Het laatste weekend van februari wordt op verschillende plaatsen in Brussel vuurwerk afgeschoten. Op het Saincteletteplein stijgen de oh's en de ah's van het publiek als broze wolkjes naar het feestelijk verlichte uitspansel. Uit een van de flats aan de kant van het Lunatheater komt een gezinnetje in nachtkledij schoorvoetend kijken wat er aan de hand is. Als ze vernemen dat de opening van Brussel 2000 wordt gevierd, horen ze het in Keulen donderen.
...

Het laatste weekend van februari wordt op verschillende plaatsen in Brussel vuurwerk afgeschoten. Op het Saincteletteplein stijgen de oh's en de ah's van het publiek als broze wolkjes naar het feestelijk verlichte uitspansel. Uit een van de flats aan de kant van het Lunatheater komt een gezinnetje in nachtkledij schoorvoetend kijken wat er aan de hand is. Als ze vernemen dat de opening van Brussel 2000 wordt gevierd, horen ze het in Keulen donderen. Hoewel ruim 100.000 mensen het openingsweekend bijwonen, geeft de anekdote aan hoe moeilijk het in Brussel is om een initiatief algemeen bekend te maken. Een stad met zoveel gemeenschappen, zoveel talen en culturen laat zich niet in één beweging pakken. Tegelijk blijkt dat de lancering van het feestjaar in de hoofdstad verre van optimaal is verlopen. Ondanks de smalle banieren langs de boulevards en in de stations en de affiches met de straathond, was de visuele campagne een mager beestje. Er was niets in het straatbeeld dat genoeg impact had om voorbijgangers stil te doen staan. Wat er precies te gebeuren stond, was ook niet duidelijk voor kunstliefhebbers die wél wisten dat Brussel vorig jaar een van de negen cultuursteden van Europa was. Zelfs een deel van de pers stelde zich vragen. 'Ik woon en werk in Brussel en ik hou erg veel van deze stad', zegt Claude Blondeel die toen voor het VRT-programma L!nk werkte. 'Maar ondanks de vele e-mailtjes van Brussel 2000, had ik geen zicht op wat er zich afspeelde. Er was onmiskenbaar een probleem van toegankelijkheid en transparantie. In de eerste plaats ontbrak duidelijke informatie over het programma.' Dat marginale initiatieven soms tot grote evenementen werden opgeblazen, ergerde Blondeel. Hij verwijst onder meer naar We are so happy, een afficheproject op verschillende plaatsen, onder leiding van Laurent Busine. Dat guerrilla-achtige initiatief was voor de voorbijgangers best leuk - verzamelaars gingen stiekem met affiches aan de haal - maar het had niet de envergure om er speciaal voor naar de hoofdstad af te zakken. Dat kon trouwens over nogal wat soortgelijke evenementen in het programma van Brussel 2000 worden gezegd. Er woelde een mol door de stad, maar je kon niet precies zeggen waar hij zich bevond.SPUTTERENDE STARTIn tegenstelling tot andere journalisten vindt Anne Brumagne van de krant De Morgen dat ze goed op de hoogte werd gehouden. Ze geeft wel toe dat het na het spetterende openingsweekend een tijdlang leek alsof er niets te beleven viel. 'Ik herinner me dat Antwerpen '93 veel sterker werd ingezet, maar na september was de rek eruit. Tijdens Brussel 2000 leek zich net het omgekeerde voor te doen, daar kwamen ze pas in het najaar goed op dreef.' De sputterende start van de Europese cultuurstad werd ook gekenmerkt door de afwezigheid van een centraal gelegen informatiecentrum. Het centrum in de Schildknaapstraat ging pas in april open. De mogelijkheden van die ruimte werden echter niet optimaal benut en de mensen die geacht werden uitleg te verschaffen, waren niet altijd even goed geïnformeerd. Bovendien kon de Nederlandstalige persvoorlichter Piet Joostens zich niet volledig aan zijn eigenlijke taak wijden omdat hij ook