Er wordt reikhalzend naar de zomer uitgekeken. Vlaams minister van Volksgezondheid Wouter Beke beloofde dat elke Vlaming van 18 jaar en ouder tegen 11 juli minstens één keer met het coronavaccin geprikt zal zijn. Het is een belangrijke stap in de richting van groepsimmuniteit, die kan worden bereikt als 70% van de bevolking zich heeft laten prikken. De vaccinatiecampagne moet perspectief geven op een herwonnen vrijheid, maar evenzeer op een economische heropleving.
...

Er wordt reikhalzend naar de zomer uitgekeken. Vlaams minister van Volksgezondheid Wouter Beke beloofde dat elke Vlaming van 18 jaar en ouder tegen 11 juli minstens één keer met het coronavaccin geprikt zal zijn. Het is een belangrijke stap in de richting van groepsimmuniteit, die kan worden bereikt als 70% van de bevolking zich heeft laten prikken. De vaccinatiecampagne moet perspectief geven op een herwonnen vrijheid, maar evenzeer op een economische heropleving. 'Er is een duidelijke correlatie tussen de vaccinatiesnelheid en het herstel van de economie', stelt Véronique Goossens, Chief Economist bij Belfius. 'We hadden de indruk dat het in België traag op gang kwam, maar dat geldt eigenlijk voor de hele Europese Unie. Aangezien de vaccinaties nu nog maar op kruissnelheid komen, verwachten we pas vanaf de zomer een echte heropleving van de economie. Als het virus onder controle is, kan het normale leven geleidelijk hernemen, kunnen getroffen sectoren weer opengaan en dan zal de consument ook niet langer de vinger op de knip houden.' Ook Bart Van Craeynest, hoofdeconoom van werkgeversorganisatie Voka, ziet beterschap in de tweede jaarhelft: 'Uit enquêtes die Voka en Union Wallone des Entreprises uitvoerden bij de Belgische bedrijven merken we dat de industrie, de bouwsector en de b2b-dienstverlening stilaan weer hun normale omzetniveau halen. Een aantal sectoren is nog steeds zwaar getroffen, maar eenmaal horeca, reizen, luchtvaart, events enzovoort hun activiteiten mogen heropenen, verwachten we een inhaalbeweging op het vlak van spenderen. De Belgen hebben in 2020 immers 23 miljard euro meer gespaard dan in een normaal jaar.' Maar België staat voor een erg moeilijke uitdaging. Dat leest Bart Van Craeynest in de cijfers. 'De Verenigde Staten lopen duidelijk voor op Europa en het ziet er niet naar uit dat we hen snel zullen kunnen bijbenen. Het IMF heeft onlangs zijn groeiprognoses tot 2022 bijgesteld. We zien wereldwijd een duidelijke heropleving, maar voor België zal het tot in 2022 duren vooraleer we weer het niveau van 2019 halen.' De steunmaatregelen moeten straks worden afgebouwd, maar wel zonder dat dit schokgolven of massaal jobverlies veroorzaakt. 'Dansen op een slappe koord', noemt Véronique Goossens van Belfius het. 'Het zou te jammer zijn om intrinsiek gezonde bedrijven failliet te laten gaan door al te snel de coronasteun stop te zetten. Dus zal het voorzichtig en geleidelijk moeten gebeuren. Daarbij moeten we er ook rekening mee houden dat bedrijven die op slot gingen cash nodig hebben om weer op te starten. Het uitstel van betaling bij de banken was een goede maatregel, maar tegen eind juni loopt hij af. Als ze structureel gezond zijn, kunnen kmo's ook gebruik maken van een krediet onder staatswaarborg. Maar dat neemt niet weg dat ze door de pandemie nog met vele onzekerheden kampen. Het zal dus nog een tijd duren voor een reeks bedrijven hun tweede adem heeft gevonden.' Voka erkent dat de overheid snel en goed gehandeld heeft om de acute economische crisis aan te pakken. Bart Van Craeynest: 'Nu komt het erop aan om een selectiever beleid te voeren, dat zich richt op sectoren die het hardst worden geraakt. We moeten dat in een ruimer perspectief bekijken, samen met de bijna 6 miljard investeringssteun waar België recht op heeft in het kader van het Europees Herstelfonds. En er zullen ook hervormingen nodig zijn. Een van de grootste problemen voor onze bedrijven blijft de krapte op de arbeidsmarkt. Dat fenomeen is niet weg: de vraag naar bouwvakkers, technici, ingenieurs en IT'ers stijgt alweer. Een investeringsprogramma alleen zal die krapte niet oplossen.' Bovendien kampt België met een fors opgelopen