Geloof in prijsstabiliteit, ijver er dag en nacht voor en al de rest, economische groei en tewerkstelling, zal u in de schoot vallen."
...

Geloof in prijsstabiliteit, ijver er dag en nacht voor en al de rest, economische groei en tewerkstelling, zal u in de schoot vallen." Zo luidt het eerste en het belangrijkste gebod dat de nieuwe profeten uit Frankfurt de Europese bevolking voorhouden. En voor zover nodig is er nog een tweede gebod: "Werknemers, wees flexibel." Meer dan twaalf uur werden Wim Duisenberg en zijn vijf collega's-directeurs van de Europese Centrale Bank (ECB) vorige week door het Europees parlement ondervraagd, en in zes verschillende talen werd het nieuwe Europese credo erin gehamerd. Stabiliteit en niets anders dan stabiliteit, resumeerden de zes hun opdracht en die van de bank. Vorige zaterdag, na de langste lunch uit de Europese geschiedenis, benoemden de vijftien regeringsleiders Duisenberg en zijn directieteam. Pas na advies van het Europees parlement kunnen de zes hun contract ondertekenen. Nu al is het een uitgemaakte zaak dat het parlement de keuze van de regeringsleiders met een grote meerderheid zal goedkeuren. De bezwaren over het bedenkelijk compromis op de top van Brussel over de benoeming en het vroegtijdig ontslag van Duisenberg worden doorgeslikt. Over het gedachtengoed van de directie en haar obsessie voor stabiliteit valt in de grote fracties alleen maar tevredenheid of berusting te horen. Hooguit komt er een bedenking dat er geen alternatief voor de monetaire aanpak bestaat. De snelheid waarmee het Europees parlement zijn standpunten en principes inslikt, blijft verbazen. Enkele uren voor de Franse president Jacques Chirac met kanselier Helmut Kohl en de Nederlandse minister-president Wim Kok over de benoeming van Duisenberg in de clinch ging, hadden vele parlementsleden de puntjes nadrukkelijk op de i's gezet. Het verdrag en niets dan het verdrag, heette het. Nogal wat parlementsleden vertelden dat ze zaterdagnacht slechtgemutst naar bed gingen, toen ze de inhoud van het vergelijk rond Duisenberg vernamen. "Het is evident dat de geest van het verdrag niet gerespecteerd werd", zei Fernand Herman (PSC). Toch is er geen sprake van dat hij het verdrag niet goedkeurt. "Het Europees staatsbelang eist dat we met dit akkoord instemmen en geen rekening houden met de tendentieuze perscommentaren. De media is het in eerste instantie om het incident te doen." Een gelijkaardige redenering houden de liberalen en de sociaal-democraten erop na. Ook de jonge Turk Filip De Coene (SP) volgt braaf de ordewoorden op. "Er is geen enkele reden om ons lafheid te verwijten. Met de benoeming van Jacques Santer en het handelsakkoord met Turkije toonden we al aan dat we onze tanden wel durven laten zien." Zelfs bij de groenen neigt de meerderheid naar ja. Magda Aelvoet: "Ik zal me bij de uitspraak van de fractie neerleggen, ook als die zich voor een ja uitspreekt." WIM DUISENBERG BESLIST ZELFDe blikvanger van de hoorzittingen was ongetwijfeld Wim Duisenberg. Zonder al te veel moeite en erg relax pareerde hij de vele vragen over het "vrijwillig" ontslag dat hij na vier jaar wil nemen. Als we de toekomstige president van de ECB mogen geloven, gaat het om een puur individuele beslissing. "Bij leven en welzijn en een goede gezondheid kan ik de volledige acht jaar uitzitten." Voor Duisenberg is zijn vroegtijdig vertrek een mineur probleem. "De laatste dertig jaar heeft slechts één gouverneur van de Britse centrale bank de volle termijn uitgedaan. Toch heeft het de activiteiten van de bank niet verstoord." Over