De driejaarlijkse Rolex Awards bewijzen hoe, terwijl de politiek faalt, enkelingen het lot van een massa mensen kunnen verbeteren.
...

De driejaarlijkse Rolex Awards bewijzen hoe, terwijl de politiek faalt, enkelingen het lot van een massa mensen kunnen verbeteren. WAT hebben diepzeeduikers, himalayisten, poolreizigers, speleologen, woestijnverkenners, lijnpiloten, legerleiders, dirigenten, operazangers en maffiosi gemeen, behalve hun soms maniakale behoefte aan precisie ? Een Rolex aan de pols. Zeker, er bestaan nog andere uurwerken die in de meest barre omstandigheden op eigen kracht het juiste uur weergeven en waarvan de wijzerplaat, zelfs in het pikkedonker, goed leesbaar blijft. Het zijn echter niet altijd de uurwerken die zich een stoer imago aanmeten, die in de praktijk overlopen van sterkte. En als het er echt op aan komt, is het wél nuttig met de grootste zekerheid te weten hoe laat het is of, dankzij betrouwbare wijzers en de stand van de zon, het noorden niet te verliezen. Uitgerekend daarom ontwierp Rolex, de Zwitserse uurwerkmaker met de grootste omzet ter wereld, tijdens de voorbije zeventig jaar enkele écht waterdichte, schokbestendige, automatische polshorloges. Rolex neemt dan ook veruit de meeste certificaten van de onafhankelijke Bureaux Suisses de Contrôle Officiel de la Marche des Chronomètres voor zijn rekening, daarin gevolgd door Omega, Tag Heuer, Raymond Weil, Rado en de mindere goden. Elke Rolex en niet zomaar een exemplaar uit de reeks wordt er immers gedurende twee weken nog eens aan de strenge proeven onderworpen, vooraleer het nummer, het zegel en de waarborg van de Superlative Chronometer Officially Certified te krijgen. Zoveel vakmanschap heeft uiteraard zijn prijs. Daardoor geldt een Rolex ook als een statussymbool en is het dragen ervan in bepaalde milieus zelfs onveilig geworden. Het goedkoopste (stalen) model kost namelijk nog altijd 62.000 frank, het duurste (in platina goud) bijna 2,4 miljoen frank. Hoewel alle Rolex-modellen alom geprezen ruilgoederen zijn, moet de minder fortuinlijke reiziger zijn hachje meestal met minder zien te redden. Hans Wilsdorf (1881-1960) vervaardigde zijn eerste uurwerken eerst in Londen onder de naam Wilsdorf and Davis en verhuisde nadien naar Genève. Daar werd Rolex sinds 1910 een begrip. Bij zijn overlijden liet Wilsdorf ook een stichting achter. Die zorgt ervoor dat er sinds 1976, naar aanleiding van de vijftigste verjaardag van de Rolex Oyster het water- en stofdichte model bij uitstek de driejaarlijkse Rolex Awards for Enterprise worden toegekend om enkelingen in hun dikwijls zeer eenzame ondernemingen aan te moedigen. Luc Debecker, een Belgische speleoloog, die toen een beschrijvende inventaris maakte van de muurschilderingen in de laat-paleolithische grotten, behoorde tot de eerste vijf laureaten. Zes jaar later viel ook Martine ?Maureen? Fettweis in de prijzen. Sinds haar eerste tocht in 1970 doorheen de maya-gebieden in Mexico en Guatemala, heeft zij omzeggens alle nog bestaande maya-fresco's zo nauwkeurig geïnventariseerd, dat haar archief alleen al tot betere kennis van de mayacultuur leidt. De Rolex Awards bekronen niet alleen ontdekkingstochten, maar ook innovaties en initiatieven ter behoud van het milieu. De vijf laureaten ontvangen elk 1.550.000 Belgische frank (50.000 dollar) en een massief gouden Rolex van 532.000 frank voor het heren- en 379.000 frank voor het dames-model. De tien genomineerden krijgen elk 310.000 Belgische frank (10.000 dollar) en een Rolex van goud en staal, ter waarde van 162.500 frank voor de heren en 130.000 frank voor de dames. De vijftien bekroonde projecten (in totaal kwamen er 2.500 inzendingen uit 116 landen) werden