INFO : De tentoonstelling 'Pijn' loopt tot 30 april 2006. Het Museum Dr. Guislain in Gent is geopend van dinsdag t/m vrijdag van 9 tot 17 uur en in het weekend van 13 tot 17 uur (maandag gesloten). Op 10 maart 2006 wordt in het museum een symposium gehouden over pijn in geneeskunde en kunst (Malpartout) waarop Sofie Vandamme en Arko Oderwald een lezing zullen geven. www.museumdrguislain.be
...

INFO : De tentoonstelling 'Pijn' loopt tot 30 april 2006. Het Museum Dr. Guislain in Gent is geopend van dinsdag t/m vrijdag van 9 tot 17 uur en in het weekend van 13 tot 17 uur (maandag gesloten). Op 10 maart 2006 wordt in het museum een symposium gehouden over pijn in geneeskunde en kunst (Malpartout) waarop Sofie Vandamme en Arko Oderwald een lezing zullen geven. www.museumdrguislain.beIn de binnengalerij van het museum hangen portretten die Elke Boon speciaal voor deze tentoonstelling heeft gemaakt. Arko Oderwald, hoofddocent van de afdeling Metamedica van de Vrije Universiteit medisch centrum in Amsterdam heeft ze gezien voor hij binnenkwam. 'Ik wist niet dat het foto's zijn van mensen die lijden', zegt hij. 'Meestal kun je aan mensen ook niet zien dat ze pijn hebben. Voor veel patiënten is ook dat een bron van frustratie.'Samen met docente Sofie Vandamme, die een proefschrift maakt over literatuur en geneeskunde, is Oderwald ingegaan op onze uitnodiging om te reflecteren over de kunstwerken en documenten van de expositie. Tussen oude prenten, schilderijen en reclamepanelen van pijnstillers hangen werken van onder anderen Luc Tuymans, Roger Raveel, Andy Warhol, Jean Rustin, Philippe Vandenberg, Thierry de Cordier, Sam Dillemans, Stephan Vanfleteren en Elly Strik. Er staan beelden van Thomas Schütte en Berlinde De Bruyckere, maar er is ook zogenaamde outsiders-kunst te zien. 'Dat is mooi aan de aanpak van het Guislainmuseum', zegt Sofie Vandamme. 'Hier wordt geen grens getrokken tussen kunstenaars en artiesten met een geestesziekte. Als je een kunstwerk koppelt aan een pathologie dring je een medisch-wetenschappelijke interpretatie op. Je ontzegt het werk zijn expressieve kracht en herleidt het tot een illustratie van de ziekte van de maker.'Beide academici zijn vooral bezig met het verband tussen ziekte en literatuur. Oderwald beweert dat de beeldende kunst in de toekomst meer aan bod zal komen: 'Ik ben een onderzoeksprogramma aan het schrijven over verwoording en verbeelding van ziekten.'De multidisciplinaire benadering van Metamedica is in de lage landen redelijk uniek. De afdeling werd in de jaren negentig opgericht om in brede zin te reflecteren over geneeskunde. Literatuur werd daarbij gezien als een bron die kennis over de beleving van ziekten kon verschaffen. In haar proefschrift wil Vandamme bijvoorbeeld nagaan wat een medicus kan opsteken van geschreven bronnen die een expressie en soms een verdichting van de werkelijkheid zijn. 'Ik heb autobiografieën vergeleken over kanker en depressie en verdiep me nu in de grote literatuur', zegt ze. Vandamme en Oderwald willen zich hoeden voor de eendimensionale benadering van de medische wetenschap. 'Aan de hand van stijlkenmerken en kleurgebruik bewijzen deskundigen de ene keer dat Van Gogh een schizofreen was en de andere keer dat hij een epilepticus was', sneert Oderwald. 