Volgens insiders geven in de parlementaire onderzoekscommissiedioxine vooral de kamerleden Peter Vanhoutte (Agalev) en Gerolf Annemans (Vlaams Blok) blijk van een stevige dossierkennis. Vanhoutte liet zich aanvankelijk wel betrappen op een paar uitschuivers in de media, onder meer met zijn stelling dat er op het Instituut voor Veterinaire Keuring (IVK) bezwarende documenten in een papierversnipperaar waren verdwenen.
...

Volgens insiders geven in de parlementaire onderzoekscommissiedioxine vooral de kamerleden Peter Vanhoutte (Agalev) en Gerolf Annemans (Vlaams Blok) blijk van een stevige dossierkennis. Vanhoutte liet zich aanvankelijk wel betrappen op een paar uitschuivers in de media, onder meer met zijn stelling dat er op het Instituut voor Veterinaire Keuring (IVK) bezwarende documenten in een papierversnipperaar waren verdwenen. Het blijft onduidelijk of er effectief documenten vernietigd zijn, maar bronnen op het IVK bevestigen dat er in ieder geval een screening van voornamelijk de formulieren IVK-141 is geweest om na te gaan of er in de periode van de crisis niet te veel onachtzaamheden zijn gebeurd. Dit document moet in principe alle informatie over de staat van de in een slachthuis binnengebrachte dieren bevatten. Als er verhoudingsgewijs veel zieke of dode dieren worden aangevoerd, moet dat gemeld worden. Ambtenaren van het IVK zijn in de maand augustus druk bezig geweest om eventuele anomalieën in deze documenten op te sporen. Naast de blijkbaar onvermijdelijke verwarring en (kleine) inconsistenties rond cruciale datums, blijven er na lectuur van de rapporten die de commissie binnenkreeg, een aantal vragen. Zo meldt het verslag van het ministerie van Landbouw dat veearts-keurder en verzekeringsexpert André Destickere zijn "hiërarchische oversten" al op 21 april van de crisis op de hoogte bracht, terwijl de verslagen van Volksgezondheid (en van Destickere zelf) het op 27 april houden. Het verslag van Landbouw zegt ook dat inspecteur Etienne Cobbaert, die de meeste waarnemingen te velde deed, op 6 mei "op zijn vraag" een afschrift van Destickeres rapport kreeg, maar signaleert niet dat Destickere dezelfde man op 19 maart informeel een kopie van een voorlopig rapport overhandigde. Het verslag van de eerst getroffen veevoederproducent De Brabander stipuleert dat het Bert Vandersanden, topman op het departement Landbouw, al op 16 maart telefonisch over de dioxinehypothese inlichtte, maar dat Vandersanden "nogal sceptisch" was over dezetheorie. Expert Rudy Van Cleuvenberghe van de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO) beweerde op 17 maart dat "de kans op een dioxinevergiftiging via dierlijk vet niet evident was". De Brabander verklaart ook dat Destickere op 19 maart - dus na de formulering van de dioxinehypothese - schriftelijk de toelating gaf omeieren van potentieel besmette moederdieren opnieuw in de broedmachines te plaatsen. Toch liet het bedrijf twee stalen vet en een staal voeder in Nederland op de aanwezigheid van dioxines testen. Toen een maand later bleek dat er een zware besmetting was, stuurde het ministerie van Landbouw "ter bevestiging" stalen naar hetzelfde laboratorium. Wie dacht dat het hier om een uitgebreide staalname ging, slaat de bal mis: de resultaten, die nog eens een maand later bekend werden, gingen over twee broedeieren en een stukje kip. Het heette dat de stalen van De Brabander niet als "officieel" bestempeld konden worden. Uitermate boeiend zijn ook de lijst met vragen die voormalig minister van Volksgezondheid Marcel Colla (SP) op 8 juli aan veearts-keurder Guido Seurinck van het IVK bezorgde, en de antwoorden die het IVK daarop formuleerde. Uit de reconstructie van de initiatieven die Volksgezondheid nam om de crisis onder controle te krijgen, blijkt dat het eerste terreinwerk pas op 20 mei begon, hoewel het IVK en het kabinet al op 28 april op de hoogte waren van de problematiek. Zeer interessant is vraag 2, inzake het aantal geslachte kippen uit stallen die besmet voeder hadden gekregen: "Stemmen de oorspronkelijke lijsten (ongeveer) overeen met deze die in bijlage van de brief van Dr. Destickere werden gevonden?" Het antwoord van het IVK: "Het vermeld aantal dieren als zijnde afgehaald (16.000) in de bijlage van Dr. Destickere stemt niet overeen met het aantal aangevoerd (10.604) dat door de mobiele equipes werd teruggevonden in de registers van de slachthuizen. Waaraan het verschil te wijten is, kan niet worden uitgemaakt."Dirk Draulans