Mijnheer Dillemans, tussen alle beslommeringen door bereidt de Belgische regering zich op het voorzitterschap van de Europese Unie voor.
...

Mijnheer Dillemans, tussen alle beslommeringen door bereidt de Belgische regering zich op het voorzitterschap van de Europese Unie voor.Roger Dillemans : Een klein land kan als voorzitter een inspirerende rol vervullen, en premier Verhofstadt wil terecht het vuur onder het federale Europa aanwakkeren. De beslissing om de Unie uit te breiden, is definitief genomen, en in dat licht was het beter geweest indien we verder hadden gestaan met het integratieproces van de EU. Aan de andere kant hebben de nieuwe lidstaten nu de kans om daar actief aan mee te werken. Maar de federalisering van de EU mag niet het enige punt zijn waarop België de nadruk legt. Het is één van de structurele thema's die te veel tijd en energie opslorpen en de inhoud van het Europese concept naar de achtergrond verdringen. Die inhoud beperkt zich vooral tot het economische aspect.Dillemans : De EU is als Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal als een verdedigingsorganisatie begonnen, opgebouwd rond de oorlogsgrondstoffen van de vijanden Duitsland en Frankrijk. Die EGKS is uitgebreid tot een Europese Economische Gemeenschap, die in de Monetaire Unie een voltooiing krijgt. Na het Verdrag van Maastricht evolueert de EEG op haar beurt naar een Europese Unie, waarvan de realisatie in volle gang is. De leden van de EU affirmeren dat ook cultuur, wetenschap, onderwijs en sociaal beleid tot het project Europa behoren. Een grote doorbraak in de gedachten, waarvan nu ook op het terrein ernstig werk moet worden gemaakt. Een cultureel Europa veronderstelt dat men zich Europeaan voelt.Dillemans : Er blijven sterke nationale gevoelens in Europa. In Oost-Europa hebben ze zich na de val van het communisme nadrukkelijk gemanifesteerd. Dat is niet erg, want Europa moet het van zijn diversiteit hebben. En mensen kunnen best met meer dan één identiteit leven : de Europese kan een nuttige aanvulling bij de nationale zijn. Het culturele Europa moet bijvoorbeeld een antwoord vinden op de migratie, één van de grote problemen waarmee we geconfronteerd worden. Het kan niet dat elk land opnieuw zijn eigen grenzen gaat afschermen en daar opvangcentra optrekt, dat is tegen elke Europese gedachte. We moeten een gezamenlijk standpunt innemen, want we staan pas aan het begin van een nieuwe migratiegolf. Het verschil in rijkdom en welvaart is zo groot dat je de instroom onmogelijk kan beletten. Het enige alternatief is om fors in de 'armere' landen te investeren en om er een eerlijke handel mee te voeren. Het is het ene of het andere : ofwel laat je hun producten binnen, ofwel hun mensen. Om het eerste te realiseren, is tijd en politieke wil nodig, laten we intussen het tweede proberen te beheersen. Voor Europees wetenschapsbeleid is België goed geplaatst met Philippe Busquin als commissaris.Dillemans : Iedereen heeft het over de kennismaatschappij waarin de wetenschap alles mee zal bepalen. Kennis zal meer dan ooit macht zijn. Vandaar dat die factor naar de gemeenschap waarin we leven moet worden verbreed. Er is een Europese kennissamenleving nodig. Ik heb al voorgesteld, vanuit de Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid, om een Europese norm aan de lidstaten op te leggen en Philippe Busquin staat niet afkerig tegenover dat idee. Zo zou elk land een minimum percentage van zijn Bruto Binnenlands Product in research moeten investeren. Dat kan een nuttige aansporing zijn, ook voor ons. Bij onze belangrijkste handelspartners bedroeg die investering in '98 gemiddeld 0,77 procent van het BBP. België blijft daar ver onder, zij het Vlaanderen minder dan Wallonië. Vlaanderen kwam in 2000 aan 0,61 procent. Ook inzake onderwijs zijn de verschillen in de EU groot.Dillemans : Ik heb hier al verwezen naar de verklaringen van de Sorbonne en van Bologna, die in de lente een vervolg moeten krijgen met de verklaring van Praag. Dat die bijeenkomst in Tsjechië wordt gehouden, is een hoopgevend teken dat ook de nieuwe