In 'Brussel beseft niet hoe boos de mensen zijn' (Knack nr. 17) neemt Derk Jan Eppink het Europese klimaatplan onder vuur. Het zou de Europese concurrentiepositie aantasten, de productiekosten omhoog jagen en sectoren zoals staal en chemie wegjagen. De plannen van de Europese Commissie om de energievraag met 20 procent terug te dringen tegen 2020 en om 20 procent hernieuwbare energiebronnen in te zetten tegen die datum, zullen de Europese gezinnen en bedrijven inderdaad met extra kosten opzadelen. Maar Eppink vergeet dan wel even dat door het a...

In 'Brussel beseft niet hoe boos de mensen zijn' (Knack nr. 17) neemt Derk Jan Eppink het Europese klimaatplan onder vuur. Het zou de Europese concurrentiepositie aantasten, de productiekosten omhoog jagen en sectoren zoals staal en chemie wegjagen. De plannen van de Europese Commissie om de energievraag met 20 procent terug te dringen tegen 2020 en om 20 procent hernieuwbare energiebronnen in te zetten tegen die datum, zullen de Europese gezinnen en bedrijven inderdaad met extra kosten opzadelen. Maar Eppink vergeet dan wel even dat door het aanhouden en uitbreiden van ons energieverspillende consumptiepatroon de wereldwijde vraag naar energie met 50 procent zal toenemen tegen 2030, en de broeikasgasuitstoot zelfs met 60 procent. Dat zal niet alleen verwoestende klimatologische gevolgen met zich meebrengen (waarvan de schade volgens het Stern-rapport zo'n tien keer meer zal kosten dan de inspanningen die haar kunnen voorkomen). Het zal er ook voor zorgen dat de energieprijzen die het voorbije decennium al serieus de hoogte inschoten nog veel sterker zullen toenemen. De nieuwe industriële revolutie waartoe de Europese Commissie de aanzet wil geven, zorgt ervoor dat de Europeaan kan afkicken van zijn energieverslaving, zijn afhankelijkheid van steeds schaarser en duurder wordende energiebronnen kan afbouwen en schone technologie kan ontwikkelen die op planetaire schaal kan worden ingezet.Op korte termijn liggen de kosten voor de ontwikkeling en toepassing van energiesparende technologieën misschien hoger, maar de initiële extra uitgaven blijven wel grotendeels binnen de Europese Unie. Het zorgt dus niet voor een structurele verarming van ons continent. Bovendien leidt dit op langere termijn tot een technologie die zonder steun of subsidies tegen lagere kosten produceert. Op dat moment zorgt de markt voor een globale omslag en kunnen we onze energieafhankelijkheid helemaal afbouwen en onze energiezekerheid garanderen. Wereldwijd verwacht men dat de koolstofarme economie tegen 2050 3000 miljard dollar per jaar waard is en meer dan 25 miljoen mensen zal tewerkstellen. Inzetten op een transitiebeleid biedt ons dus de kans om duizenden nieuwe bedrijven en honderdduizenden nieuwe jobs te creëren en biedt uitzicht op een gigantische exportmarkt met Europese bedrijven als wereldmarktleider. Trouwens, in het ontwerp van het Europees emissiehandelssysteem zullen sectoren zoals chemie en staal kunnen rekenen op 'gratis uitstootrechten' voor dat deel van de uitstoot dat overeenkomt met de inzet van de best beschikbare technologie. Op die manier wordt de concurrentiepositie gevrijwaard en tegelijk de druk op de verbetering van de energieprestaties opgevoerd. Bart Martens, Vlaams volksvertegenwoordiger SP.A, Antwerpen