zoals gebruikelijk door internationale experts geselecteerd, zijn sinds woensdag 15 mei bekend en getuigen opnieuw van de menselijke geestdrift en vindingrijkheid. Het wereldberoemde Rolex-kroontje betekent in die zin bijna letterlijk de kroon op het werk van de laureaten. KOESKOESGRAANTJE.Daarbij behoort dit jaar de 36-jarige Senegalees Sanoussi Diakité. Hij wordt gelauwerd voor de ontwikkeling van de eerste wanmolen ter wereld, die de vingergrasachtige digitaria exilis, een voedzaam en smakelijk koeskoesgraantje, mechanisch van zijn kafblaadjes kan ontdoen. Wannen is het schuddend zuiveren van granen. Omdat het manueel wannen met stamper, vijzel en zand voor de Afrikaanse vrouw een zo tijdrovende bezigheid is, dreigt dit basisvoedsel van de Kaapverdische eilanden tot Tsjaad te verdwijnen. Uitgerekend daar doet zich echter in schrijnende mate de nood voor aan een sterk graangewas dat zowel droogte als overstromingen aankan en nog twee tot drie oogsten per jaar levert ook. De prototypes van Diakité's handmolentje, dat twee kilogram van dit graangewas in zes in de plaats van zestig minuten kan wannen, werden ontwikkeld met de steun van de Amerikaanse African Development Foundation. De Rolex-bekroning geeft hem de gelegenheid een atelier op te starten, een eerste serie wanmolens te produceren en zowel de kweek van dit gewas als een eeuwenoud voedingspatroon in ere te herstellen. Mede door de ontoereikende voeding tellen Tanzania en Kenya dan weer een uitzonderlijk aantal blinden. De vertroebeling van de ooglens (staar) is er een ware plaag. Daarom wil de Amerikaanse oogarts Royce O. Hall (60) in Monduli Juu, een hooggelegen bergdorp in Tanzania tussen het Serengeti-park en de Kilimandjaro, tegen eind volgend jaar een oftalmologisch ziekenhuis klaar hebben. Alleen in het gebied van dit Masaï Eye Hospital werden al meer dan zevenduizend staarpatiënten en tal van andere oogaandoeningen geteld. Dokter Hall heeft tijdens de voorbije vijftien jaar heel wat expedities in Afrika, vooral bij de Masaï, georganiseerd en vaak tientallen oogoperaties per dag verricht. Daarbij vervangt hij de verharde en wazig geworden ooglens door een plastieken kunstlens en voert zo ultramoderne microchirurgie in. Omdat Hall's Africa Vision Fund de lenzen gratis krijgt, kost een operatie er zelfs geen 115 frank (3,65 dollar). Het hele project wordt trouwens zo goedkoop, eenvoudig en efficiënt mogelijk gehouden. Het ligt namelijk in de bedoeling de Masaï bij het beheer van het ziekenhuis te betrekken en hen, samen met andere Tanzaniaanse personeelsleden, op te leiden. Dokter Hall, die zijn privé-praktijk in Florida geleidelijk achter zich heeft gelaten en al een slordige drie miljoen frank in het Masaï Eye Hospital investeerde, kan met de Rolex Award bepaalde installaties verbeteren en zich een terreinambulance aanschaffen. Dan nog zal daar, evenals in andere ontwikkelingslanden, veel chirurgisch materieel nodig zijn. Precies daarom heeft William Rosenblatt (36), een Amerikaanse anesthesist aan het Yale New Haven Hospital, vijf jaar geleden het Remedy-project opgestart. Remedy staat voor Recovered Medical Equipment for the Developing World en biedt rijke ziekenhuizen een gedetailleerde methodologie om het klein chirurgisch materieel dat bij elke operatie wordt uitgepakt maar nadien soms zelfs ongebruikt wordt weggeworpen, opnieuw steriel te maken en aan behoeftige ziekenhuizen in ontwikkelingslanden te schenken. Tot nog toe vonden op die manier pakken doktershandschoenen, maskers, hechtdraad, spuiten en dergelijk gerief alles samen ten belope van zo'n driehonderd miljoen frank hun weg naar slecht geoutilleerde operatiekwartieren in de derde wereld. Een