'Het hele oeuvre van Dostojevski heeft men proberen te verklaren vanuit zijn epilepsie, en het werk van Simon Vestdijk is dat van een manisch-depressieve man.''Het zit in de geneeskunde ingebakken om alles in het kader van een ziekte te plaatsen. Toen ik geneeskunde studeerde, werd van multiple-sclerosepa-tiënten gezegd dat het merkwaardig euforische mensen waren. Het was een teken van het ziektebeeld, want mensen met zo'n ernstige ziekte horen niet euforisch en optimistisch te zijn. Toen ik later onderzoek deed naar de beleving van de ziekte, bleken veel patiënten gewoon opgelucht te zijn omdat er niets aan het ziekteverloop gedaan kan worden. Dat ontslaat hen van hun verantwoordelijkheid.''Diabetespatiënten daarentegen kun-nen wel zondigen, bijvoorbeeld door een gebakje te eten. Zij willen meestal niet over de toekomst praten omdat ze zelf mee aan het roer staan.'Als er geen eenduidige relatie bestaat tussen ziekte of pijn en de expressie ervan in tekst en beeld, heeft een medicus dan wel een boodschap aan de studie ervan? Sofie Vandamme meent van wel. 'Meer dan autobiografieën zetten literaire werken betekenissen op losse schroeven en trekken ze het begrip ziekte open. In De Toverberg laat Thomas Mann de personages Naphta en Settembrini bekvechten over hun visie op ziek zijn zonder zelf tussen te komen. Dergelijke literaire werken zijn minder hapklaar, maar ze kunnen helpen om tot eigen inzichten over ziek zijn te komen.' Oderwald heeft de roman The Corrections van Jonathan Franzen onlangs in een college behandeld. 'Het boek heeft niet het symbolische gehalte van een klassieker als De Toverberg. Maar behalve een indringend beeld van de jachtige urbane samenleving, toont het wat er gebeurt met iemand die aan de ziekte van Parkinson lijdt. De lezer krijgt een goed beeld van hoe de patiënt daaraan ten onder gaat en hoe de familie reageert.' In de catalogustekst bij de expositie Pijn vergelijken Oderwald en Vandamme de verschillende manieren waarop kankerpatiënten en mensen met een depressie over pijn schrijven. Vandamme stelde vast dat autobiografieën over depressies veel meer plastische beschrijvingen van pijn bevatten. 'Ze hebben het over martelingen: hoe het voelt om geroosterd te worden en met een vork langzaam van je oogballen beroofd te worden. Kankerpatiënten daarentegen noteren meestal gewoon: ik heb pijn. De behandeling kan vele soorten pijn veroorzaken, maar die wordt niet beschreven of uitgedrukt.' 'Bij de depressieverhalen overheerst de overtuiging dat de pijn zal blijven duren. Tijd wordt voor mensen met een depressie een soort monotone massa en tegelijk worden de ruimteverschillen kleiner: niet alleen omdat ze zich opsluiten, maar ook omdat hun wereld naar binnen keert. Ondanks die vervlakking blijft pijn met gedetailleerde beschrijvingen pertinent aanwezig in hun geschriften. Dat duidt op de mogelijkheid tot reflectie over de pijn.'Oderwald: 'Kankerpatiënten zijn vaak in de eerste plaats bang dat ze dood gaan, zodat de pijn secundair wordt. Ze is meestal ook gerelateerd aan de bestrijding van de kanker. Voor sommigen is pijn dan ook een teken dat ze leven.''Dit verbeeldt toch helemaal het in pijn zijn', roept Vandamme uit, terwijl ze de zittende figuur van Berlinde De Bruyckere aan alle kanten monstert. De bleke, wassen sculptuur verzoent de harmonie van Rodin met de onbarmhartigheid van de Britse schilder Lucian Freud. Van dichtbij merk je pas dat het ineengedoken lijf geen hoofd bezit. 