Op 2 oktober protesteren studenten in Brussel tegen besparingen in het hoger onderwijs en tegen een hoger inschrijvingsgeld. In het debat daarover gooide Bram Roelant, de voorzitter van de Vlaamse Vereniging van Studenten (VVS), in de strijd dat 'elke student de staat vier of vijf keer meer oplevert dan iemand die geen hogere opleiding heeft'. Hij deed dat in De Tijd op 20 september.
...

Op 2 oktober protesteren studenten in Brussel tegen besparingen in het hoger onderwijs en tegen een hoger inschrijvingsgeld. In het debat daarover gooide Bram Roelant, de voorzitter van de Vlaamse Vereniging van Studenten (VVS), in de strijd dat 'elke student de staat vier of vijf keer meer oplevert dan iemand die geen hogere opleiding heeft'. Hij deed dat in De Tijd op 20 september. Klopt dat argument? Volgens onderwijseconoom Ides Nicaise (KU Leuven) zijn exacte berekeningen daarover niet voorhanden, maar is die stelling 'zeker een grove overschatting'. Roelant zegt aan de telefoon evenwel dat hij verkeerd geciteerd is. 'Wat ik bedoelde, is dat elke student de overheid vier of vijf keer meer oplevert dan wat hij of zij de overheid heeft gekost.' Zijn uitspraak baseert Roelant op cijfers uit de studie Education at a Glance van de OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling). En grofweg klopt ze, legt OESO-onderwijsexpert Dirk Van Damme uit. 'Uitgedrukt in virtuele dollars, een rekeneenheid die we gebruiken om landen te kunnen vergelijken, kost elk hoger onderwijsdiploma onze overheid 34.326 dollar of ongeveer 26.600 euro. Daarin zitten de subsidies voor het hoger onderwijs, studiebeurzen, en ook de belastinginkomsten die de overheid 'misloopt' doordat een student (nog) niet werkt. Tegenover die kosten staat - gemeten over de hele levensloop van de afgestudeerde - een gemiddelde baat voor de overheid van omgerekend 162.000 euro. Afgestudeerden mét een hoger diploma verdienen meer dan iemand zonder. Ze betalen meer belastingen en socialezekerheidsbijdragen, en zijn gemiddeld bovendien minder vaak en lang werkloos.' Volgens de OESO-studie zijn de baten voor de overheid niet vijf maar liefst zes keer groter dan de kosten. Maar dat is fel overdreven, zegt Ides Nicaise. Een debat via e-mail tussen hem en Van Damme over de OESO-data en -methode, brengt de cijfers van beide experts dichter bij elkaar. Maar in 2010 was de conclusie van Nicaise in De Opbrengstvoet van Investeringen in het Hoger Onderwijs, een studiemet Steven Groenez, dat de overheid voor elke 100 euro die ze in een student hoger onderwijs investeert 103,5 euro terugkrijgt. 'De overheid verdient er dus een beetje aan, maar weinig meer dan dat.' Veel minder dan de afgestudeerde zelf, benadrukt Nicaise. Hij noemt de subsidie terecht en nodig. Maar hij zegt ook, net als Van Damme, dat ons huidige systeem 'omgekeerd herverdelend' werkt. 'Er vloeit hier meer geld van arm naar rijk dan omgekeerd.' Geconfronteerd met de uiteenlopende conclusies van Nicaise en Van Damme besluit bestuurskundige Filip De Rynck (UGent) dat zeker het becijferen van baten 'complete nonsens' is. 'Dat kún je doodeenvoudig niet. Elke kwantificering is per definitie onvolkomen, een reductie die het debat meer verstoort dan verrijkt. Je kunt wel debatteren over wat de gunstige effecten van hoger onderwijs zijn. Maar dat moet over meer gaan dan economische return alleen. Hoger opgeleiden zijn actiever in het verenigingsleven, bijvoorbeeld. Hoe verreken je dat?' De stelling dat een student de staat vier of vijf keer meer oplevert dan iemand zonder hogere opleiding, beoordeelt Knack als grotendeels onwaar. Bram Roelant zegt evenwel dat hij fout geciteerd is. Wat hij bedoelde, is dat 'elke student de staat vier tot vijf keer meer oplevert dan wat hij of zij de overheid heeft gekost'. Daarover lopen studies zo ver uiteen, dat de vraag rijst of je dat in centen wel zinvol kunt meten. GROTENDEELS ONWAARJan Jagers'Elke student levert de staat vier of vijf keer meer op dan iemand die geen hogere opleiding heeft' Voorzitter van de Vlaamse Vereniging van Studenten (VVS) BRAM ROELANT,in De Tijd.