zestigtal Amerikaanse ziekenhuizen zijn al bij het Remedy-project betrokken. Door het steuntje van Rolex zal dit netwerk meer bekendheid krijgen en ook structuur, want het gerecupereerd medisch materiaal elk jaar zo'n zes miljard frank waard moet daar geraken waar het hoogstnodig is. TELESCOPEN.De vorming van netwerken is ook de betrachting van Gilbert Clark (49), een ingenieur telecommunicatie van het wereldberoemde Californische Jet Propulsion Laboratory (JPL) in Pasadena. Toen Clark met Robert Jastrow, de directeur van het Mount Wilson Institute in Los Angeles, in 1993 een oude telescoop moderniseerde, rijpte het plan om professioneel afgeschreven telescopen, via computerverkeer (en straks via Internet ?) door studenten en amateurastronomen vanop afstand te laten gebruiken. Dat was het begin van het TIE-project TIE staat voor Telescopes in Education waarop al een tachtigtal scholen in de Verenigde Staten, Canada, Australië, Japan en Engeland zijn aangesloten. De reservatiekalender van de ?oude? 24-duimstelescoop van het Mount Wilson Observatorium is voor de komende maanden volgeboekt. Gilbert Clark hoopt weldra nog vijf telescopen (één van de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie Nasa en vier in Australië) in te schakelen en volgend jaar ook telescopen in Zuid-Korea, Zuid-Afrika en Oekraïne op het TIE-netwerk aan te sluiten. Daardoor kan de sterrenhemel, ongeacht plaats en uur, aanschouwd en bestudeerd worden. Dankzij de steun van een aantal organisaties en particulieren kost één uur observatietijd momenteel ongeveer 1.500 frank (50 dollar), na de voorafgaandelijke aanschaf van een speciaal softwarepakket van zo'n 6.200 frank. Omdat Clark overgestapt is naar de pedagogische afdeling van het JPL, zal de handleiding voor het gebruik van de telescopen ook gevulgariseerd worden. Het gebruik van de modernste beeldsatellieten heeft dan weer te maken met het werk van de vijfde Rolex-laureaat. Georgina Herrmann (58), een vroegere secretaresse bij het Britse Foreign Office, nadien doctor in de archeologie geworden in Oxford en thans docente aan het Institute of Archeology aan het Londense University College, begon vijf jaar geleden, samen met Russische en Turkmeense archeologen, de eeuwenoude Merw-oase bloot te leggen. Zij ligt in de buurt van het stadje Mary, in het diepe zuiden van Turkmenistan, op ongeveer 250 kilometer van de Afghaanse en zo'n 120 kilometer van de Iraanse grens. Merw of het vroegere Gyaur-Kala was eeuwenlang een belangrijke handelspost op de zuidelijke zijderoutes (van Tasjkent langs de Kaspische Zee richting Teheran) en werd door de karavanen uit heel het Midden-Oosten aangedaan. Telkens als de oasestad door veroveraars werd verwoest, werd zij naast de ruïnes weer opgebouwd. Zo ontstond een archeologische site van wel zeven vierkante kilometer groot, die niet alleen de resten van de Erk Kala uit de tweede eeuw voor Christus omvat, maar ook die van latere stadsburchten en van het mausoleum van sultan Sandjar. Die werd er in 1157 begraven en het turkooizen koepelgraf was al van een dagreis ver te zien. Dit alles wordt nu voort in kaart gebracht, in zijn historische context geplaatst en uitgeschreven. De ambitie van het project reikt hoog : niks minder dan de vraag aan de Unesco om de site te beschermen in het kader van de Conventie ter Bescherming van het Cultureel en Natuurlijk Erfgoed van de Wereld. Wat erop neerkomt dat de Merw-ruïnes dan net als de Acropolis in Athene, de holwoningen in de Turkse Göremevallei, Persepolis in Iran, de Taj Mahal in India, Borobodur in Indonesië, Machu Pichu in Peru, de Mont Saint-Michel in Bretagne en ruim driehonderd andere cultuur- of natuurmonumenten als