De Europese Commissie kent de Belgische staatsstructuur niet. Of erger nog, ze negeert ze. In haar evaluatierapport over de werkgelegenheidsplannen in de lidstaten hekelt de commissie dat de regio's in België verschillende beleidskeuzen maken. Die institutionele complexiteit is volgens de commissie een handicap, er is meer coördinatie van doen. Hoewel werkgelegenheid een van de basisbevoegdheden is van de regio's, ontzegt Europa Vlaanderen een eigen werkgelegenheidsbeleid - het mag dan al succesvoller zijn dan dat van Nederland.
...

De Europese Commissie kent de Belgische staatsstructuur niet. Of erger nog, ze negeert ze. In haar evaluatierapport over de werkgelegenheidsplannen in de lidstaten hekelt de commissie dat de regio's in België verschillende beleidskeuzen maken. Die institutionele complexiteit is volgens de commissie een handicap, er is meer coördinatie van doen. Hoewel werkgelegenheid een van de basisbevoegdheden is van de regio's, ontzegt Europa Vlaanderen een eigen werkgelegenheidsbeleid - het mag dan al succesvoller zijn dan dat van Nederland. Het Europees commentaar hoeft niet te verwonderen. Europa moest onder druk van enkele lidstaten, niet in het minst van eerste minister Jean-Luc Dehaene, een eigen werkgelegenheidsbeleid opzetten. De Europese top van staatshoofden en regeringsleiders schreef daartoe eind verleden jaar in Luxemburg negentien richtsnoeren voor. Maar Europa, dat niet valt te verdenken van het voeren van een sociaal beleid - de fameuze subsidiariteit: sociale maatregelen zijn een zaak van de lidstaten - blijft dubbelzinnig. Werkloosheid is geen sociaal, maar een economisch probleem. Het weegt op de sociale zekerheid en dus op de begroting en kan de monetaire stabiliteit van de lidstaten schaden. Europees Commissaris voor Sociale Zaken Padraig Flynn steekt dan ook onterecht een pluim op Europa's hoed met zijn gejubel dat de eerste positieve resultaten van het Europees werkgelegenheidsbeleid al zichtbaar zijn: in 1997 kwamen er 800.000 nieuwe jobs bij, het hoogste percentage sinds vijf jaar. Verleden jaar bestond er evenwel nog geen Europees werkgelegenheidsbeleid. De lidstaten waren aan het ruziën of ze tegen het einde van het jaar wel een werkgelegenheidstop zouden houden. De banengroei heeft alles te maken met de beter dan verwachte economische groei. Straks zal Flynn het wel aan de economische verzwakking wijten dat de werkgelegenheid opnieuw achteruitboert. De Europese Commissie beoordeelt het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid niet als goed, maar ook niet als bijzonder zwak. Ze vindt er evenwel geen "goede praktijken" (de modieuze best practices) in terug, die voor andere lidstaten voorbeeld kunnen staan. Hoewel ze de Smet-banen en de plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen als goede suggesties noteert. De lage tewerkstellingsgraad is volgens de commissie een groot probleem. Gemiddeld werkt in de Europese Unie 60,5 procent van de beroepsbevolking, in België 57,3 procent. Maar daarmee is niet het hele arbeidsmarktverhaal verteld. Eind 1997 beliep de werkloosheidsgraad 9,2 procent, of anderhalf procent minder dan het Europees gemiddelde. De werkloosheid onder de jongeren lag drie procentpunt lager dan het EU-gemiddelde en de langdurige werkloosheid - ook al een van Europa's klachten over het Belgisch werkloosheidsstelsel - slechts 0,2 procentpunt boven het gemiddelde.Guido Despiegelaere