Twee Zweedse literaire prijzen binnen zestien dagen: wie doet beter? Toen de achtenzestigjarige Jean-Marie Gustave Le Clézio afgelopen donderdag het nieuws van de Zweedse Academie kreeg dat hij de Nobelprijs voor Literatuur 2008 in de wacht had gesleept, was hij aan het lezen in het werk van een eveneens onsterfelijke Zweedse auteur - op 25 oktober wordt hem immers ook de Stig Dagermanprijs uitgereikt. DatLe Clézio, geboren uit een Britse vader en een Bretonse moeder, voor het geluk in de wieg is gelegd, zal hij zelf niet ontkennen.
...

Twee Zweedse literaire prijzen binnen zestien dagen: wie doet beter? Toen de achtenzestigjarige Jean-Marie Gustave Le Clézio afgelopen donderdag het nieuws van de Zweedse Academie kreeg dat hij de Nobelprijs voor Literatuur 2008 in de wacht had gesleept, was hij aan het lezen in het werk van een eveneens onsterfelijke Zweedse auteur - op 25 oktober wordt hem immers ook de Stig Dagermanprijs uitgereikt. DatLe Clézio, geboren uit een Britse vader en een Bretonse moeder, voor het geluk in de wieg is gelegd, zal hij zelf niet ontkennen. Sinds hij in 1963 debuteerde met Het proces-verbaal is zijn schrijversroem alleen maar groter geworden. Dat existentialistisch verhaal over iemand die schizofreen wordt, zette hem al meteen op de literaire kaart. 'Naar mijn mening is schrijven (...) in staat wat dan ook te doen geloven over wie dan ook.' Zo luidde het credo van het alter ego van Le Clézio dat het fragmentarische dagboek van Adam Pollo inleidde. In een plastische, onderkoelde stijl, die inderdaad aan Dagerman doet denken, maar ook aan de jonge Hugo Claus van De verwondering (1962), laat hij Adam in een Zuid-Frans kuststadje zijn dagen in ledigheid doorbrengen. Ondertussen passeert de Frans-Algerijnse oorlog in flarden de revue. Zijn verkrachting van een jeugdvriendin is een sleutelscène. Geleidelijk aan ontsporen de stijl van het boek én de psychologie van het hoofdpersonage tot hij ten slotte geïnterneerd wordt: 'Hij zit in de oester, en de oester ligt op de bodem van de zee.' Le Clézio, die geboren is in Nice, gebruikte de coulissen van dit havenstadje om zijn maritieme fantasieën in een sensuele stijl te luchten. Die zintuiglijke, ongebonden manier van vertellen zou het waarmerk van Le Clézio worden. Hij wordt na zijn debuut literatuurdocent in Albuquerque (New Mexico) in de Verenigde Staten en trekt, nadat hij in 1975 voor de tweede keer met een Marokkaanse is gehuwd, de wijde wereld rond. Ondertussen begint hij meer en meer zijn roots te verkennen in talloze exotische romans, waarvan Désert (1980) en De Afrikaan (2004) de meest bekende zijn. Van Latijns-Amerika tot Noord-Afrika en Mauritius: Le Clézio laat zijn hoofdpersonages in zijn meer dan veertig boeken, die variëren van fictie tot jeugdboeken en essays, telkens weer op zoek gaan naar de authentieke culturen die door de globalisering vernietigd dreigen te worden. 'Ik vind het moeilijk genoeg de werkelijkheid te vinden.' Het motto van Adam uit zijn debuut groeit uit tot een missie. Le Clézio wil de lezer opnieuw leren zien met de onbevangenheid en ongereptheid van de eerste indianen of de woestijnnomaden van lang geleden. Hij beroept zich daarvoor zelf op zijn gemengde Brits-Franse én Afrikaans-Indiase afkomst. Ook al verwijst zijn familienaam naar het Bretagne van moederszijde - les enclos is Bretons voor een ommuurd erf - toch ligt zijn hart bij de migranten langs vaderszijde die al in de achttiende eeuw naar het eiland Mauritius in de Indische oceaan trokken. In zijn beste werk, zoals Omwentelingen (2003), dat binnenkort door De Geus opnieuw in Nederlandse vertaling wordt uitgebracht, weet hij zijn genealogische zoektocht naadloos te combineren met een feest voor de zinnen, zonder dat het kitscherig wordt. Hij begint de familiesage met het Nice van zijn jeugdjaren. Ook de dekolonisatiestrijd in Algerije wordt in herinnering gebracht. Een tweede verhaallijn vertelt over de omzwervingen van een voorouder die na de Franse revolutieoorlogen op het einde van de achttiende eeuw in Mauritius terechtkomt. Hij brengt terloops ook een mooie hommage aan de eigen ouders en meer bepaald aan de manier waarop zijn warme, Bretonse mama na een voorstelling van Ravels Bolero voor zijn kille, Britse papa is gevallen. Warm en koud zijn de twee zielen in Le Clézio's vertellersborst die in deze caleidoscopische familieroman elkaar perfect in balans houden. Alfred Nobel mag met deze uitverkiezing op beide oren slapen. Le Clézio schrijft inderdaad 'met een idealistische trend', zoals Nobels testament dat wou. Soms zelfs iets té, zoals in de roman In volle zee (1999) - weldra eveneens opnieuw in Nederlandse vertaling - waar hij in al te vrijblijvende bespiegelingen verzandt. Frank Hellemans