Het artikel 'De slag om de pa-tiënt' (Knack nr. 40) draagtbij tot het publiek debat over gezondheidsinformatie, en dat is een goede zaak. Toch missen de auteurs, naar onze mening, de kern van het debat. Zij zijn er niet in geslaagd om uit de valkuil van het gebruikelijke amalgaam te blijven; dat amalgaam begint en eindigt met het mantra dat 'de' farma-industrie beoogt 'de' patiënt commercieel liggen te hebben. Laten we eens proberen om de zaken duidelijk te stellen:
...

Het artikel 'De slag om de pa-tiënt' (Knack nr. 40) draagtbij tot het publiek debat over gezondheidsinformatie, en dat is een goede zaak. Toch missen de auteurs, naar onze mening, de kern van het debat. Zij zijn er niet in geslaagd om uit de valkuil van het gebruikelijke amalgaam te blijven; dat amalgaam begint en eindigt met het mantra dat 'de' farma-industrie beoogt 'de' patiënt commercieel liggen te hebben. Laten we eens proberen om de zaken duidelijk te stellen: * De Europese farmaceutische sector komt niet op voor reclamevoering voor voorschriftplichtige geneesmiddelen. * Evenmin verdedigt de Europese farmaceutische sector ontsnappingsroutes van vermomde of pseudoreclame voor voorschriftplichtige geneesmiddelen. * Wel meent de Europese farmaceutische sector om te kunnen bijdragen aan algemene en kwalitatieve informatie over gezondheid en geneesmiddelen, en zij wenst dit te doen op basis van gevalideerde informatie. Deze elementen moeten worden gezien tegen een complete achtergrond: * Het publiek ontvangt massa's gezondheidsclaims van parafarmaceutische producten, cosmetica, voedingssupplementen en voedingsmiddelen, die niet gevalideerd zijn. * Over geneesmiddelen circuleert veel ongevalideerde informatie, van erg onnauwkeurig tot ronduit verkeerd, uit allerlei bronnen, aangezien iedereen de vrijheid heeft om over geneesmiddelen informatie te verspreiden. * De verantwoordelijke voor het geneesmiddel, die het gedurende een tiental jaren heeft ontwikkeld voor het beschikbaar kwam, en die derhalve kan worden verondersteld het geneesmiddel enigszins te kennen, kan er niet van worden uitgesloten om zijn - gevalideerde - informatie in het debat te brengen. * De farmasector wenst geen vrije publiciteit voor voorschriftplichtige geneesmiddelen. Indien men een poging zou ondernemen om de hier gemaakte differentiaties te respecteren, wordt het debat ontdaan van zijn ontransparantie: het gecreëerde amalgaam verdampt, en het gemakkelijke antifarma-elan houdt geen stand; faits divers zoals pharma tv en het ongelukkige Lamisil-spotje blijven dan wat ze zijn: marginaal in het debat. Is het, naar hedendaagse standaarden inzake het recht op informatie van de burgers en de vrijheid van expressie van eenieder, rechtmatig om een sector de mond te snoeren over zijn eigen producten, om de enkele reden dat hij zijn producten te koop aanbiedt? Dat doen we toch ook niet met de redacteurs van het hier gecommentarieerde stuk, die voor de redactie ervan worden vergoed en die het publiceren in een blad dat tegen betaling wordt aangeboden? Waarop rust dan die selectieve en discriminerende benadering? Mochten de auteurs de vragen dus iets nauwgezetter hebben willen analyseren, dan hadden ze ook de vraag kunnen opwerpen hoe journalisten ertoe kunnen worden gebracht om de stelling te verdedigen dat je aan het publiek ernstige (want: gevalideerde) informatie mag en moet onthouden. Hun 'slag om de lezer' is mogelijk geslaagd, maar een bijdrage tot het echte debat werd jammer genoeg niet geleverd. Maar dat is slechts een van de vele contradicties in het hier bekritiseerde stuk. Allerminst zou ik willen sluiten met een stelling dat zij het recht niet hadden om hun amalgaam in het debat te gooien: ik gun hen dat recht. Maar hun repetitie van de bekende antifarmamantra's kan bezwaarlijk als een voorbeeld worden beschouwd van 'the art of verification' die zij geacht worden te beoefenen. Prof. dr. Leo Neels, alg. dir. pharma.be