Tien jaar Musée de la Photographie in Charleroi.
...

Tien jaar Musée de la Photographie in Charleroi.Tot in de metropool werft de Portoricaanse fotograaf Adal voor een erg jong museum in een buitenwijk van Charleroi. Tien jaar bestaat het, onlangs verbouwd en naar hedendaagse hand gezet. Een museum voor fotografie dat feest viert onder de zotskap : ?dérision & raison? is het programma van hun zomertentoonstelling. Vijftien fotografen werden samengebracht omdat ze zonder eerbied naar conventies en rollen wijzen. Een houding waar de fotografie weinig instrumenten voor in huis heeft. Als registrerende techniek is ze toch bij uitstek ?gehoorzaam?. Hooguit kan ze iets dat ongeoorloofd is tonen, maar altijd doet ze dat neutraal en onbewogen. Hier dus, in Charleroi, werd gekeken of fotografie toch iets meer kan. Grete Stern (1904) is een revelatie. Haar fotomontages alleen al zijn een beloning voor de verplaatsing. Een Duitse vrouw, in Bauhaus door Walter Peterhans geschoold, emigreert in 1936 naar Argentinië. In de late jaren veertig levert ze in het kielzog van vrouwentijdschriften sarcastische commentaar op de verbeelding van deze triviaalliteratuur. Het is later vaak beoefend, maar zelden met zoveel kritisch meevoelen. Die diepgang heeft te maken met de eenvoud van haar techniek : hooguit twee, drie naden, voor niet meer associaties. Het beeld blijft daardoor heel overzichtelijk, de ruimte vrij homogeen en het effect van de collage heel scherp. Het resultaat is sprankelend als een Prévert. De eenvoud helpt ook de scherpte van de associatieve commentaar. Het melodramatische vertrekmateriaal is simplistisch, maar ook universeel als een straatliedje. Stern gebruikt montage niet voor persoonlijke, maar voor maatschappelijke associatie. Wie niet achteraf met het materiaal wil prutsen, probeert het vooraf via ensceneringen. Colin Gray (1956) heeft in het project ?The Parents? een bejaard paar als acteurs opgekleed, geregisseerd, gemanipuleerd. Met excentrieke exuberantie worden ondefinieerbare, maar lichtvoetige grapjes gesuggereerd. Oude gedienden in deze vertellende regiefotografie als Les Krims, Duane Michals en Cindy Sherman zijn ook van de partij in Charleroi. Men merkt het, er zijn heel wat omwegen nodig om dat passieve, nietszeggende procédé dat fotografie heet, een vermoeden van een standpunt, van een commentaar te ontlokken. Beide strategieën, montage en enscenering zitten tegen de grens van de foto aan. Dat is de prijs om fotografie tot oordelen, te verleiden. DE GAATJESCAMERAHeel zuiver fotografisch zijn dan weer twee projecten met de gaatjescamera. De Mexicaan Carlos Jurado (1927) en de Amerikaan Warren Padula (1947) gebruiken zelfgemaakte lensloze cameraatjes. Die zijn traag, onscherp en leveren aandoenlijk intieme beelden op. Heel de technologische ontwikkeling van de camera wordt hier tussen haakjes gezet. Alles wat met snelheid, handigheid en automatisme te maken heeft, is hier afwezig. De meedogenloze scherpte, de onmenselijke snelheid van de fotografie ebben weg in beelden die heel even ?met de hand? lijken gemaakt. De perspectivische vertekeningen van de gaatjescamera (het beeldoppervlak lijkt steeds bolvormig) maken deze beelden visueel ?warm?. Jurado gebruikt dit knutselcameraatje om heel private gedachten te ontwikkelen ; Padula om zich via het archaïsche instrument als een primitieve bezoeker over ?american style of shopping? te verwonderen. Al bij al toch een merkwaardige hommage aan de fotografie. Niet haar kern wordt geëerd, maar de perifere uithoeken van het medium. Een prikkelende voorkeur voor het excentrieke, de rug gekeerd naar de orthodoxie van de techniek. Toch moet je als bezoeker vooral niet lezen. Niet de teksten tegen de wand, in de brochure, in de cataloog. Je vergeet ook best de titel van de manifestatie : ?dérision? (spot) is nauwelijks van toepassing op wat ik er heb gezien. Het woord is een vertekenende interpretatie. Referentiepunt is ?het narrenschip? van Jeroen Bosch. De intentie is hier een zuiverende oefening van ontluistering te brengen. De hofnar wordt ook letterlijk geciteerd. Maar dat is geen bijzonder sympathiek personage. Immers, de vrijheden die hij zich tegenover de heer veroorlooft, worden in loondienst bij diezelfde heer uitgevoerd. Spot als homeopathische therapie, als uitlaat die het systeem bevestigt. Spot is duidelijk geen kritiek, noch analyse. Adal (1958) en de Belgen Pol Piérart (1955) en Jacques Charlier (1939) passen perfect onder de term spot. Waartoe herleidt zich dat ? Adal en Piérart fotograferen zichzelf in allerlei smoelentrekkende omstandigheden. Fotografie in dienst van slecht cabaret. Dat Belgiës taartensmijter Noël Godin met vier portretjes van Charlier de meest geciteerde figuur is van de tentoonstelling spreekt boekdelen. Het is helaas iets waar onze zuiderburen verslaafd aan zijn : de studentikoze charivari. Op het moment dat ze scherp moeten zijn, proesten ze het uit. De pijnlijkste illustratie van deze reflex is de cataloog : een missaal met goudrand en leeslintje ; maar ook het Rode Boekje van de Culturele Revolutie. Het duizelt me bij het vastnemen, met welk been word ik tot struikelen gebracht ? Het knipogen is nu wel heel traag en de ogen heel groot geworden : waar is de relativering van de spotlust gebleven ? Dirk Lauwaert ?Dérision & Raison?, Musée de la Photographie, Charleroi, tot 31/8.In de serie Musea Nostra van het Gemeentekrediet verscheen zopas een publikatie over het ?Museum voor Fotografie Charleroi? (129 blz.). Colin Gray : ondefinieerbare maar lichtvoetige grapjes.