Wettelijk pensioen
...

Wettelijk pensioenRuim 2,8 miljoen gepensioneerde werknemers, zelfstandigen en ambtenaren ontvangen momenteel een rust- of overlevingspensioen. Het wettelijke pensioenbudget bedraagt 24,5 miljard euro in 2005. De pensioenwetgeving is in de jaren negentig van de vorige eeuw tweemaal hervormd. Vanaf 1991 werd het mogelijk om tussen 60 en 65 jaar vervroegd met pensioen te gaan. Het pensioen van een werknemer werd daarbij niet langer bekort met 5 procent per vervroegd jaar van pensionering. Voor zelfstandigen bestaat deze sanctie nog steeds. Voorts werd een onderscheid tussen mannen (een pensioenberekening op basis van een loopbaan van 45 jaar) en vrouwen (een loopbaan van 40 jaar) gehandhaafd. Hierdoor bleef ook de pensioenleeftijd van mannen (65 jaar) en vrouwen (60 jaar) verschillen. België werd daarvoor veroordeeld door het Europese Hof van Justitie en er kwam een tweede pensioenhervorming in 1996. Die diende ook om de uitgavengroei in de pensioensector te beheersen. Voortaan zou ook de pensioenberekening voor vrouwen steunen op een loopbaan van 45 jaar, maar dan na een overgangsperiode, zodat de pensioenleeftijd van vrouwen pas vanaf 1 januari 2009 op 65 jaar wordt gebracht. Sinds 1997 geldt voorts een loopbaanvereiste voor een vervroegd pensioen. Wie vanaf 60 jaar met pensioen wil gaan, moet zodoende vanaf 2005 een beroepsloopbaan van minimaal 35 jaar hebben. BrugpensioenHet brugpensioen is geen pensioen. Door dit systeem kunnen werknemers wel voor hun 60e stoppen met werken en kunnen werkgevers oudere werknemers gemakkelijker laten afvloeien. In 2004 waren er 109.870 voltijdse bruggepensioneerden (1,8 procent meer dan in 2003). Een bruggepensioneerde ontvangt een werkloosheidsuitkering (de RVA keerde vorig jaar bijna 1,3 miljard euro uit aan bruggepensioneerden) en een aanvullend bedrag van de werkgever. Op dat aanvullende bedrag moeten sociale bijdragen betaald worden. Het brugpensioen werd ingevoerd in de jaren zeventig van de vorige eeuw als een werkgelegenheidsmaatregel. Oudere werknemers zouden plaatsmaken voor jongere werklozen. Daarom was er een vervangingsplicht en werd van een bruggepensioneerde niet meer verwacht dat hij beschikbaar zou zijn voor de arbeidsmarkt. Eerst was er de collectieve arbeidsovereenkomst of cao 17 over een brugpensioen vanaf 60 jaar. Later werd 58 jaar (na een loopbaan van minstens 25 jaar) de regel. Sectorale en bedrijfsakkoorden leggen de brugpensioenleeftijd nog lager. Aparte afspraken komen tot stand voor bedrijven in moeilijkheden of herstructurering. Bij Ford Genk bijvoorbeeld werd in 2003 afgesproken dat werknemers van 48 jaar al mochten uitkijken naar een brugpensioen op 50 jaar. Twee weken geleden stond de regering voor het Waalse staalbedrijf Arcelor toe dat een 400-tal werknemers in 2005-2006 op 54 jaar met brugpensioen gaan en dat 1200 mensen vanaf 2008 op 50 jaar bruggepensioneerd worden. Canada DryCanada Dry is een verzamelnaam voor pseudo-brugpensioenregelingen. De naam is niet toevallig gekozen. Canada Dry is een frisdrank die lijkt op champagne, maar geen champagne is. Hij werd een eeuw geleden populair in de Verenigde Staten omdat hij gemengd kon worden met alcohol. Op die manier werd het alcoholverbod omzeild. Canada Dry-regelingen zijn interessant om de beperkingen van het brugpensioen (sectorale afspraken over leeftijd en aanvullend bedrag, vervangingsplicht, sociale bijdragen op aanvullend bedrag) te ontwijken. Ze worden gebruikt door werkgevers om vooral oudere kaderleden en werknemers met een hoog loon te ontslaan. Er zijn verschillende formules: de toeslag van de werkgever in combinatie met een werkloosheidsuitkering of met een uitkering bij loopbaanonderbreking of tijdskrediet. Een frappant voorbeeld is Fortis dat werknemers al vanaf 48 jaar laat gaan in een Canada Dry-regeling. Cijfers over het aantal mensen dat op die manier de brug naar het eigenlijke pensioen maakt, zijn er niet.