Europa staat klaar om de honderdduizenden vluchtelingen in Oost-Zaïre te helpen. Maar de VN-Veiligheidsraad talmt. En zonder de dekking van militairen is actie uitgesloten.
...

Europa staat klaar om de honderdduizenden vluchtelingen in Oost-Zaïre te helpen. Maar de VN-Veiligheidsraad talmt. En zonder de dekking van militairen is actie uitgesloten.?DIT IS EEN ALARMKREET. Ik hoop dat de Veiligheidsraad ons hoort en vandaag nog een mandaat verleent om de hulpactie in Oost-Zaïre op gang te trekken. Een stevig mandaat, niet zoals in Somalië. We moeten deze keer zowel de hulpverleners als de slachtoffers kunnen beschermen. Er valt geen tijd meer te verliezen, anders dreigt een humanitaire ramp zonder voorgaande.? Hoewel het hem nauwelijks was aan te zien, was staatssecretaris voor Ontwikkelingssamenwerking Reginald Moreels (CVP) donderdagavond geen ontevreden man. Na urenlang vergaderen in het Brusselse Justus Lipsiusgebouw waren de vijftien ministers voor Ontwikkelingshulp van de Unie het eens geworden rond een humanitair noodprogramma voor Oost-Zaïre. In nauwelijks een week stonden de krachtlijnen van het plan op papier en ging iedereen er akkoord mee. Geen kleine krachttoer in een Europese Unie die de reputatie heeft een logge, bureaucratische kolos te zijn. Mee door de gedrevenheid van Moreels werden de Europese wetten der traagheid voor één keer niet gevolgd. Er is een concept en geld om in Oost-Zaïre de elementairste nood te lenigen. ?Binnen de zes uur kan de hulp ter plaatse zijn,? zei Moreels. Donderdagavond was dat nog een droom. Om de operatie echt te lanceren, was het wachten op het fiat van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties (VN). En zeer tot ergernis van Moreels bleef die molen tergend langzaam draaien. Op de vraag of er dan landen tegen de militaire bescherming van de hulpkonvooien gekant waren, bleef Moreels vaag. ?Wat ik wel weet, is dat de Veiligheidsraad zich te lauw opstelt.? GEEN BEELDTERREUR.Bij de VN in New York vonden sommige grootmachten blijkbaar dat de hele operatie met minder militaire mankracht kon en dat er zeker geen reden tot overhaasting was. De vrees dat een militaire interventie het fragiele status-quo in de regio verder overhoop kon halen, woog er zwaarder dan de zekerheid dat langer wachten een doodvonnis voor duizenden vluchtelingen betekende. Dit heet dan pragmatische wereldpolitiek. Het eensgezinde standpunt van de Europese ministers voor Ontwikkelingssamenwerking veroorzaakte in New York niet echt een schokeffect. Van sterke uitspraken van Moreels, van de Nederlander Jan Pronk of de Spaanse staatssecretaris Fernando Villalonga liggen ze daar niet wakker. Vooral niet omdat ze merken dat de echte Europese tenoren de Duitser Helmut Kohl, de Fransman Jacques Chirac en de Brit John Major zelf niet al te hard op tafel kloppen. En ook de wereldopinie ligt er wat uitgeteld bij. Bij gebrek aan beelden van de vele honderdduizenden vluchtelingen. De tv-stations kunnen ze niet lokaliseren en geraken er niet bij. De doodsstrijd van de vele tienduizenden, vooral hulpeloze kinderen, komt voorlopig dus niet in de huiskamers en dat geeft de kille strategen in Washington, Moskou en Peking extra ruimte om te pokeren. Als de ?terreur? van de beelden ophoudt, herneemt de vertrouwde, traditionele diplomatie volautomatisch haar rechten. Overigens rijst de vraag in welke mate de Verenigde Staten, na het wraken van Boutros Boutros-Ghali als secretaris-generaal, bereid zijn om de VN onder zijn leiding nog een belangrijke opdracht toe te vertrouwen. De traditionele diplomatie heeft trouwens een punt. Het Europees plan legt de nadruk op de hulpverlening en laat de politieke problemen grotendeels onbesproken. Het is niet eenvoudig om Europa rond Afrika of om het even welk groot internationaal dossier in beweging te krijgen. Zeker niet als de