World Heritage zouden geklasseerd worden. DE Q-DRUM.Bhutan, het koninkrijkje in het hartje van de Himalaya, kende tot in 1906 een heuse theocratie. De kloosterburchten, dzongs genaamd, speelden er bovendien een zo belangrijke rol dat zij hun naam aan de taal van het land gaven : het Dzongka. Twee van de tien bijkomende Rolex-laureaten waren daar, los van elkaar, mee bezig. Sabine Cotte (34), een Franse kunstrestauratrice, stelde, zoals menig avontuurlijk trekker in dit gebied, vast dat de kloosterburchten bouwvallig worden en dat op die manier ook eeuwenoude fresco's verloren dreigen te gaan. Daarom zal ze, met haar vriend (een Australische architect) en met de steun van de Bhutaanse regering, een handboek in het Dzongka en het Engels samenstellen om de inheemse bevolking toe te laten de kloosterburchten beter te onderhouden en, zo nodig, te restaureren. George van Driem (38), lector in vergelijkende taalkunde aan de Universiteit van Leiden, heeft niet alleen de officiële transcriptie van het Dzongka in het Latijns schrift gemaakt, maar stelde ook de grammatica van deze taal samen. Hij doet dat voor nog vier andere minderheidstalen in het hooggebergte en leidt een team van zeven linguïsten, dat uiteindelijk alle ?Himalayatalen? te boek wil stellen én bewaren voor de mensheid. Gorur Gopinath (44), een voormalig legerofficier, wil van zijn kant in het Indische Bangalore eeuwenoude milieuvriendelijke teelttechnieken in ere herstellen om de cultuur van de moerbeiboom en de kwaliteit van de (niet-bespoten) bladeren, waarmee de zijderupsen zich voeden, te verbeteren. Gopinath, die tijdens de voorbije zes jaar moeilijkheden ondervond om op ecologische methodes over te schakelen, heeft die nu onder de knie en wil een centrum oprichten om andere zijdetelers ?de teelt in harmonie met de natuur? aan te leren. Omdat de natuur het de mens niet altijd even makkelijk maakt, zeker niet als hij naar drinkwater moet zoeken, ontwierp een Zuid-Afrikaans architect Hans Hendrikse (50), samen met zijn jongere broer Pieter, de Q-drum. Dit is een ton, die vijftig tot zeventig liter water kan bevatten en aan een touw wordt voortgetrokken. Het hoeft geen betoog dat deze waterton het lot van tientallen miljoenen vrouwen en kinderen in de derde wereld kan verbeteren, doordat ze het halen van water voortaan in een minder belastende gezinstaak verandert. Het probleem was niet zozeer de vorm, maar wel om tegelijk stevig en goedkoop materiaal voor de Q-drum te vinden. Na de eerste terreintests, ten noorden van Pietersburg en in KwaZululand, werden al een tweehonderdtal exemplaren verkocht. Zij kosten echter nog een kleine duizend Belgische frank, en dit is nog te duur. Daarom verdelen humanitaire organisaties de tweede reeks en zal de Q-drum in de toekomst wellicht slechts succes kennen door bemiddeling van ontwikkelingshulp. SPRINKHANEN.In die geest voerde professor Frithjof Voss (59), een deskundige in satellietfotografie van de Technische Universität Berlin, tijdens de voorbije zes jaar pilootprojecten uit in Madagascar, Mali, Mauretanië, Nigeria en Sudan om de broedplaatsen van treksprinkhanen via satelliet in kaart te brengen en nauwkeurig te observeren. Dit reikt de waarnemers in Europa de mogelijkheid aan om tijdig interventieteams in te zetten om te verhinderen dat de sprinkhanen, die zich razendsnel vermenigvuldigen, nog gaan uitzwermen ook. Professor Voss stelde zijn waarschuwingssysteem in april 1995 voor op een internationaal congres over sprinkhanen en hoopt dat het in een aantal geregeld geteisterde landen tot grootschalige pro-actieve operaties kan leiden. Zodra de sprinkhanen uitzwermen, is het immers te laat en kunnen zij per dag evenveel