staatsschuld. De Hoge Raad voor Financiën trok recent aan de alarmbel en adviseert om vanaf 2022 weer een normaler begrotingsbeleid te voeren. Tegen 2024 zouden alle overheden samen 9,5 miljard moeten besparen om het oplopende begrotingstekort in te dijken. Véronique Goossens: 'België begon aan de Covid-19-crisis met een veel te groot structureel tekort. Onze overheden geven in normale tijden te veel uit en dat is onaanvaardbaar. Dit deficit zullen we moeten afbouwen. Maar dat moet je los zien van de opgebouwde schuld door alle Covid-19-maatregelen en verloren belastinginkomsten. Die hebben slechts een tijdelijke invloed op de overheidsbegroting.' Hoe snel het begrotingstekort moet worden afgebouwd, is nog geen uitgemaakte zaak. Heel wat Europese lidstaten zitten in hetzelfde schuitje, en de ministers van Financiën moeten nog uitmaken of en hoe ze de Europese budgetregels zullen aanpassen. 'Tijdens de schuldencrisis eind 2009, waarbij de markten zich tegen Griekenland keerden, was streng saneren zowat de pensée unique', herinnert Véronique Goossens zich. 'Achteraf pas kwam het bewustzijn dat streng saneren in een lagerenteomgeving nefast was geweest omdat het een aantal landen in een nog lastiger parket bracht. Net daarom verwachten we in de komende jaren een veeleer pragmatische houding voor schuldafbouw.' Wat wel vaststaat, is dat het Europese monetair beleid gericht blijft op het stutten van de economie. 'Er zijn overal schulden bijgemaakt en dus zal de Europese Centrale Bank haar financieringscondities nog een hele tijd laag houden. Het doel is om de overheden niet in de problemen te brengen doordat ze hun schulden moeten financieren, terwijl de economische groei ertoe zal leiden dat de schuld geleidelijk aan toch kleiner wordt', aldus Goossens. 'Maar het monetaire beleid alleen zal niet volstaan om tot een duurzame relance te komen', waarschuwt Voka-hoofdeconoom Bart Van Craeynest. 'We zien dat bedrijven minder investeren uit onzekerheid over de toekomst en omdat ze hun buffers na de coronacrisis opnieuw moeten aanvullen. De beschikbaarheid van kredieten of de extreem lage rente is dus niet het grootste probleem. De zekerheid dat er toegang is tot financiering aan gunstige voorwaarden is positief, maar er is vooral vertrouwen nodig.' In elk geval blijft het herstel vooral in Europa broos. Van Craeynest: 'We zagen bijvoorbeeld hoezeer het incident in het Suez-kanaal onze logistieke keten onder druk zette. Een reeks bedrijven kampt met een tekort aan chips in de nasleep van de crisis van vorig jaar. We voelen nog niet de volledige impact van de brexit en de extra grenscontroles in het Verenigd Koninkrijk. En misschien duikt er nog een nieuwe coronavariant op. Veel factoren kunnen dus roet in het eten gooien.' De aandelenmarkten hebben het vertrouwen wel al herwonnen. Door de aanhoudende lage rente zijn er weinig alternatieven voor spaargeld en dus wordt er veel meer in aandelen belegd. Véronique Goossens: 'De belegger weet dat er een postcoronatijdperk aanbreekt, hij ziet dat de economie zich stilaan herstelt en dat doet de risicoappetijt toenemen. Wij zijn fundamenteel overtuigd dat aandelen een goeie belegging blijven op middellange en lange termijn. Uiteraard zal er eerst nog wat volatiliteit zijn door de onzekerheid over de evolutie van de pandemie, maar een koersval biedt ook tactische opportuniteiten, daar kan je van profiteren.' Een gediversifieerde portefeuille blijft de beste strategie op de lange termijn, besluit de Chief Economist van Belfius. 'Wij verwachten het grootste potentieel in thema's die met klimaat en duurzaamheid te maken hebben, zoals bedrijven die actief zijn in waterzuivering, hernieuwbare energie en circulaire economie. Na de kwantumsprong van vorig jaar zal digitalisering en technologie een blijver zijn, maar wel voor wie de juiste opportuniteiten weet te vinden. Gezondheidszorg biedt zeker kansen: er is een hernieuwde aandacht voor en we zien zowel in farma, biotech als medische beeldvorming ruimte voor groei. En tot slot denken we dat Europese beleggers meer aandacht moeten hebben voor China en Azië in het algemeen, gelet op de verwachte groei daar in de komende jaren.'