Verenigde Staten zich niet voluit engageren. Voor zover er meer dan humanitaire hulp nodig is, slaagt de Unie er vrijwel nooit in om doortastend en eensgezind op te treden. Zelfs niet bij een conflict in zijn achtertuin, waar tienduizenden mensenlevens gevaar lopen en waar op termijn de stabiliteit van het hele continent gevaar loopt. Ondanks de grote inzet van Europese mankracht en noodhulp, bleef het in voormalig Joegoslavië van 1991 tot 1994 volledig fout lopen. Pas met de Amerikaansgekleurde Navo-inzet en de vrede van Dayton (1995), een Amerikaanse realisatie waarin de Unie tot een toeschouwersrol werd gedegradeerd, eindigde de oorlog in Bosnië. President Bill Clinton, onderhandelaar Richard Holbrooke en de Amerikanen gingen met de pluimen lopen. Tot grote frustratie van Europa. ?Terwijl wij in Bosnië tachtig procent van de inspanningen leveren, heeft de publieke opinie de indruk dat de Amerikanen de klus alleen klaren. We slagen er niet in om ons beleid aan de man te brengen,? liet de Franse minister van Buitenlandse Zaken Hervé de Charette zich twee maand geleden op de Europese top in het Ierse Tralee ontvallen. Europa kan slechts tot initiatieven in het buitenland komen als er eensgezindheid onder de vijftien lidstaten bestaat. Dat is geen geringe handicap om tot een besluit, a fortiori een vlug besluit te komen. Europa mist ook een militaire arm. Als er troepen aan te pas komen, is het knoeien en eindeloos marchanderen met de lidstaten en staan de negentiende-eeuwse natiestaten op hun strepen. De Verenigde Staten hebben daar geen last van. Bovendien vormen de diplomatie en het militaire er een hecht koppel. Zelfs als de Amerikaanse diplomatie schijnbaar vanop een afstand toekijkt, zoals in de huidige Afrikacrisis, waken de satellieten. Alleen de VS beschikken over het gesofistikeerd elektronisch tuig om de vluchtelingen in Oost-Zaïre te lokaliseren. OP EIEREN LOPEN.Een nieuw verdrag van Maastricht zou het Europa mogelijk moeten maken om in internationale zaken efficiënter op te treden. Nogal wat lidstaten hebben op dat punt concrete voorstellen, maar tot dusver is de eensgezindheid ver zoek. En nu al staat het vast dat de verlammende unanimiteitsregel niet doorbroken zal worden. Het affront van Dayton veroorzaakte geen ingrijpende wijziging van het denken en de praktijk. Op de Intergouvernementele Conferentie (IGC) waar over het nieuwe verdrag wordt onderhandeld, blijven de oude veto's van kracht. En in de actuele dossiers reageert Europa vrijwel nooit als een grootmacht met een globale verantwoordelijkheid. Zeker als het om toestanden in Centraal-Afrika gaat, tonen doorgaans alleen de Belgen en de Fransen belangstelling. Op de bijna wekelijkse ontmoetingen met zijn collega's van Buitenlandse Zaken maakte de Belgische minister Erik Derycke (SP) er een gewoonte van om de Rwandese vluchtelingenproblematiek aan te kaarten en zijn ambsgenoten aan te sporen tot enige actie. Tevergeefs. ?Ik doe mijn nummer,? liet hij zich op de top in Tralee ontvallen. ?Maar behalve de Fransen en hier en daar een enkeling heeft niemand echt belangstelling. Who cares ?? Op de raadszitting van Buitenlandse Zaken een paar dagen voor de tragedie van de kampen opnieuw frontpaginanieuws werd, slaagde Derycke er zelfs niet in om het punt een serieuze plaats op de agenda te geven. De belangstelling van de meeste deelnemers lag elders. Bijvoorbeeld in de Nabije Oosten, waar de Franse president rondtoerde en een grotere Europese rol opeiste. Het Europees onvermogen en de geringe belangstelling voor Centraal-Afrika zou de Belgische regering zuur kunnen opbreken. In de mate dat de Unie geen alternatief voor een eigen Zaïrebeleid biedt, dreigt het dossier opnieuw een controversieel binnenlands politiek thema te worden en de sfeer in de regering grondig te verzieken. Eerste-minister Jean-Luc Dehaene (CVP), die na de Witte Mars al op eieren moet lopen, kreeg vorige week al een schot voor de boeg. In het tv-programma De Zevende Dag en op het partijbureau mocht hij kennis nemen van het ongeduld en vooral de irritatie van sommige partijgenoten. Het was heel lang geleden dat Leo Tindemans (CVP) nog zo uit zijn krammen schoot. Het was even schrikken voor Dehaene, die een hekel heeft aan états d'âmes, zeker van voormalige CVP-voorzitters en premiers. Dit wordt opnieuw rijden en omzien. AFRIKA MOE.Het vraagt enige durf, misschien zelfs roekeloosheid om het recente Belgische Afrikabeleid te definiëren. Want het wordt door veel vaagheid gekenmerkt. In minder dan tien jaar evolueerde het immers aanzienlijk en Zaïre is niet langer de topprioriteit van de Belgische diplomatie. De redenen zijn bekend. Het einde van de Koude Oorlog, de aanwezigheid van Vlaamse socialisten op Buitenlandse Zaken, het verdwijnen van koning Boudewijn en een algemene moeheid in verband met Afrika, dat voor het Belgische bedrijfsleven niet langer van groot strategisch belang is. Twintig jaar geleden was dat niet het geval, maar nu kunnen de Belgische regering en haar diplomatie het zich veroorloven om maandenlang niet over Zaïre te praten. ?Eerst is er de regering. Daar ligt mijn prioriteit en dan pas komt Afrika,? blafte premier Dehaene vorige maandag zijn partijbureau en vooral Tindemans toe. Met de welwillende instemming van de linkerzijde hevelde de eerste-minister, die in tegenstelling tot de meeste van zijn voorgangers nooit door de Afrikaanse zon en vergezichten werd overweldigd, het spektakelwerk rond Zaïre, Rwanda en Burundi over naar de Europese Unie. De tijd is voorbij dat België op eigen houtje en alleen met een brief van het Paleis de para's naar de evenaar stuurde. Zeker na het drama in de Rwandese hoofdstad Kigali, waar in 1994 tien Belgische militairen het leven lieten, oordeelt de regeringstop het verstandig om achter de brede Europese rug te schuilen. Als er al een Belgisch Afrikabeleid bestaat, is het vooral een Europees. En dat is evenzeer vaag. Het is een amalgaam van eerbiedwaardige principes, krenterigheid en schraapzucht. Kortom, een moeizaam, zoniet onmogelijk manoeuvreren tussen nationale invloedssferen. Een duidelijke marsrichting valt er niet uit te puren, zodat men meestal niet verder geraakt dan humanitaire reddingsoperaties, die bijna altijd te laat komen en de problemen vrijwel nooit oplossen. Het ongenoegen en de irritatie van sommige partijgenoten van Dehaene over het Afrikabeleid van de regering is, zo laat het zich aanzien, niet alleen ingegeven uit eerlijke bekommernis om de ellende van de zwarte medemens. Er is ook de ergernis rond de oprichting en de werkzaamheden van de Senaatscommissie die de moord op de tien para's onderzoekt. Die commissie verdiept zich in alle beschikbare regeringsdocumenten en wil begin december haar eindrapport voorleggen. Dat sommigen leden het heel ernstig menen, bleek vorige zaterdag nog. Diverse Senatoren namen het vliegtuig naar Kigali om er ter plekke over het drama te enquêteren. Onder hen Guy Verhofstadt (VLD), die de missie belangrijk genoeg vond om zich op het statutencongres van zijn partij afwezig te melden. Nog een voormalig partijvoorzitter in de ban van Afrika. Zoals Dehaene, zijn de CVP-opposanten tegen het Afrikabeleid van de regering overtuigde Europeanen. In tegenstelling tot de premier, willen ze echter dat België het initiatief behoudt en niet omgekeerd. Volgens hen mag Europa geen alibi voor Belgische besluiteloosheid zijn. Ons land heeft de plicht om de lijnen uit te zetten, coalities te smeden en zo een dikke vinger in de Afrikaanse pap te behouden. Kortom, België als belangrijke, zoniet enige piloot van de Europese Afrikapolitiek. NETWERK.Vorige maandag werd op het CVP-partijbureau slechts over één thema gesproken : de vluchtelingenproblematiek in Oost-Zaïre. Tindemans deed zijn nummer van De Zevende Dag nog eens over, met kritiek op de regering en het Tutsi-regime dat momenteel de wet stelt in Rwanda. Wilfried Martens, die voor het eerst sinds vele maanden nog eens op het partijbureau opdook, probeerde de kerk in het midden te houden. Hij zei dat er in partijverband wel intens rond Afrika is gewerkt. Met de steun van de Konrad Adenauer Stiftung had de EVP zopas politieke partijen uit dertien Afrikaanse landen in Brussel bijeengebracht. Martens noemde het een investering op lange termijn en herinnerde aan het bijzonder nuttige werk dat Johan Van Hecke, zelf op het partijbureau afwezig, terzake had geleverd. Ondanks die toelichtingen bleef Mark Eyskens op zijn honger. ?Waarom hebben we een beroepsleger, als we niet eens bereid zijn om in deze crisissituatie waarin honderdduizenden mensenlevens op het spel staan, onze para's ter plekke te sturen ? Ik heb de indruk dat zich ook in ons beleid Tutsi's bevinden.? Dehaene kreeg het toen op de heupen en diende de contestanten van repliek. Nogal ongezouten, zo blijkt uit eensluidende indiscreties, alsof hij in het parlement de oppositie antwoord gaf. ?België is geen neutraal land. Zelfs met een blauwe helm op zullen onze para's ginder altijd als Belgen herkend en behandeld worden.? Een dag later, in de bevoegde Kamercommissie, was het de beurt aan Jan Van Erps om de puntjes verder op de i's te zetten. Alsof er geen discussie in het partijbureau had plaatsgevonden, meldde hij de regeringsleden Derycke en Moreels dat onze para's klaar staan. Een dissident partijstandpunt en Van Erps geeft het graag toe. ?Ik beken inderdaad kleur. Het CVP-standpunt is voorbijgestreefd en het zal vlug blijken dat de Afrikaanse troepen tegen zulke opdracht niet zijn opgewassen. Ik weet dat onze para's klaar staan. Minister van Defensie Jean-Pol Poncelet (PSC) heeft het me tot vijfmaal toe bevestigd. Het is trouwens mijn overtuiging dat de bevolking nog altijd bereid is zo'n operatie te steunen. Ook Leo Delcroix deelt die mening.? Van Erps die in een vroeger leven ook voor Artsen zonder Grenzen werkte en de regio rond de Grote Meren goed kent, heeft bedenkingen bij teveel Angelsaksische bemoeizucht. De leiding van het nieuwe FPR-bewind in Rwanda zou op de steun van de Amerikanen kunnen rekenen. ?Volgens mij hadden de Amerikanen hoogte van de aanslag op het vliegtuig van president Juvénal Habyarimana en nu gaan ze ermee akkoord dat een deel van Oost-Zaïre wordt geneutraliseerd. De Amerikanen kunnen zich daar immers iets bij voorstellen. Met de Israëliërs maakten ze een gelijkaardige deal, over Zuid-Libanon. Indien er een internationale troepenmacht komt zonder Belgen of Fransen, maar met Zuid-Afrikanen, is de kans groot dat de Amerikaanse visie het zal halen. Dan krijgen de Tutsi's wat ze willen.? Zoveel is duidelijk. Binnen de CVP is een lobby actief die tegelijkertijd het Rwanda van Kagame op de knieën probeert te krijgen en het Zaïre van Mobutu Seso Seko intact wil houden. Die groep komt regelmatig in aanvaring met Moreels, maar viseert uiteindelijk Dehaene. Onder haar invloed worden met enige regelmaat prominente Zaïrezen naar Brussel en de eerste-minister gepiloteerd. De activiteiten van het netwerk kunnen er toe leiden dat de premier de afstandelijkheid, zoniet het sceptische wantrouwen tegenover Afrikaanse dossiers dat hij in deze met SP-voorzitter Louis Tobback deelt, gelijdelijk aan moet prijsgeven. Dat zou storm binnen de coalitie betekenen en voor de regeringstop is het een aansporing te meer om een forcing rond een Europees Afrikabeleid te voeren. Paul Goossens Afrika dreigt opnieuw een controversieel, binnenlands thema te worden.Een lobby binnen de CVP probeert het Zaïre van Mobutu intact te houden en het Rwanda van Kagame op de knieën te krijgen.