Het was niet het leukste jaar in de geschiedenis van de socialistische ziekenfondsen. Toen Guy Peeters in 1988 algemeen secretaris werd, stond oud-voorzitter van de mutualiteit en ex-premier Edmond Leburton terecht voor de correctionele rechtbank in Brussel. Leburton werd beschuldigd van verduistering en valsheid in geschrifte. Er zouden, onder meer, centen van het wettelijke stelsel van de ziekte-verzekering zijn overgeheveld naar andere, niet-erkende kassen. Er verschenen ook andere mensen van andere ziekenfondsen voor de rechter, maar alleen Leburton werd ook schuldig bevonden. Het proces sleepte zeven jaar aan en was een lijdensweg voor iedereen die bij het ziekenfonds betrokken was.
...

Het was niet het leukste jaar in de geschiedenis van de socialistische ziekenfondsen. Toen Guy Peeters in 1988 algemeen secretaris werd, stond oud-voorzitter van de mutualiteit en ex-premier Edmond Leburton terecht voor de correctionele rechtbank in Brussel. Leburton werd beschuldigd van verduistering en valsheid in geschrifte. Er zouden, onder meer, centen van het wettelijke stelsel van de ziekte-verzekering zijn overgeheveld naar andere, niet-erkende kassen. Er verschenen ook andere mensen van andere ziekenfondsen voor de rechter, maar alleen Leburton werd ook schuldig bevonden. Het proces sleepte zeven jaar aan en was een lijdensweg voor iedereen die bij het ziekenfonds betrokken was. Vandaag zegt Guy Peeters met Johan Cruijff: 'Het was spitsroeden lopen, maar ieder nadeel heeft zijn voordeel natuurlijk. De ziekenfondswetgeving dateerde nog van 1894. De overheid wou meer controle en transparantie. Ik was heel blij met de wet van 1990 van Philippe Busquin, die eigenlijk al op het kabinet van Jean-Luc Dehaene was voorbereid in de vorige regering. De wet gaf de ziekenfondsen ook een duidelijke reeks opdrachten in verband met gezondheidsvoorlichting, hulp en bijstand. We werden verplicht om een moderne structuur te worden. Het was ook het begin van de automatisering. Een kantelmoment.' GUY PEETERS: Dat was fase twee. Het was ook niet waar. Het was niet duidelijk of ziekenfondsen al dan niet verantwoordelijk waren voor hun uitgaven. Dat was in de wet wazig gebleven. Het systeem werkte zo dat wij voorschotten kregen van de Rijksdienst voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (Riziv), waarmee de leden werden betaald. Inkomsten en uitgaven werden later verrekend. Daar zat uiteraard een verschil op. Het werd voorgesteld alsof wij ergens vijftig miljard in een koffer hadden, maar dat geld was echt uitbetaald. Daar waren stukken van. Maar politiek was het een heel spektakel. PEETERS: De oplossing was eenvoudig: maak de ziekenfondsen verantwoordelijk voor hun uitgaven. Jean-Luc Dehaene was premier. Eerst was Philippe Moureaux minister van Sociale Zaken, daarna Magda De Galan. De wet op de responsabilisering van de ziekenfondsen was een compromis tussen socialisten en christendemocraten. Het dossier lag gevoelig tussen die twee families. Het was ook de laatste keer dat wij zo met de Christelijke Mutualiteiten (CM) hebben gebotst. Het werd geregeld in de stijl van De-haene. De laatste knoop in verband met de uitvoeringsbesluiten van de wet werd in de loop van één ontbijt doorgehakt. Niemand kreeg zijn zin, maar het compromis was eerbaar. Ik wil daarmee ook zeggen dat er een tijd was waarin politici vlug konden beslissen, op basis van goed voorbereide dossiers. PEETERS: Die was al breder geworden. Wij hebben er weer van geprofiteerd om de hele organisatie te herbekijken. Toen ik er kwam, bestond de studiedienst uit één man. We hebben geïnvesteerd in brains. In mensen die de dossiers konden voorbereiden, zodat we als organisatie volwaardig mee aan tafel konden zitten. Sinds de jaren negentig is ook het Riziv een grotere rol gaan spelen. Samen met de Controle-dienst voor de Ziekenfondsen. De actoren werden verantwoordelijk gesteld, en dat is goed. Zo kan de overheid ook haar rol spelen. PEETERS: De verhouding met de partij werd een latrelatie. Er is een grotere onafhankelijkheid in de twee richtingen. We blijven preferentiële gesprekspartners, maar niemand kan een oekaze geven aan de ander. Het hangt ook af van de