lidstaten zich inschrijven in het bredere Europese project, en niet enkel in het economische. De bedoeling van die verklaringen is niet om het hele onderwijs in de EU gelijk te schakelen, of om vanuit Brussel te bepalen hoe er over alles moet worden gegeven. Maar wel om naar herkenbaarheid en enige harmonisering van het onderwijsaanbod te streven. De droom is dat elke Europese jongere die over de nodige bekwaamheid en motivering beschikt, kan gaan studeren waar dat voor zijn richting het meest geschikt is. Dat vergt voor de studierichtingen en de verleende diploma's en graden een systeem van accreditering, op basis van kwaliteit en liefst onder controle van een internationaal organisme. Deze evolutie is een uiterst belangrijke investering in de toekomst van de Europese jongeren. Van het sociale Europa is voorlopig weinig of niets gerealiseerd.Dillemans : Reden te meer om er gisteren al aan te beginnen. Men moet de sociale systemen, en noodzakelijkerwijs ook de fiscale, beter op elkaar afstemmen. En niet alleen wegens economische competitieregels of om het gevaar van sociale dumping te vermijden. We moeten, met de nieuwe kandidaat-lidstaten voor ogen, ook in het sociale domein minimumnormen nastreven of opleggen. Om te beginnen een minimum gewaarborgd inkomen voor iedereen in de hele EU. Voor wie werkt en voor wie, om wat voor reden ook, niet werkt. Als niet iedereen in de EU op een menswaardige manier kan leven, moeten we zwijgen over een sociaal Europa. Op de top van Lissabon is al afgesproken om de strijd tegen de armoede op te voeren, en de Belgische regering levert daar inspanningen voor. Daarnaast moet aan iedere EU-burger de kans op arbeid of op nuttig bezigzijn worden geboden, gratis onderwijs van een degelijke kwaliteit, en een standaardpakket van gezondheidszorgen. Het vrij verkeer van diensten, dat samen met dat van kapitaal en personen werd onderschreven, zou moeten betekenen dat elke EU-burger ook een beroep kan doen op de medische diensten in de hele EU. Dus ook op de ziekenhuizen, en dat met evenwaardige steun van overheid of ziekenfondsen. Maar wat dat betreft zijn er grote verschillen tussen de EU-lidstaten, en nog meer met de kandidaat-leden. Voorlopig zijn de diverse sociale zekerheidsstelsels in de EU erg nationaal opgevat. Multinationals hebben op de economische globalisering geanticipeerd, maar inzake sociaal beleid werd niet gevolgd. Dat komt onder meer omdat de werknemers internationaal minder goed georganiseerd zijn dan de werkgevers. En het is in het samenspel of de krachtmeting tussen die twee, dat de sociale zekerheid wordt ontwikkeld. De multinationals krijgen op het internationale niveau voorlopig onvoldoende weerwerk van vakbond en politiek.De Belgische regering wil het softdrugsgebruik toelaten als het niet verslavend is en geen overlast veroorzaakt.Dillemans : Er is, eenzijdig en te vlug, een grote stap gezet die de zwakkeren en de risicogroepen niet aankunnen. Ik vrees dat er een verwarrend signaal is gegeven en nieuwe onzekerheid is gecreëerd. Het ligt voor de hand dat ook hier enkel een Europees beleid kans op slagen heeft. De tijd is gekomen om naast al het andere ook te streven naar - ik durf het bijna niet uit te spreken - een moreel of ethisch Europa, dat bepaalde waarden uitdraagt. Dat kan resulteren in een gemeenschappelijk standpunt tegenover genotsmiddelen als drugs, tabak en alcohol, waarbij preventie en begeleiding primordiaal zijn. Het is nodig om tot een meer uniforme en bruikbare regelgeving te komen en het economische argument mag niet allesbepalend zijn, wat het tot nu toe te vaak wél was. Kijk naar de discussie over de tabaksreclame : enkel om economische redenen hebben we de moed niet opgebracht om in die zaak de juiste beslissing te nemen. Ook kwesties van op het eerste gezicht zuiver ethisch-juridische aard als euthanasie, kunnen baat hebben bij een ruimer Europees debat. Mag ik er tussen twee haakjes aan toevoegen dat de huidige meerderheid in ons land mij iets te gretig lijkt om de zogenaamde 'taboes' van de vorige weg te vegen. Het lijkt soms op