lean zijn, het enige wat ik kan, is naar best vermogen mezelf zijn. Je moet altijd doen waarin je goed bent en je tijd niet verprutsen met zaken die je toch niet kunt. Acteurs hebben het daar altijd lastig mee. Als ik de cast voor een film bij elkaar zoek, merk ik hoe vaak acteurs zich vergissen. Tachtig procent weet gewoon zijn rollen niet goed te kiezen. Wat maar weer eens bewijst dat wij regisseurs slimmer zijn ( lacht). Patrick Duynslaegher Twister : Alle effecten ter wereld hebben niets te betekenen als het verhaal niet deugt. Bill Paxton en Jan De Bont (rechts) : een dolle rit op de achtbaan.Bill Paxton in Twister : de echte sterren zijn de wervelwinden.