het tijdstip dat hij zal opstappen, bleef Duisenberg opnieuw erg vaag. "Ik heb nooit gezegd dat ik vier dan wel vijf jaar blijf. Alleszins blijf ik tot de nationale munten in de elf eurolanden zijn ingeruild. De datum waarop ik vertrek, staat echter niet vast. Men heeft me dat vorige zaterdag ook gevraagd en er zelfs op aangedrongen, maar ik weigerde daarop in te gaan. Ik ben voor acht jaar benoemd en beslis zelf wanneer ik opstap." Duisenberg praatte en reageerde of hij de benoeming al op zak had en niemand hem nog wat kon doen. Ook Chirac niet. Duisenberg veroorloofde zich zelfs kritiek op de regeringsleiders. Hun beslissing om nu al een Fransman als zijn opvolger aan te duiden, noemde hij "lichtjes absurd". "En," voegde hij er met pretogen aan toe, "ik wik mijn woorden. Ik vind het jammer dat de nationaliteitskwestie zo op de voorgrond kwam." Met deze en andere bedenkingen wou hij vooral duidelijk maken hoe onafhankelijk hij wel is en dat hij niemand naar de mond moet praten. Daarmee wou hij ongetwijfeld het parlement charmeren, maar nog veel meer de wisselmarkten. Hoe onafhankelijker de bank en haar voorzitter, hoe beter voor de euro. Het is Duisenberg toevertrouwd om daar zijn voordeel mee te doen. Duisenberg mag dan al zeggen dat "centrale bankier het mooiste beroep voor een econoom is", hij kan moeilijk verbergen dat hij in een vorig leven politicus was. Socialist bovendien. In 1973 was hij minister van Financiën in het radicale kabinet van Joop den Uyl (PvdA) en kreeg hij de oliecrisis op zijn kop. Als "Keynesiaan" was Duisenberg van mening dat de bestedingen in tijden van recessie gestimuleerd moeten worden. Toen, door de verviervoudiging van de olieprijzen, zich een koopkrachtdaling aftekende, stelde hij voor - het was niet eens een grap - om aan alle Nederlanders per cheque een tientje over te maken. Het "tientje van Duisenberg" kwam er nooit, maar de overheidsbestedingen gingen wel de hoogte in. "We hebben ons toen in de puree gestimuleerd", zei hij later. In de 1975, toen de eerste alarmerende cijfers over de toename van de collectieve lasten bekend raakten, bepleitte Duisenberg een ombuiging van het beleid. De overheidsuitgaven mochten maximaal met één procent per jaar stijgen. Duisenberg werd niet gevolgd; zeker in zijn partij vonden ze zoveel hardvocht onbespreekbaar. Pas zeven jaar later, met een financieringstekort van bijna tien procent, begon politiek Nederland rijp te worden voor zo'n kentering. Duisenberg was toen al lang weg uit de politiek. Na een kort oponthoud als Kamerlid en een ommetje bij de Rabobank, werd hij in 1982 president van de Nederlandse centrale bank. Dat bleef hij tot eind 1996 toen hij, in opvolging van Alexandre Lamfalussy, tot president van het Europees Monetair Instituut werd benoemd. Hoewel Duisenberg er zelden werd op betrapt dat hij zich moe maakte, een stevige roker en drinker is en zijn managementsstijl als "achteroverleunend" wordt omschreven, heeft hij een uitstekende reputatie. Zeker bij zijn collega's-centrale bankiers die hem als kandidaat naar voren schoven. Sinds hij zich op het einde van de jaren zeventig tot het monetarisme bekeerde, stelde hij zich tot doel om van de gulden een harde munt te maken. Daarom koppelde hij ze aan de mark en spelde hij de verspilzieke overheid jaar na jaar de les. Voormalig minister-president Ruud Lubbers kon dat slechts matig waarderen. "De bladeren vallen van de bomen en daar komt de boodschap van de Nederlandse Bank", sneerde hij in oktober 1990. Duisenberg gaf geen krimp, maar betreurde enkele maanden later wel Lubbers "versloffing" van de begrotingsdiscipline. DE INFLATIE IS NOG NIET DOODHoewel er onwaarschijnlijk veel voor Duisenbergs verkiezing als president is gelobbyd, heeft de betrokkene zelf er nauwelijks een voet voor verzet. Het waren de centrale bankiers die de ministers van Financiën informeerden dat Duisenberg hun kandidaat was. In het bijzonder Hans Tietmeyer van de Bundesbank manifesteerde zich als een overtuigd supporter. Twee jaar terug, bij zijn benoeming als EMI-voorzitter, prees hij Duisenberg de Frankfurtse hemel in. "Hij is uitstekend gekwalificeerd omdat hij een overtuigd voorstander van prijsstabiliteit is. Hij heeft ook een onafhankelijke instelling. Indien nodig, heeft hij de moed om conflicten aan te gaan." Dat bleek ook tijdens de hoorzittingen. Toen iemand vroeg waarom de notulen van de raad van bestuur pas na zestien maanden publiek zouden worden gemaakt, liet Duisenberg de betrokkene rustig uitpraten en voor een onmiddellijke verspreiding pleiten. Dan pas corrigeerde hij. "U vergist zich. Wat mij betreft, gaat het niet over zestien maanden, maar wel jaren, hoewel ik mij niet op een precies cijfer vastpin. Tien jaar kan ook." Hij formuleerde het provocerend, maar wel zo grappig dat hij de lachers op zijn hand kreeg. Over de wezenlijke taak van de bank, de prijsstabiliteit dus, hoeft men bij Duisenberg op weinig soepelheid te rekenen. Hij behoorde tot de harde lijn en hij wil dat zo houden. Ter intentie van hen die menen dat de bank ook directe verantwoordelijkheid voor de werkgelegenheid draagt, zei hij: "Ik krijg steeds meer de indruk dat vooral de sociale partners wat aan de tewerkstelling kunnen doen." Zij beschikken immers over de hefbomen om de flexibiliteit te bevorderen en in een stabiele monetaire omgeving is dat voor Duisenberg het belangrijkste middel om meer banen te scheppen. De inflatie in de Unie bedraagt momenteel 1,2 procent. Toch wou geen van de zes directieleden van de bank nog maar voorzichtig suggereren dat de teugels een beetje gevierd kunnen worden. Ook de vertegenwoordigers van de "Club Med" willen van geen wijken weten. Volgens de Spanjaard Domingo Solans moeten we waakzaam blijven. "De inflatie is niet dood. Er is trouwens geen reden om een expansief beleid te voeren, want Europa kent op dit ogenblik een bevredigend groeiniveau." De Italiaan Tommaso Padoa-Schioppa wist dan weer te vertellen dat hoge werkloosheid geen gevolg van lage inflatie of een klein begrotingstekort is. Ongevraagd deelde hij mee dat de normen van Maastricht ons niet zoveel gekost hebben. "De prijs die we betaalden, was niet zo hoog." Naast Duisenberg is de Duitser Otmar Issing de meest prominente vertegenwoordiger van de strikte, monetaire orthodoxie. Hij zit al jaren in het bestuur van de Bundesbank, heeft een academische carrière achter de rug en onderscheidde zich met vele wetenschappelijke publicaties. Hij genoot zichtbaar van een hoorzitting die, naarmate de tijd vorderde, op een college begon te lijken. Issing houdt van doceren en gruwt van prijsstijgingen. Voor hem is inflatiebestrijding een levenstaak. "Het is niet omdat die momenteel slechts 1,2 procent bedraagt dat de opdracht vervuld is. Het gaat hier om een werk van heel lange adem." En voor wie nog twijfels mocht hebben, voegde hij eraan toe: "Prijsstabiliteit is niet strijdig met groei en werkgelegenheid. Dit is geen geloofsopvatting, wel een vaststelling." Issing vertelde het met de minzaamheid van de professor die de onwetendheid uit de wereld wil helpen. Met de euro komt het groot gelijk niet langer uit Rome, wel uit Frankfurt. Paul Goossens