vertalingen moest maken. Dat alles leidde ertoe dat de informatie te weinig gestroomlijnd werd en vaak nogal verwarrend overkwam. Ook de nadruk op interdisciplinariteit in het programma maakte de communicatie met het publiek niet eenvoudiger. Hoewel het parcours van Brussel 2000 rond acht thema's was geschikt, met de stad als gemeenschappelijke rode draad, was het voor het publiek moeilijk om een uitgesproken profiel te ontwaren. Dat had ook met het, overigens respectabele, uitgangspunt te maken. Terwijl Antwerpen '93 het culturele aanbod in de Scheldestad met een prestigieus kunstenfestival verrijkte, was het Brussel 2000-team wat terughoudender. Het koos ervoor om een programma te ontwikkelen vanuit partnerships met instellingen en verenigingen, daarbij rekening houdend met de dynamiek van de stadscultuur. In veel gevallen beperkte de inbreng van de ploeg zich tot het geven van een impuls zodat bestaande plannen konden worden uitgevoerd. Bijgevolg legden pers en publiek bij veel activiteiten en manifestaties geen link met Brussel 2000, omdat die nu eenmaal van bestaande instellingen en instanties uitgingen. Volgens het team van Brussel 2000 bestond nog geen tien procent van het programma uit eigen projecten. De zogenaamde partners namen ruim negentig procent van de activiteiten voor hun rekening. 'Soms moesten we oorlog voeren met de partners om ons logo vermeld te krijgen', aldus een medewerker van Brussel 2000. Voor de bekendmaking van de activiteiten hielden de partners aan hun huisstijl vast. Waardoor nonchalance te vaak de boventoon voerde. Misschien had de centrale ploeg zich op dat vlak meer moeten laten gelden.TE VROEG OPENEen opdracht die Brussel 2000 probeerde waar te maken, betrof de coördinatie tussen de verscheidene initiatieven. Het programmatieteam is zich ervan bewust dat het daar slechts gedeeltelijk in is geslaagd. Op de eerste, voorlopige evaluatie die een paar weken geleden plaatsvond, klopte het zich wel op de borst over de samenwerking met de grote musea, theaters en festivals. 'Brussel 2000 heeft niet genoeg kunnen samenwerken met alle grote instellingen. De vermelde partnerschappen hadden niet de verhoopte draagwijdte, maar ze zijn wel een eerste stap naar een grensoverschrijdende programmering met atypische kunstvormen en een opening naar andere publieken.' Het uitgangspunt om het programma uit bestaande initiatieven te laten ontstaan, verklaart gedeeltelijk de ongelukkige timing. Een uitgekiende eigen programmatie en een betere coördinatie hadden hiaten kunnen voorkomen. In elk geval ontbraken in de beginfase enkele sterke initiatieven met ruime weerklank, zoals een wervende expositie. Eigenlijk kon Opera, tastbare emotie in de ateliers van de Muntschouwburg die openingstentoonstelling geweest zijn. Maar ze liep al voor het openingsweekend. Een ander tentoonstellingsproject, in samenwerking met het Keizer Karel-comité en het Paleis voor Schone Kunsten, Utopia, werd op het laatste moment afgeblazen. Naar verluidt omdat het PSK Utopia alleen midden in de zomermaanden kon programmeren. De initiatiefnemers van de dure expositie vreesden dat ze in die periode te weinig bezoekers zouden lokken en namen het zekere voor het onzekere. Diezelfde zomer zagen de straten van Gent zwart van het volk uit binnen- en buitenland dat met een stratenplan in de hand het parcours van Over the Edges volgde. Een beetje pijnlijk dat dat publiek de weg naar de hoofdstad niet heeft gevonden. Toch is er in geen enkele andere Belgische stad zo'n grote internationale gemeenschap van beeldend kunstenaars gevestigd als in Brussel. Dat artistieke potentieel van de hoofdstad is door