Er zijn soms van die gedachten die lang blijven hangen. Ook al spelen die gedachten zich in het hoofd van een vrouw in de keuken af. Deze bijvoorbeeld: Niets kan de erotiek van het pellen vervangen. Pellen is een vorm van ontbloten. De gedachte wordt geformuleerd in een warm pleidooi van Marjoleine De Vos voor meer kookliefde, opgenomen in het dertiende jaarboek The Low Countries. Arts and society in Flanders and the Netherlands.
...

Er zijn soms van die gedachten die lang blijven hangen. Ook al spelen die gedachten zich in het hoofd van een vrouw in de keuken af. Deze bijvoorbeeld: Niets kan de erotiek van het pellen vervangen. Pellen is een vorm van ontbloten. De gedachte wordt geformuleerd in een warm pleidooi van Marjoleine De Vos voor meer kookliefde, opgenomen in het dertiende jaarboek The Low Countries. Arts and society in Flanders and the Netherlands. 'Op nummer 1 in de pel-toptien staat de gekookte ossentong, die je een tijdje moet laten afkoelen na het koken of je verbrandt je vingers. Maar dan. Terwijl de tong nog warm is, maak je een lange insnijding langs de onderzijde, waarna je de harde huid van de zachte tong kan stropen. Terwijl je dit doet, moet je je bedwingen om het tipje van de tong niet meteen eraf te snijden en het op te schrokken. Dat tipje is zo zacht en appetijtelijk. Maar het lijkt echt wel pathetisch om een tong te serveren waarvan de tip verdwenen is.'The Low Countries, een jaarboek dat gesticht werd door Jozef Deleu en waarvan het hoofdredacteurschap sinds een paar jaar wordt voortgezet door Luc Devoldere, wil kunst en cultuur uit Vlaanderen en Nederland presenteren aan de Engelstalige wereld. Nummer 13 zoekt een antwoord op de vraag: 'What's Cooking?'. Het is een rijk gevuld en exquis gerecht geworden voor lichaam en geest waarin vele tongen zich verheffen. Het staat stil bij clichés om ze daarna te villen. Hoofdredacteur Luc Devoldere schrijft in zijn 'Hors D'Oeuvre': 'Volgens het cliché aarzelt Vlaanderen tussen sensualiteit en mystiek, twijfelt het tussen vlezigheid en vroomheid: het maskeert zijn angst met breugeliaanse braspartijen en vult wanhopig de existentiële leegte met de materialiteit van voedsel.' En daarnaast staat de vermeende culinaire woestenij waarnaar de Nederlanders na hun hongerwinter verbannen zijn. Of, zo vraagt Devoldere zich af: 'Was het de calvinistische minachting voor het lichaam die misschien leidde naar de vette eenvoud van een gehaktbal?' De vraag wordt mooi uitgediept door Anneke van Otterloo die de smaak en de eetgewoontes van de Nederlander in de 19e en 20e eeuw onderzocht. David Stroband schreef een interessante bijdrage over 'voedsel en kunst' met een blik die van Breugel tot de cloaca van Wim Delvoye leidt. In het tweede en 'niet voedsel'-deel graaft het boek dieper in de ziel en het werk van Nederlanders en Vlamingen. Met onder meer een mooi essay van Ian Buruma over de holocaust en van David Van Reybrouck over 'de structuur van schaamte' naar aanleiding van de foto's van Stephan Vanfleteren over de Kosovo-oorlog. A.L.