gewassen verslinden als honderdduizend mensen in een jaar nodig hebben. Naar preventie streeft ook Eric Gilli (38), een Franse geoloog. Met zijn Centre d'Etude du Karst in Nice hoopt hij aardbevingen te helpen voorspellen door eerst ondergrondse sporen te zoeken van aardbevingen die zich tijdens de jongste twintig of dertig millennia voordeden. Eric Gilli en andere geo-speleologen onderzochten daartoe al grotten in de buurt van Kobe en Los Angeles. Momenteel maken ze in Zuid-Frankrijk en Turkije seismische analyses aan de hand van de sporen van aardbevingen in bepaalde grotten. Al dat werk moet leiden tot een methode waarmee de risico's op aardbevingen in sommige streken beter ingeschat kunnen worden. Professor Nabil Lawandy (38) van de Brown University (Providence, VS) wil dan weer de dure laserbehandelingen van bepaalde kankers ook in arme landen betaalbaar maken. Het verfmengsel, de LaserPaint, dat hij ontwikkelde, kan daarbij helpen omdat het een van de twee lasers, die bij de fotodynamische therapie gebruikt worden, overbodig zou moeten maken. Lawandy's LaserPaint zou volstaan om het licht van de eerste laser rechtstreeks tot op het weefsel te leiden. Om precies na te gaan hoe groot de verontreiniging van onze planeet op grote hoogte is, begon de Tokai-sectie van de Japanse Mountain Climbing Club vorige zomer aan een project, waarbij ze tegen begin volgend jaar 36 van de hoogste toppen (in 17 landen) beklimt. Onder leiding van Jun'ichi Shinozaki (33), een gynaecoloog in Nagoya, en professor emeritus Nobuyuki Nakai, een geoloog, worden er bij elke beklimming allerhande opmetingen en monsters genomen om de graad van de luchtverontreiniging op grote hoogte langs de Stille Oceaan te bepalen. Omdat luchtverontreiniging en bodemerosie ook Spanje teisteren, ging Mario Robles del Moral (37), hoofdverpleger in het ziekenhuis van Malaga, drie jaar geleden milieubeheer studeren en startte hij sindsdien niet alleen een ecologisch onderzoeksinstituut, maar eind 1994 vooral de herbebossingscampagne Bosques de España in Malaga op. In het kader van die actie werden al meer dan honderdduizend bomen geplant. De campagne vindt nu uitbreiding over heel Spanje, er zijn een aantal politieke verantwoordelijken en het Koningshuis bij betrokken. Bijna de helft van Spanje kampt met bodemerosie en de verwoestijning die ermee gepaard gaat. Maar zoals wel vaker gebeurt, moet er een enkeling opstaan om de instellingen in beweging te krijgen. Gehoorzaam aan die redenering liet Norberto Luis Jacome, als bioloog verbonden aan de dierentuin van Buenos Aires, in 1993 voor het eerst in Zuid-Amerika de Andescondors zodanig in gevangenschap kweken, dat de jongen zonder enig visueel contact met de mens voorbereid worden om zonder problemen aan te sluiten bij de condorpopulatie in het wild. De groepsgeest van de Andescondor blijkt namelijk zo groot dat één dier, dat in gevangenschap vertrouwd geraakt met de mens, voldoende is om andere condors naar de mens en hun mogelijke dood te lokken. Daarom worden condorjongen in de dierentuin gevoed met behulp van condorpoppen. Om de natuur tegen de mens te beschermen, moet de mens inderdaad al eens de bereidheid tonen om zichzelf weg te cijferen. Voor het te laat is. Want dan helpt zelfs een Rolex niet meer. Frank De MoorGeorgina Herrmann : de blootlegging van de Merw-oase.Gilbert Clark : recyclage van oude telescopen.Sanoussi Diakité : wanmolen voor het koeskoesgraantje.Royce O'Hall : plastieken kunstlenzen voor Masaï.William Rosendlatt : het recupereren van gebruikt medisch materieel.Hans Hendrikse : de rollende waterton.Frithjof Voss : sprinkhanen opspeuren.Eric Gilli : grotonderzoek om aardbevingen te voorspellen.