persoonlijkheid van de mensen. Toen Louis Tobback voorzitter was, moest je hem niet zeggen dat het ziekenfonds zus of zo wou. Maar hij wilde wel weten wat er in onze wereld leefde. Publiek haalde hij soms uit naar de structuren, maar hij hield het gesprek met het ziekenfonds en de vakbond altijd gaande. PEETERS: Guy Verhofstadt vertaalde zijn Burgermanifesten in een politiek programma voor de VLD, in een poging om de meerderheid van socialisten en christendemocraten te breken. Dat leidde tot bitse confrontaties. U herinnert zich zeker het beroemde sociale congres van de VLD, waar de ziekenfondsen bijna werden afgeschaft. Rond de plek die de vertegenwoordigers van de liberale mutualiteiten in de zaal toegewezen kregen, was bijna een cordon sanitaire aangelegd. Verhofstadt kon het niet laten om tijdens die verkiezingscampagne in een debat op televisie toch nog eens naar die fameuze vijftig miljard te verwijzen - al wist hij maar al te goed dat die dus niet bestond. We waren zo boos dat we 's zaterdags voor de verkiezingen in alle kranten een tekst hebben gepubliceerd waarin haarfijn werd uitgerekend hoeveel de plannen van de VLD met de sociale zekerheid de mensen zouden kosten. Dat was zo een moment waarop we met de partij weer dicht bij elkaar stonden. Het was toen ook een sfeer van erop of eronder. Gelukkig won Tobback die verkiezingen. PEETERS: Omdat het water zo hoog stond. Daarna werd het weer een latrelatie. Er wordt gepraat, maar je kunt niet zeggen dat er gestructureerd overleg bestaat. PEETERS: De zuil is eigenlijk al onder het voorzitterschap van Karel van Miert afgebouwd. Er was ook toen niet zoveel contact met de partij. Ik herinner me van mijn tijd op enkele ministeriële kabinetten dat de relaties tussen de mutualiteit en de partij koel waren. De mutualiteit sloot zich op en communiceerde bijna niet. Toen ik algemeen secretaris werd, zeiden journalisten me: 'Het lijkt bij jullie wel het Kremlin.' We hebben die sfeer snel veranderd. Ook door wat er op ons afkwam. Het proces, de kwestie van die vijftig miljard. Als je dat niet uitlegde, was je dood. We zijn ons onafhankelijker gaan opstellen, zowel van de partij als van de vakbond. Het is een volwassen verhouding geworden. We zitten nu in vele periodes ook op dezelfde golflengte als de Christelijke Mutualiteiten. PEETERS: Je kunt het ook zien aan je ledenbestand. De traditie speelt nog. Maar eind jaren tachtig al kozen de mensen geen ziekenfonds meer om ideologische redenen. Er wordt gekeken welke diensten worden aangeboden. Het servicepakket is belangrijk. We zijn dan begin jaren negentig een eigen plaats gaan innemen. We zijn bewust veel meer beginnen te communiceren. Vanuit de idee: als we niet uitleggen wat we doen, passen we perfect in de karikatuur die Verhofstadt van ons maakt. We gingen er in die perio-de ook van uit dat mensen hun huis niet meer uitkwamen en alleen nog televisie keken. Toen ik in de jaren zeventig aan gemeentepolitiek deed, was dat nog anders. Je zag de evolutie. Overvolle zalen met senioren liepen leeg. Ik was toen actief bij de Jongsocialisten en, ik moet zeggen, wij vonden een discussie met twee man en een paardenkop over de toestand in Centraal-Amerika toch van groter gewicht dan een kaartavond met driehonderd senioren. Als het op sociale cohesie aankomt, bleek die kaartavond achteraf toch belangrijker dan wat wij deden. PEETERS: We hebben in ieder geval onmiddellijk gereageerd op het eerste teken dat mensen weer buitenkwamen. We zijn ook met onze vzw's activiteiten gaan organiseren om opnieuw meer mensen samen te brengen. Tot onze grote verbazing lukte dat ook. Onze jaarlijkse ledendag aan de kust was onmiddellijk een groot succes. Belangrijk was ook dat socioloog Mark Elchardus mijn voorstel accepteerde om voorzitter te worden van de Landsbond. We hadden iemand nodig die nadenkt over de samenleving. Die voortdurend met sociale cohesie bezig is. Die altijd de vinger aan de pols heeft. Geen voorzitter in een ivoren toren. PEETERS: Onze leden zijn gemiddeld niet ouder dan die van de Christelijke Mutualiteiten, maar we hebben wel meer leden met lage inkomens en laaggeschoolden. Zeker in stedelijke gebieden is de