FACTCHECKER

‘Onderzoek wijst uit dat kinderen en jongeren van honderd procent leerstof na een paar jaar maar één procent onthouden.’ Dat statistiekje gebruikte schrijver Oscar van den Boogaard in een column in De Standaard als argument tegen het inkorten van de zomervakantie, een idee uit de vernieuwingsoperatie van CD&V. ‘Een zomervakantie moet lang zijn’, schrijft Van den Boogaard. ‘Leerlingen en leraren hebben hier te lande twee maanden nodig om bij te komen van een onderwijssysteem dat te veel van hen vergt.’

Tot daar de opinie, nu de feiten. Onthouden we uiteindelijk maar één procent van wat we op school hebben geleerd?

Of je makkelijk kennis kunt reproduceren of niet, is grotendeels genetisch bepaald. Daarnaast hangt het vooral af van drie dingen: herhaling (bij voorkeur met almaar langere pauzes ertussen), interesse (want ons geheugen is selectief) en voorkennis (een soort klittenband).

Om te begrijpen hoe dat werkt, moet je een onderscheid maken tussen het korte- en het langetermijngeheugen, zegt de Gentse hoogleraar psychologie Wouter Duyck. ‘Met ons kortetermijngeheugen houden we bijvoorbeeld een telefoonnummer vast. Dat werkt tot twintig seconden en met een beperkte capaciteit, bij de meeste mensen tot ongeveer zeven items. Het langetermijngeheugen werkt helemaal anders. Niet zoals een harddisk, waarop feiten een vast adres hebben, maar met geheugensporen en netwerken van associaties. Als we aan Elio Di Rupo denken, schieten de neuronen in actie die oplichten bij het denken aan politiek, Walen, Italianen… Onze kennis is het geheel van al die geassocieerde informatie. En wat we schijnbaar vergeten zijn, kunnen we met de juiste hints soms toch nog terugvinden.’

Naar welk onderzoek verwijst Van den Boogaard? ‘De exacte bron heb ik niet’, zegt hij aan de telefoon. ‘Ik had het in een krant of tijdschrift gelezen. Ik gebruik alles rondom mij om m’n punt te maken.’

Volgens pedagoog Pedro De Bruyckere verwijst Van den Boogaard naar de vergeetcurve van Herman Ebbinghaus (1850-1909), de Duitse grondlegger van het geheugenonderzoek. Zijn experiment – betekenisloze lettergrepen proberen te onthouden en reproduceren – leidde tot een curve die aangeeft dat vergeten vooral en snel in de eerste uren gebeurt, en daarna min of meer stabiliseert. Op het einde van zijn experiment, na 31 dagen, herinnerde Ebbinghaus zich nog twintig procent van zijn gememoriseerde onzin.

Is dat de absolute ondergrens, ook na enkele jaren? Wellicht niet, zegt Wouter Duyck. ‘Maar veel minder zal het niet zijn. Eén procent, dat is onzinnig weinig.’

Bovendien loopt de vergelijking tussen Ebbinghaus’ experiment en onderwijs mank, zegt onder meer Tom Beckers, professor psychologie aan de KU Leuven. ‘Leerstof omvat geen toevallige nonsenswoorden, maar betekenisvolle feiten waartussen je verbanden kunt leggen. Feiten die daarenboven verankerd worden, met toetsen, feedback en examens.’

Conclusie

Van den Boogaard heeft een punt dat jongeren veel schoolse kennis vergeten. Onthouden ze maar een derde? Of de helft? Zeker een veelvoud van wat Van den Boogaard beweert. Vijf experts, onder wie drie professoren psychologie, bestempelen de stelling dat jongeren na een paar jaar nog maar ‘één procent’ van alle leerstof zouden kennen als baarlijke nonsens. Knack beoordeelt de stelling als onwaar.

ONWAAR

Jan Jagers

‘Van honderd procent leerstof onthouden we na een paar jaar maar één procent’ Schrijver Oscar van den Boogaard, in De Standaard

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content