Ooit circuleerde op nieuwsredacties het cynische grapje dat een natuurramp met duizend doden meteen op de eerste pagina moest, tenzij de ramp zich afspeelde in India of China, want dan mocht het ook op pagina vijf. Het lachen is ons intussen vergaan. Terwijl Europa met de handen in het haar zit en piekert over hoe het zijn sociale modellen overeind kan houden, happen India, met een bevolking die voor de helft jonger is dan 25, en China dagelijks naar de slagaders van de westerse economie.
...

Ooit circuleerde op nieuwsredacties het cynische grapje dat een natuurramp met duizend doden meteen op de eerste pagina moest, tenzij de ramp zich afspeelde in India of China, want dan mocht het ook op pagina vijf. Het lachen is ons intussen vergaan. Terwijl Europa met de handen in het haar zit en piekert over hoe het zijn sociale modellen overeind kan houden, happen India, met een bevolking die voor de helft jonger is dan 25, en China dagelijks naar de slagaders van de westerse economie. Hoe ze het daar aanpakken, vertelde columnist Thomas L. Friedman onlangs in The New York Times in een verhaal over de Indiase deelstaat West-Bengalen. Daar is een communistische regering aan het bewind. Toen westerse IT-bedrijven opperden dat de mogelijkheid van stakingen de vestiging van hun bedrijven in de deelstaat in het gedrang bracht, kondigde de regering prompt af dat informatietechnologie 'een levensnoodzakelijke dienst' is en dat staken bijgevolg wordt verboden. Terwijl de Fransen proberen hun 35-urige werkweek te redden, blijken Indiase ingenieurs bereid 35 uren per dag te werken', stelde Friedman ter plekke vast. In de ons omliggende landen hebben ze daarom grote economische en sociale hervormingen in de steigers staan. Bij ons komt het debat over tewerkstelling en vergrijzing heel voorzichtig op gang. En nu al worden de eerste waarschuwingsschoten gelost. Vakbonden dreigen met stakingen als er geraakt wordt aan het brugpensioen en andere sociale verworvenheden. Stilaan groeit in regeringskringen het besef dat een aantal rechtlijnige maatregelen weinig effect zullen hebben, omdat de economische noden in het noorden en het zuiden van het land totaal verschillend zijn. In Vlaanderen zit de werkgelegenheidsgraad dicht tegen het Europese gemiddelde. In Wallonië, dat in zeven sloten tegelijk belandde, is die dramatisch laag. In het zuiden van België luiden meerderheid en oppositie de noodklok. De regio heeft dringend nieuwe middelen nodig. En die kunnen alleen uit de federale reserves komen, want zelf beschikt Wallonië over niet de minste financiële ruimte. De regio beschikt ook niet over de nodige fiscale draagkracht, mocht het ooit die hefboom in handen krijgen. En uitgerekend nu, op een moment dat ook de kosten van de sociale zekerheid en de vergrijzing de volle impact hebben op de federale financies en Wallonië toe is aan een ingrijpend en wellicht duur herstelplan, houdt de financieringswet, die de geldstroom naar de deelgebieden reguleert, de federale overheid in een wurgende strop. In de financieringswet van 1989 stonden nog remmen op het mechanisme dat een deel van de opbrengsten van de personenbelasting en de btw overhevelt naar gemeenschappen en gewesten. In het Lambermontakkoord van 2001 haalde Paars 1 belangrijke remblokken weg om de geldproblemen van het Franstalig onderwijs te kunnen lenigen. Met als gevolg dat ook de Vlamingen een pak bijkomende middelen ter beschikking kregen. Want zo werkt dat in België. Wie destijds durfde te beweren dat het Lambermontakkoord een financiële miskleun was, werd meteen in de categorie van de communautaire zuurpruimen gerangeerd. Vandaag getuigt Luc Coene van de Nationale Bank: 'Rekening houdend met een bepaalde economische groei, gaat er onmiskenbaar steeds meer geld naar de gewesten en gemeenschappen ten nadele van de federale overheid.' Coene, die in 2001 als kabinetschef van premier Guy Verhofstadt mee aan de onderhandelingstafel zat, weet nu dat die afspraak niet langer is vol te houden. De enige uitweg bestaat erin de deelstaten meer fiscale autonomie en nog meer sociaal-economische bevoegdheden te verlenen. Daarover lijkt iedereen het eens. Alleen, voor Wallonië volstaat zelfs dat niet meer. Daarom volgt na de verkiezingen van 2007, onvermijdelijk, een grote communautaire onderhandeling waarbij het niet alleen om Brussel-Halle-Vilvoorde en de rol van Brussel zal gaan, maar om kwesties die de toekomst van het land in een wat definitievere plooi moeten leggen. In afwachting daarvan lijkt Paars vastbesloten zich dood te regeren. Want de angst voor verkiezingen is ongemeen groot, vooral bij de Vlaamse liberalen. Paars heeft vier jaar geleden, zo blijkt nu, op enthousiaste wijze de eigen ondergang georganiseerd. Rik Van CauwelaertDe financieringswet houdt de federale overheid in een wurgende strop.