migrantenpopulatie zo goed als volledig bij ons aangesloten. Onze loketbedienden in de wijk Stuyvenberg in Antwerpen bedienen 160 nationaliteiten. Dat vraagt inspanningen op het vlak van de organisatie en de dienstverlening. Denk aan zoiets als thuiszorg. Die mensen komen ook met alle soorten van problemen aan het loket. PEETERS: Het gemeentehuis heeft daar geen loket, wij wel. De CM is voor moslims niet evident en de Onafhankelijke Ziekenfondsen mikken op een ander publiek. Sinds Camille Huysmans is overigens ook zo goed als de hele Joodse gemeenschap in Antwerpen bij ons aangesloten. PEETERS: Overduidelijk. De eerste studie die daarop wees, werd in de jaren zestig in Frankrijk gemaakt. Ze schetste de verhouding tussen het beroep en de levensverwachting. Wie werd oud? Priesters en onderwijsmensen. Daarna was de levensverwachting afhankelijk van de opleidingsgraad en het inkomen. De cijfers waarmee we vandaag werken, laten een verschil in levensverwachting zien van vier, vijf jaar tussen wie laag- en hooggeschoold is. Dat hangt meestal samen met het inkomen. Wie hooggeschoold is en een hoog inkomen heeft, leeft zeventien jaar langer in goede gezondheid. Dat is niet alleen een kwestie van gezondheidszorg. Het is een algemeen maatschappelijk gegeven. Hoe corrigeer je het gedrag van mensen die van een uitkering leven, kettingroker zijn en niet gezond eten naar hun kinderen toe? Het onderwijs kan een rol spelen. En wij ook, via al onze organisaties. Arm maakt dus wel degelijk ziek. Maar: ziek kan ook arm maken. Kijk naar wat mensen uit eigen zak bijbetalen. Zeventig procent van de mensen heeft een hospitalisatieverzekering, maar voor de dertig procent die dat niet heeft, is een ziekenhuisopname vaak een regelrechte ramp. PEETERS: Dat is bezig. Het gejuich over de Belgische gezondheidszorg verdient stilaan enige nuancering. We horen nog altijd bij de beteren. De hele bevolking is verzekerd en iedereen draagt bij. Ook de hoogste inkomens. Maar wat mensen uit eigen zak betalen, begint veel te worden. We gaan naar 28 procent. Er zijn mensen die de apotheker zeggen dat hij bepaalde geneesmiddelen niet moet verstrekken, omdat ze die niet kunnen betalen. Prestaties worden uitgesteld. Er vallen gaten in het stelsel. Dat is een grote zorg voor de komende jaren. PEETERS: Dat is een moeilijke discussie. Ziekenhuizen vragen niet alleen supplementen voor artsenhonoraria maar ook voor een aantal apparaten, zoals stents of defibrillatoren. Die kosten moeten transparanter worden. Ons standpunt is duidelijk: artsen mogen geen supplementen aanrekenen voor tweepersoonskamers. Dat moet verboden worden. Voor eenpersoonskamers mag het supplement maximaal 100 procent bedragen. Sommige ziekenhuizen in Brussel vragen vandaag tot 600 procent. Laten we eerlijk zijn: dat zijn dus in feite privéziekenhuizen. PEETERS: Als ziekenhuizen hogere afdrachten vragen van de artsen, zullen die artsen hogere supplementen aanrekenen aan hun patiënten. Zo kom je in een vicieuze cirkel terecht. Die kun je alleen doorbreken als je de kosten per ingreep in de diverse ziekenhuizen vergelijkt, zodat je tot een bepaald referentiebedrag komt. Wie te veel vraagt, moet worden bestraft. PEETERS: Ook daarover zal een maatschappelijk debat moeten worden gevoerd. De nieuwe geneesmiddelen tegen kanker bijvoorbeeld - biologische geneesmiddelen die gebaseerd zijn op genetisch onderzoek - zijn inderdaad zeer duur. Herceptine, een geneesmiddel tegen borstkanker, kost 35 tot 40.000 euro per behandeling. Het is bovendien alleen werkzaam bij een bepaald type borstkanker, niet alle patiënten worden ermee geholpen. Voor er een beslissing wordt genomen over terugbetaling van een bepaalde ingreep of een bepaald geneesmiddel, moeten we zeker zijn van de meerwaarde ervan. En daar ligt een rol voor de overheid natuurlijk. PEETERS: Zeker. Kanker of Alzheimer liggen bij de media goed in de markt, als ik dat zo oneerbiedig mag zeggen. Ik herinner mij een uitzending van Ombudsjan op de VRT, waarin de minister van Sociale Zaken geconfronteerd werd met een Alzheimerpatiënt en diens vrouw. Die man nam, in een klinische fase, een geneesmiddel dat nog niet aan erkenning toe was. De presentator