Het autoverkeer heeft het heldendom gedemocratiseerd. Dagelijks wordt op het wegennet een veldslag uitgevochten waaraan bijna de voltallige bevolking deelneemt. Er is in dit levendige land plaats voor iedereen, behalve voor bange hazen. De automobilist die het benauwd krijgt tussen twintigtonners die hem de volgende seconde kunnen verpletteren, ziet zich tot huisarrest veroordeeld. Hij verliest zijn job en zijn contacten en kan geen sociaal leven van betekenis meer leiden. Heldenmoed is een bestaansvoorwaarde.
...

Het autoverkeer heeft het heldendom gedemocratiseerd. Dagelijks wordt op het wegennet een veldslag uitgevochten waaraan bijna de voltallige bevolking deelneemt. Er is in dit levendige land plaats voor iedereen, behalve voor bange hazen. De automobilist die het benauwd krijgt tussen twintigtonners die hem de volgende seconde kunnen verpletteren, ziet zich tot huisarrest veroordeeld. Hij verliest zijn job en zijn contacten en kan geen sociaal leven van betekenis meer leiden. Heldenmoed is een bestaansvoorwaarde. Tegelijk heeft deze meest trotse van alle deugden haar oude glans verloren. Niets ontluistert de heldhaftigheid zo ongenadig als de veralgemeende beoefening ervan. In zijn collectieve vorm verliest het heroïsme dat bijzondere cachet van exclusiviteit en uitmuntendheid waardoor het zich anders onderscheidt, en degenereert het tot het tegendeel van zichzelf. Collectieve heldhaftigheid wordt een massaverdwazing, waarin het individu zijn leven op het spel zet, als een pion die geofferd mag worden. De held is dan degene die zich lijdzaam naar de slachtbank laat voeren. Een volk met te veel helden is een volk van volgzame schapen. Het laat zich elke werkdag massaal deporteren, zoals het zich op een ander moment naar het front laat voeren. Het mist de rebellen, de durvers, de deserteurs die de ware helden zijn. Bestaan ze nog, de dun gezaaide helden die hun doel zelf kiezen en erop afgaan zonder eerst hun kansen te berekenen? Men kan het zich afvragen. En allerminst is duidelijk wat men er zich nog bij zou moeten voorstellen. De oude namen, de veteranen van het onsterfelijke heldendom, duiken weer op in de geest, maar staan zij nog model? Robert Scott die te voet de zuidpool bereikte en op de terugtocht van uitputting stierf? Lindbergh die in een gammele eendekker de Atlantische Oceaan overstak? Florence Nightingale die gewonde soldaten verzorgde? Damiaan die naar Molokaï trok? Of het dappere jongetje dat zijn vinger in een lekke dijk stak en daarmee Holland van een gewisse overstroming redde? Dat stadium zijn we voorbij. Voor al deze taken bestaan nu organisaties die het werk deskundiger verrichten. De helden van het verleden zijn niet opgewassen tegen de experten van vandaag. Hoe groot de waardering voor de onverschrokken idealisten ook moge zijn, de keuze valt nu op een meer professionele aanpak. Helden zijn daarbij veeleer hinderlijk dan onmisbaar. Ze zijn te eigenzinnig en niet soepel genoeg om in een moderne omgeving te functioneren. Hedendaagse probleemoplossers zijn teamplayers, flexibele lieden met rendementsbesef en een resultaatgerichte strategie. Het woord held alleen al heeft iets ouderwets. Kuifje was een echte held, en de astronauten die naar de maan vlogen, kregen de titel opgespeld, maar dat zijn zowat de laatsten geweest. Sindsdien leeft de held voort in historische verhalen en is hij nog te vinden in het stripboekenantiquariaat. Moderne organisaties met heroïsche uitstraling, zoals Greenpeace of Artsen zonder Grenzen, hoeden er zich voor nieuwe exemplaren te kweken. Hun projecten liggen in de handen van managers, activisten, lobbyisten en veldwerkers. Het werk van deze mensen, vooral dat van de laatstgenoemde categorie, kan een hoog gehalte aan heroïsme bezitten, maar die kwaliteit concentreert zich niet in één persoon met een glansrol. Ook in de wetenschap is de rol van het genie dat op zijn eentje de geheimen van het heelal ontsluiert, uitgespeeld. Teamwork is de sleutel tot de vooruitgang; egotrippers verstoren het proces, vooral als ze geniaal zijn. Af en toe gebeurt het nog dat iemand tot volksheld wordt uitgeroepen - het overkwam onderzoeksrechter Connerotte - maar die eer lijkt hoogstens nog van korte duur te kunnen zijn en verstoort ook - zoals gebleken - in niet geringe mate de beoogde gang van zaken. Democratie en wetenschap hebben niet veel méér met elkaar gemeen dan dat ze allebei het heldendom in principe niet cultiveren. Helden passen niet in hun manier van werken. Ze zijn te eigenzinnig, onberekenbaar en niet altijd efficiënt. Wanneer ze toch nodig zijn, betekent dit dat iets aan de organisatie schort. In de praktijk blijkt heldhaftigheid inderdaad nodig, en op een meer dan bescheiden schaal. De maatschappelijke machine die welvaart produceert, vraagt offers en inspanningen. De bevolking levert ze allebei, met het mengsel van moed en schaapachtigheid dat daartoe vereist is. Iedereen staat onder stress, trotseert een moordend verkeer, verliest oude zekerheden, en leeft oog in oog met bloedeloze computerschermen. De hele bevolking onderwerpt zich aan een industriële cultuur die ontwortelt en ontheiligt, en zij ondergaat de intimidaties van een bureaucratie die het leven tot in zijn intieme details regelt. Onder het oppervlak van dat machinaal geregelde bestaan knaagt de vraag naar de zin van dit alles, waarop geen instantie nog een antwoord geeft. De moderne sterveling moet zelf op zoek gaan, of anders tevreden zijn met het salaris dat hij ontvangt en de oppeppers die hij daarmee koopt. De helden van nu houden zich staande door hun aantal. Met miljoenen trekken ze elke ochtend naar het werk, en dat maakt tenminste duidelijk dat er geen realistisch alternatief bestaat. Maar precies het aantal ontneemt hen ook hun status. Zoveel helden, zijn er weer géén. Deze massa is anoniem en roemloos, even heroïsch als een spreeuwenzwerm. De democratisering van het heldendom is de meest doeltreffende uitwisseling ervan. De oude hunkering naar de bevrijdende, prometheïsche daad die de grenzen verlegt, is ondertussen niet dood. Als een gloeiende kool blijft het verlangen branden in de as van deze halfverpulverde samenleving. Wie jong is en niet uitgeblust, droomt nog van de onvervalste heldendaad. Voorlopig weet de industrie raad met het probleem. De jonge veulens kunnen benjispringen, deelnemen aan de rally Granada-Dakar, of de Matterhorn beklimmen, of zich inschrijven voor een trektocht door Jemen. Niemand hoeft zich te vervelen. En niemand moet zich zorgen maken, want een goede polis dekt elk risico. Na de democratisering, volgt de ridiculisering. Het einde kan niet ver meerzijn.