een afrekening, wat niet zou mogen in delicate materies als euthanasie en drugsgebruik. De aanpak zal objectiever zijn in een Europese context. De koning roept in zijn toespraak tot de overheden op om de strijd tegen de mensenhandel opnieuw ernstig te nemen.Dillemans : De strijd tegen de internationaal georganiseerde misdaad moet voor de EU een topprioriteit zijn. Onze politie en justitie kunnen die internationale bendes, waarvoor er al lang geen grenzen of taalproblemen meer bestaan, niet blijven bekampen vanuit gerechtelijke arrondissementen die onvoldoende materieel en institutioneel ondersteund worden. Binnen één Europese justitiële gemeenschap moeten zij vlot en rechtstreeks over de grenzen heen tegen de georganiseerde misdaad kunnen samenwerken. Want die is stilaan alomtegenwoordig. In de wapenhandel, waarin wij Belgen schandelijk schuldig zijn omdat ook wij het economische belang laten doorwegen. Daarnaast in mensensmokkel en mensenhandel, prostitutie, drugshandel, het doorschuiven van afvalproducten van allerlei aard, zwarte verkoopcircuits met vaak minderwaardige en schadelijke producten, overvallen, afpersing, internetcriminaliteit, witwassen, handel in menselijke organen zelfs... Als de overheid daar werkeloos zou op staan kijken, brengt ze de toekomst van onze maatschappij in gevaar. In afwachting van een VN-optreden is er dringend nood aan een goed uitgeruste en gestructureerde Europese tegenmacht. Er moet een alomvattende databank en een Europees strafregister komen, en naast Europol moet ook Eurojust worden uitgebouwd. Verder is het aangewezen om samen te werken met, of druk uit te oefenen op, allerlei landen van waaruit de internationale misdaad opereert. Dat onze regering daarover nu al een internationaal congres heeft gehouden in Gent, is een goed initiatief ter voorbereiding van haar voorzitterschap. De VN hebben 2001 tot Internationaal Jaar van de Vrijwilliger uitgeroepen. Is dat ook een moreel signaal ?Dillemans : Zeker. Er zijn vier doelstellingen. Meer erkenning voor de vrijwilligers. Verbetering van de financiële, materiële en institutionele omstandigheden waarin ze actief zijn. Propageren van het vrijwilligerswerk. En een verbetering van de netwerking, waardoor de kandidaten makkelijker hun weg naar de diverse organisaties vinden en de uitwisseling van ervaringen aangemoedigd wordt. De Vlaamse regering heeft deze doelstellingen mee onderschreven en overlegt met de federale over meer erkenning en een behoorlijk juridisch statuut voor de vrijwilliger. Vlaanderen heeft in 1994 al een eerste aanzet gegeven met een decreet dat een deel van het vrijwilligerswerk in de welzijns- en gezondheidssector regelt. De speciale internationale aandacht voor het fenomeen is het uitgelezen moment om dat decreet te verruimen en te verscherpen. Aan de KU Leuven zijn voorbereidende studies gemaakt over een aansprakelijkheidsregeling, de verzekering, de arbeidsrelaties, en over de behandeling van de vrijwilliger door fiscus en sociale zekerheid. Vlaanderen heeft op dit gebied een grote traditie. Twintig procent van alle Vlamingen is op de een of andere manier tijdens zijn en vooral haar vrije tijd als vrijwilliger bezig. In alle geledingen en sectoren van onze samenleving. Ze stellen gratis hun handen, verstand en hart in dienst van anderen. Hun werk biedt een meerwaarde aan de maatschappij en vormt een tegenwicht tegen individualisering en onverdraagzaamheid. Maar zoals alles in onze snel evoluerende wereld, heeft ook het vrijwilligerswerk zich aan de wijzigende mentaliteit aangepast. De vrijwilliger van vandaag stelt andere eisen aan de instellingen waarvoor hij zich inzet. Hij wil zichzelf ontplooien, wil waardering, medezeggenschap en vorming. Aan de andere kant worden ook aan hem steeds hogere eisen gesteld. Er is een toenemende vraag naar deskundigheid en kwaliteit. Een behoorlijke professionele omkadering en opleiding zijn dus essentieel. Want ook de social profit-sector kan het niet met dilettantisme stellen. Roger Dillemans is jurist, ererector van de KU Leuven.ROGER DILLEMANSKoen Meulenaere