Wel en wee van een uitstap naar het openluchtmuseum van Bokrijk.
...

Wel en wee van een uitstap naar het openluchtmuseum van Bokrijk.Ik heb vorige dinsdag je bel gloeiend gezet, op de deur getrommeld en door de brievenbus geloerd, maar tevergeefs. Waar waren jullie verduiveld naartoe ? Zo vroeg Pierre. ?Is dat wat jij verstaat onder vriendschap, een echtpaar zijn doen en laten naspeuren ?? zei ik streng. ?Hohoo, behoudens dat loeren door de brievenbus heb ik de regels der privacy niet overschreden. Bel en klopper staan ten dienste van de bezoeker, het zijn uitwendige instrumenten en tevens tekenen der gastvrijheid. En nu we het er toch over hebben, waar was jij vorige dinsdag ?? ?Met mijn gade naar Bokrijk, verdomd,? zei ik nog een tikkeltje strenger. ?Haha,? lachte Pierre, ?jullie zijn eens lekker gaan Jacob Smitsen !? ?Wat bedoel je met Jacob Smitsen ?? zei ik nu zo streng als het me mogelijk was zonder in belachelijkheid te vervallen. ?Wel, ik bedoel zo wat om en in boerenwoningen op het erf rondscharrelen, over hanebalken kouten, voutekamers beklimmen en melkteilen bewonderen om van een bezoek aan de schelf nog te zwijgen.? ?Spot niet, kerel,? zei ik. ?Mensen die ons boerenpatrimonium om de dertig jaar in het verre Limburg bezoeken, moeten eigenlijk gelauwerd worden.? ?En de reden voor deze grote eer, als ik vragen mag ?? vroeg hij schertsend. ?Ach man,? zuchtte ik. ?Het Bokrijks museum is mooi genoeg, maar de weg er heen is een ware calvarie. Ooit toen ik nog jong was, was er een architect die ronduit beweerde dat wij het lelijkste land van de wereld hadden, niettegenstaande hij er zelf een steentje had toe bijgedragen. Ik was toen in mijn heimatgevoel gebeten. De tijd heelt alles, maar door de steenweg op Aarschot te doen, is de oude beet weer opengegaan. De man kan wel eens gelijk hebben.? ?Kom, kom, zo erg zal het wel niet zijn,? suste hij, ?hoewel ik daar sinds de Duitse inval van mei '40 niet meer geweest ben.? ?WAT GINGEN JULLIE in vredesnaam oostwaarts vluchten ?? riep ik verbaasd. ?Ja, onze oude pater familias was zodanig van slag dat zijn oriëntatievermogen tijdelijk verlamd was en hij met zijn kroost de vijand tegemoet vluchtte.? ?Ik kan u verzekeren dat de nieuwbouw meer schade aangericht heeft dan het oorlogsgeweld,? zei ik. ?Moet dan heel deze streek vernietigd worden door zwavel en vuur om de architecturale zonden ?? vroeg hij. ?Is er dan niet één schoonheidsvlek die ze kan redden van de ondergang ?? ?Ja... misschien wel,? antwoordde ik, terwijl ik door mijn geheugen harkte. ?Ja, tussen Diest en Scherpenheuvel, zo ongeveer halfweg is er aan de rechterkant een barst in de lintbebouwing van zo'n goeie honderd meter en als men dan de duim voor een chalet houdt dat achterin staat, dan flitst je het prachtig glooiende land voorbij. Wij zijn gestopt en hebben er onze picknick opgegeten.? ?Picknick ? Zijn jullie onwel of overstuur ? Picknick meenemen als om de drie huizen in de rij belegde broodjes verkocht worden ? Picknick, dat is een incivieke daad tegen de consumptiemaatschappij,? riep Pierre. ?Ja, wij hebben zo onze hebbelijkheden, en zolang het niet beboet wordt blijven wij het doen,? zei ik kordaat. ?En hoe was nu eigenlijk in Bokrijk ?? vroeg hij. ?Prachtig man, prachtig,? zei ik. ?Mooie wandelingen door dreven en bossen, de koekoek roept er en achter elke bocht kan er een veld met Angeluspaar opduiken. De boerenillusie krijgt nog een extra zetje doordat de suppoosten in blauwe kiel en rode neusdoek zowat rondklossen of op boerenbanken aan aarden pijpen lurken.? ?Verdorie,? zei Pierre vinnig. ?Daar zit wel wat in. Had ik dat vroeger geweten, wat zou ik daar tegen een vette maandwedde gepastoraald hebben. Ik ben wel geen pijpenroker maar ik verwed er mijn wenkbrauwen op dat er een pijp kan ontworpen worden waarin men een sigaret kan verbergen. Ik zie het al voor me, zo nu en dan een schaap strelen, mooie bezoeksters op boerenwetenswaardigheden wijzen, kortom een luilandelijk leven leiden tot zes uur en mij dan in het nachtleven van Hasselt storten. Een gemiste kans !? ?Dat is niet de ware geest die over het domein waart,? berispte ik. ?Jij zou er alras een tingeltangel van maken.? ?Al wat menselijk is moet des boers zijn,? declameerde hij. ?En een scheutje hypocrisie siert wel niet, maar maakt de illusie des te echter.? ?Cynicus,? dacht ik, toen hij de deur uit was. Volgende keer ga ik nóg geniepiger naar Bokrijk. Gommaar Timmermans Suppoost verjaagt al te drieste toeristen met een paar wolkaarden.