'Alsof er geen persoon meer is. Alleen lichaamsdelen die aan elkaar gelijmd zijn maar desondanks een schrijnend massief geheel vormen. Het is zoals bij kankerpatiënten die helemaal opgaan in hun pijn en alleen nog kunnen zeggen: "ik heb pijn". Arthur Frank noteert in De wijsheid van het lichaam dat deze toestand van pijn leidt tot incoherentie: de samenhang tussen de ervaring van wie je bent en van de wereld waarin je je bevindt, valt uiteen.' Oderwald is het met de interpretatie van Vandamme eens. Zijn favoriete verbeelding is een parodie van Kamagurka op Edvard Munchs De Schreeuw: 'Ik vind de voorstelling van de twee figuren met de gesloten mond en de afgestopte oren heel erg sprekend.' Kamagurka en De Bruyckere zijn kunstenaars die, voor zover bekend, zelf geen pijn lijden. Dat is duidelijk wel het geval bij de Waalse schilder Jean-Michel Wuilbeaux, die zelfportretten schildert waarbij zijn gelaatstrekken oplossen in vage arceringen. Jean-Pol Godard, die lichamelijk en geestelijk zwaar gehandicapt is, nagelt houten constructies in de vorm van een kruis. Het uitvoeren van deze symbolische kruisigingen brengt hem verlichting. De Gentse kunstenaar Philippe Vandenberg is een brugfiguur. Zijn zielenpijn drukt een zware stempel op zijn leven en werk, maar hij zit wel in het 'normale kunstcircuit'. Zijn monumentale schilderij In Memoriam Ulrike Meinhof, over de Duitse terroriste die in verdachte omstandigheden zelfmoord pleegde, hangt in het tweede expositiegedeelte dat pijn in de sociale context plaatst. Tegenover het grote doek van Vandenberg hangen Warhols elektrische stoelen. Pijn is ook inherent aan het leveren van grootste sportprestaties. Sam Dillemans schildert een pasteuze bokser, Jake LaMotta, die zwijmelend in de touwen hangt. Het achterliggende zaaltje is gereserveerd voor extreme vormen van vrijwillige pijniging. Er liggen geselroedes en andere flagellantenspeeltjes uitgestald, en aan de muur hangt Vanfleterens foto van een met littekens bezaaide arm. De opzettelijke verwondingen leiden in het geval van automutilatie niet tot incoherentie. Integendeel, vaak wordt het zichzelf verminken als helend ervaren. Wat verder verbazen Oderwald en Vandamme zich over de schilderwerkjes van een slachtoffer van een Russische zaak-Dutroux. Katya Martynova, die met een ander meisje ruim 1300 dagen opgesloten zat, kreeg van de pervert die haar misbruikte teken- en schildergerief. Gedurende haar gevangenschap maakte ze schilderijtjes waarbij ze gedichtjes aan haar moeder schreef. De afbeeldingen van ramen en groen lijken de logische uitdrukking van haar hunkering naar de vrijheid. Vreemd genoeg tonen haar schilderij-tjes ook vrouwen die uitdagende houdingen aannemen en daarbij soms een plukje schaamhaar of een tepel laten zien. 'Dat gaat zo in tegen wat we van de pijnexpressie van iemand in haar situatie verwachten', zucht Vandamme. 'Dat bewijst dat pijn nooit te vatten is, je kunt er geen grip op krijgen.''Misschien is het een nietzscheaanse bezwering van de gruwel: als je niet aan je lot kunt ontkomen, omarm het dan', suggereert Oderwald. Aan het eind van de expositie ligt een wassen patiënt op wie een schedelboring wordt uitgevoerd. Het anatomisch model is een stuk uit de gruwelcollectie van Dr. Spitzner, die vroeger een attractie was op kermissen. In de Middeleeuwen dacht men dat dolheid werd veroorzaakt door een insect dat via de neusgaten was doorgedrongen tot in de hersenen en daar versteende. Door een gat te boren in de schedelpan hoopte men het onheil uit het hoofd van de geesteszieke te kunnen verwijderen. 'De hersenen zelf zijn ongevoelig voor pijn', merkt Oderwald laconiek op. Eric Bracke'Aan de hand van stijlkenmerken en kleurgebruik bewijzen deskundigen de ene keer dat Van Gogh een schizofreen was en de andere keer dat hij een epilepticus was.'