Niemand zal het tegenspreken: het spaarboekje is en blijft dé belegging bij uitstek voor de Belg, in elk geval toch na het vastgoed. Volgens de cijfers van Belgostat (Nationale Bank van België) van 31 maart 2005, bedraagt het totale spaargeld van alle Belgen samen immers 143,6 miljard euro, of 19,2 % van het totale roerende vermogen. Vijf jaar eerder was het spaargeld goed voor slechts 12,5 % van dat vermogen. In vijf jaar tijd ging het totale bedrag op spaarboekjes er met andere woorden met bijna 55 % op vooruit. De recente terugval moet dus gerelativeerd worden en dat heeft alles te maken met de talrijke troeven waarover het spaarboekje beschikt.
...

Niemand zal het tegenspreken: het spaarboekje is en blijft dé belegging bij uitstek voor de Belg, in elk geval toch na het vastgoed. Volgens de cijfers van Belgostat (Nationale Bank van België) van 31 maart 2005, bedraagt het totale spaargeld van alle Belgen samen immers 143,6 miljard euro, of 19,2 % van het totale roerende vermogen. Vijf jaar eerder was het spaargeld goed voor slechts 12,5 % van dat vermogen. In vijf jaar tijd ging het totale bedrag op spaarboekjes er met andere woorden met bijna 55 % op vooruit. De recente terugval moet dus gerelativeerd worden en dat heeft alles te maken met de talrijke troeven waarover het spaarboekje beschikt. Om te beginnen is er de . Welk ander product kan er immers prat op gaan dat de interesten die het biedt vrijgesteld zijn van roerende voorheffing (15 %) tot een bedrag van 1550 euro? Dat betekent dat het gespaarde bedrag mag oplopen tot 77.500 euro, belegd tegen 2 %, voor het belast wordt. Als we daar aan toevoegen dat na de hervorming van de belasting van fysieke personen het voordeel zal worden berekend voor elke echtgenoot of samenwonende apart, dan weten we dat het bedrag van de interesten waarop geen roerende voorheffing hoeft te worden betaald, tot 3100 euro kan bedragen als het gaat om een gemeenschappelijke rekening voor beide echtgenoten of samenwonenden. De rente die de banken bieden mag met andere woorden als een nettorente worden beschouwd zolang de interesten niet meer dan 1550 euro of 3100 euro (voor echtgenoten of samenwonenden) bedragen. Naast dat fiscale aspect is ook de van het geld op een spaarboekje een onmiskenbaar voordeel. Even langs de bank en de klus is geklaard, men heeft zijn geld op zak. Andere beleggingen, zoals de termijnrekening en de kasbon, laten een dergelijke liquiditeit niet toe, tenzij men een fikse boete betaalt. Om er zeker van te zijn dat men zijn kapitaal binnen handbereik heeft wanneer er een mooie kans is om een alternatieve belegging te doen of wanneer men een nieuwe wagen wil kopen, kan men niets beters hebben dan het spaarboekje. Ook is een essentieel punt voor de goede huisvader. De sommen die op een spaarboekje staan, zullen bijvoorbeeld niet schommelen in functie van de evolutie van de rente. Er is dus geen risico dat het kapitaal aan waarde verliest. Na de verliezen die ze hebben geleden door de beurscrash van 2000, keken sommige beleggers echt uit naar zo'n veilige haven. Het zal sommigen misschien verbazen, maar het op een spaarboekje is zo slecht nog niet, zeker niet als men rekening houdt met het fiscale aspect. Zoals uit de tabel blijkt, kan het rendement soms tot 2,5 % bedragen (netto tot 1550 euro rente per belastingplichtige), wat aantrekkelijker blijft dan het rendement dat men op de - heel wat minder liquide - kasbons kan krijgen. Een kasbon met een looptijd van één jaar biedt momenteel immers maximum 2 % bruto, of 1,7 % netto rekening houdend met de roerende voorheffing van 15 %. Behalve die voordelen dragen ook de concurrentie van de banksector op dit vlak en de Eenmalige Bevrijdende Aangifte bij tot het succes van het spaarboekje. Maar het is en blijft een tijdelijke oplossing, in afwachting van een grote uitgave of een interessantere belegging. De spaarder zal altijd alternatieven blijven zoeken. En de banken zullen blijven nadenken over producten waarmee ze nieuwe klanten kunnen aantrekken. Na de fondsen met gewaarborgd kapitaal wordt de nieuwe mode bij de banken nu gevormd door gestructureerde rekeningen en producten die over een korte periode een hoge rente bieden. Deutsche Bankbeet de spits af door een rente van 7 % bruto te bieden gedurende drie maanden voor elke storting tussen 10.000 en 40.000 euro na een gesprek met een adviseur van de bank. De operatie had zo veel succes dat de bank de vraag niet meer kon volgen. Dexiarook een mooie zaak en lanceerde een operatie die 9 % bruto biedt. Maar de rente mag dan al hoger lijken, men moet er wel rekening mee houden dat het om een heel ander product gaat. Bij Dexia gaat het om een gestructureerd product - terwijl het product van Deutsche Bank eerder op een termijnrekening met een (erg) hoog rendement lijkt - waarmee de belegger drie maanden lang op de helft van zijn kapitaal een rendement van 9 % kan krijgen. De andere helft van het kapitaal zal worden geïnvesteerd in het echte gestructureerde product - Dexia Funding Netherlands Multiple Capital Repayment 4 - dat het eerste jaar een rendement van 5 % zal bieden. Daarna zal de evolutie van het rendement afhankelijk zijn van de evolutie van een korf aandelen gedurende de elf resterende jaren (de looptijd van het product bedraagt immers twaalf jaar). Bij Dexia is men dus meer gebonden en heeft men meer onzekerheid dan bij Deutsche Bank. De spaarder, die nog altijd erg voorzichtig is, zal nog vaker geconfronteerd worden met dergelijke alternatieven voor het spaarboekje. Maar die zullen vaak maar een korte looptijd hebben of op een gestructureerd product met een onzeker rendement lijken. Toch zullen dit altijd producten blijven waarmee men klanten wil werven en waaraan heel wat voorwaarden verbonden zijn. Men kan dus maar beter eerst goed nagaan of de belegging in kwestie ook echt meer opbrengt dan het spaarboekje. Vincent JoyeOndanks zijn vele troeven is en blijft het spaarboekje een tijdelijke oplossing, in afwachting van een grote uitgave of een interessantere belegging.