Brussel 2000 nauwelijks aangesproken en in het daglicht gesteld. Afgezien van een paar populaire manifestaties zoals het openingsweekend en de Zinneke Parade, richtte de programmatie zich vooral op gespecialiseerde deelpublieken. Er is geen poging gedaan om het grote publiek - volgens programmadirecteur Guido Minne bestaat dat niet - te mobiliseren voor grootscheepse artistieke evenementen met beeldend kunstenaars die in Brussel wonen. Het programmatieteam heeft het wel over de aanzet die het zou hebben gegeven tot kritische projecten op het gebied van nieuwe media, zeg maar computer- en internetkunst. 'Nieuwe media worden nog steeds te weinig in acht genomen door de overheden en moeten in Brussel op meer structurele steun kunnen rekenen', staat in het voorlopige evaluatierapport.NOOD AAN KUNSTENCENTRUMBrussel 2000 heeft, vooral in de voorbereidingsfase, in studies en fundamenteel denkwerk geïnvesteerd. Helaas lijken de resultaten soms op losse flodders, die voor beleidsmakers geen inspirerend 'werkinstrument' kunnen zijn en hen misschien zelfs afschrikken. De neerslag van bijvoorbeeld de Studie voor een Kunst- en Onderzoekscentrum, B-sites is door gebrek aan systematiek niet veel meer dan een grabbelton voor denkers en filosofen. Dat kan de bedoeling niet geweest zijn. Want stelde het team van Brussel 2000 tijdens de eerste evaluatie niet dat er in de hoofdstad nood is aan een hedendaags kunstencentrum? 'Ook moet Brussel het stellen zonder structuren en instellingen die internationale uitwisselingen nastreven en oog hebben voor de multiculturele dimensie (cf. het Institut du Monde Arabe in Parijs of het Haus der Kulturen der Welt in Berlijn).' Rekening houdend met het politieke getouwtrek tijdens de voorbereidingsperiode en de interne moeilijkheden waarbij programmadirecteur Hugo De Greef de bons kreeg en Bernard Foccroule opstapte, vallen ook positieve punten te melden. Door de steun van Brussel 2000 konden kleine maar interessante projecten worden voortgezet. Die kwamen, door de soms wat eenzijdige fixatie van een deel van de pers op de problemen van Brussel, niet altijd goed uit de verf. Zo werd de continuïteit gegarandeerd van De terugkeer van de Zwaluwen, een langdurig sociaal-artistiek project van kunstenares Els Dietvorst in een verpauperd stadskwartier. Daar staat tegenover dat het team zich door voormalig burgemeester François-Xavier de Donnéa (PRL), tevens voorzitter van de raad van bestuur van Brussel 2000, het verlieslatende prestigeproject Carrousel van de Zavel heeft laten opdringen. Brussel 2000 is dus een lovenswaardige poging geweest om aan het gedevalueerde concept van 'cultuurstad van Europa' een zinvolle invulling te geven. Onder impuls van intendant Bob Palmer wilde Brussel 2000 vooral wat betekenen voor de Brusselaars zelf, veeleer dan de stad als locatie te gebruiken voor een vrijblijvend kunstfestival met vreemde artiesten. Daarbij ontbraken evenwel een uitgesproken profilering, een sterke leiding en professionele communicatie. Daardoor is de opzet voor het publiek, de pers en het beleid in veel opzichten te weinig zichtbaar geweest. Of Brussel 2000 al dan niet een slag in het water was, zal de toekomst moeten uitwijzen. Eén nood wordt nu alvast sterk aangevoeld: de behoefte aan een centrum waar de cultureel geïnteresseerde bezoeker kan vernemen wat er in de hoofdstad allemaal te beleven valt. De kans is groot dat de oprichting van zo'n informatiecentrum binnenkort een van de belangrijke concrete gevolgen van Brussel 2000 zal worden. Verder zal de Zinneke Parade, waaraan zowat alle Brusselse verenigingen deelnamen, in 2002 opnieuw plaatsvinden.Eric Bracke