vroeg aan die dame: 'Gaat het nu beter met Jef?' En ja hoor, het ging veel beter met Jef. Vervolgens zwenkte de camera naar de minister: 'Meneer de minister, waarom betaalt u dat geneesmiddel dan niet terug?' Zo gaat dat dus. Zelfhulpgroepen zoeken contact met de media en soms ook met de farmaceutische industrie. De overheid krijgt te maken met druk uit alle geledingen van de samenleving. PEETERS: Aan verscheurende keuzes valt niet te ontkomen. Maar wij pleiten ervoor het debat te voeren op basis van wetenschappelijke gegevens. Vraag de bevolking of een bepaalde ingreep nog moet worden uitgevoerd bij patiënten die ouder zijn dan tachtig. Iedereen antwoordt ja - allicht. Dat soort enquêtes helpt ons geen stap vooruit. PEETERS: Dan tref je opnieuw de laaggeschoolden en de lagere inkomens. Kun je tegen die mensen zeggen: je hebt stout geleefd, je hebt te veel hamburgers gegeten en te veel pinten gedronken, je bent een kettingroker - jammer maar helaas? Op die manier worden die mensen twee keer gestraft. Ik zie veel meer in preventie. De Vlaamse Gemeenschap zou daar fors moeten in investeren, en daar is niet eens een staatshervorming voor nodig, want het valt nu al onder haar bevoegdheid. Het probleem is dat je een aantal categorieën van de bevolking niet bereikt. Je kunt wel een campagne rond baarmoederhalskanker opzetten, maar de vrouwen die je bereikt zijn vaak de vrouwen die toch al gescreend werden door hun huisarts of door hun gynaecoloog. PEETERS: Niet alleen rijke mensen. De arme Brusselaar stapt rechtstreeks naar de dienst spoed van Sint-Pieter. Het klopt natuurlijk wel dat het voor huisartsen steeds moeilijker wordt. Huisbezoeken bijvoorbeeld: denk maar aan de mobiliteitsproblemen en in stedelijke gebieden aan het veiligheidsaspect. Een avondlijk huisbezoek? Liever niet. Er is het statusverlies en de vervrouwelijking van het beroep, die twee hangen helaas samen. Een belangrijk percentage van de huisartsen gaat na een aantal jaren deeltijds werken. We zullen de inhoud van het beroep moeten herbekijken en huisartsen zullen veel meer moeten samenwerken. Dat hoeft niet per se in groepspraktijken, het kan ook op andere manieren. PEETERS: Door de laatste drie akkoorden die we hebben gesloten is hun inkomen met 30 procent gestegen. Dat is al een belangrijke stap. Maar het model van de financiering moet ook ter discussie worden gesteld. Huisartsen krijgen meer en meer te maken met chronische ziektes. Diabetes is het bekendste voorbeeld, maar door de verbetering van de gezondheidszorg en de nieuwe geneesmiddelen zal in de komende decennia ook kanker een chronische aandoening worden. Dan heeft het feitelijk nog weinig zin om huisartsen per prestatie te betalen. Je zou huisartsenpraktijken misschien beter as such kunnen financieren, zodat ze ook kunnen investeren in ICT. Het is vandaag al perfect mogelijk om een patiënt op afstand te volgen: de patiënt kan zijn eigen bloeddruk meten en zijn suikergehalte prikken, en vervolgens worden al die gegevens via de digibox van zijn tv of via zijn gsm doorgeseind naar het elektronische dossier van zijn huisarts. We zullen veel meer domotica moeten gaan gebruiken in de thuisverpleging. Dat zal het leven voor huisartsen ook een stuk vereenvoudigen. PEETERS: Als we een echte recessie krijgen, en daar ziet het intussen toch naar uit, zal dat niet vanzelfsprekend zijn. Wat is onze gezondheidszorg ons waard? Dat wordt een moeilijk debat. Dan moet je bijna gaan pleiten voor een veralgemening van de hospitalisatieverzekering. Doen we dat niet, dan wordt de kloof tussen arm en rijk alleen maar groter. PEETERS: De verschillen in uitgaven bedragen nog maar 3 procent. In een aantal gevallen zijn ze zelfs groter binnen Vlaanderen zelf dan tussen Vlaanderen en Wallonië. Er zijn misschien nog wat culturele verschillen in bepaalde deelsectoren zoals de psychiatrie en thuiszorg, maar zou je daarom de boel moeten splitsen? Ik zie daar geen objectieve redenen voor. Maar je weet nooit waar we op 7 juni volgend jaar landen: in de politiek zijn emoties soms belangrijker dan argumenten. Je kunt dat betreuren, maar het is niet anders. DOOR PIET PIRYNS EN HUBERT VAN HUMBEECK / foto filip naudts