Frank De Moor
...

Frank De MoorAlle rapporten, beloften en centen ten spijt, heeft Europol na bijna tien jaar werking de gerechtelijke en politiële autoriteiten van de EU-lidstaten nog steeds niet kunnen overtuigen van zijn meerwaarde. Europol kampt met zijn imago. Den Haag wordt gezien als een chique bestemming voor soms uitgerangeerde maar bevoorrechte verbindingsofficieren, die daar met hun 6200 euro netto per maand en vaak gratis woning de grand seigneur uithangen. Europol beschikt nochtans over een vijftigtal vaak briljante misdaadanalisten, maar met verbindingsofficieren uit vijftien of meer EU-lidstaten de strijd tegen de misdaad aanbinden, zal natuurlijk nooit eenvoudig zijn. Sinds 11 september 2001 komt daar nog de moeilijke relatie met de Amerikaanse gerechtelijke en politiële diensten bij. Vorige week heeft de raad van bestuur van Europol zich daarover gebogen. Patrick Zanders, directeur Internationale Politiesamenwerking van de Belgische federale politie, vertegenwoordigt België in die raad. Aan hem de vraag hoe het nu zit met de uitwisseling van informatie tussen Europol en de Amerikaanse diensten. PATRICK ZANDERS: De onderzoeken na 11 september 2001 leren ons dat het niet evident is de Amerikaanse diensten daar zomaar bij te betrekken. Ik zie echter geen reden om de gegevensbescherming ten opzichte van de Verenigde Staten anders op te vatten dan op Europees vlak. In beide gevallen moeten wij de principes van de Raad van Europa eerbiedigen inzake de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, zoals omschreven in het verdrag van 1981. Onze aandacht gaat nu uit naar het komende akkoord tussen Europol en de Verenigde Staten. Dat zal, ter aanvulling van het akkoord van 6 december 2001, precies de uitwisseling van echt gevoelige en persoonsgebonden informatie mogelijk maken. ZANDERS: Dat is een van de kernvragen. Die Task Force kan maar werken op basis van twee zenuwbanen. De eerste is die met Europol: hoewel de Task Force slechts logistiek is ondergebracht bij Europol, rapporteert ze toch aan onze raad van bestuur. De tweede zenuwbaan is de bilaterale met de lidstaten, die bijna veertig leden van hun politie- en inlichtingendiensten naar de Task Force afvaardigden. Op zich mag de Task Force geen informatie doorgeven aan de VS, dat is een probleem van justitiële en democratische controle. Best ware dit soort themagerichte ploeg ofwel in Europol te integreren ofwel onder te brengen in een structuur voor internationale rechtshulp; hoe dan ook onder duidelijke controle. ZANDERS: Vooraleer zij opgericht kunnen worden, moeten de lidstaten nog een aantal maatregelen treffen. Die gemengde ploegen zullen uitsluitend gerechtelijke opdrachten uitvoeren, met alle controles en garanties zoals voorzien in het Europees Rechtshulp Verdrag - dat overigens nog niet geratificeerd is. ZANDERS: Dit is een ander heet hangijzer. In België is er een duidelijke stelling van het college van procureurs-generaal. Iedereen moet beseffen dat Eurojust geen Europees parket is, net zomin als Europol een Europese politie is. Bovendien kan de overeenkomst tussen Europol en Eurojust, waarvan een ontwerp nu voorligt, niet heen om wat nationaal afgesproken is. Laten wij dus eerst de verhouding verduidelijken tussen 'het nationale lid' in Eurojust, in dit geval mevrouw Coninxs, en haar 'nationale correspondent' in casu de zopas geïnstalleerde federale procureur en zijn federale magistraten. Nu voorziet het ontwerpakkoord Eurojust/Europol echter dat de nationale vertegenwoordiger in Eurojust rechtstreeks in verbinding zou kunnen treden met de nationale liaisonofficieren (L.0. 's) bij Europol. De meeste leden van de raad van bestuur, onder wie ikzelf, hebben daar ernstige bedenkingen bij vanwege de gezagsverwarring. De Belgische L.O. 's worden immers gerechtelijk aangestuurd door de federale procureur in België en niet door het Belgische lid in Eurojust. De samenwerking tussen Eurojust en Europol betreft wederzijdse ondersteuning en mag de nationale verhouding tussen Europol en het federale parket niet doorkruisen.