Al decennialang is de studio van Mickey Mouse de absolute alleenheerser in het rijk van de tekenfilm: sinds Walt Disney in 1937 met "Snow White and the Seven Dwarfs" de eerste lange cartoon vervaardigde, is zijn naam synoniem voor getekende filmpret voor jong en oud.
...

Al decennialang is de studio van Mickey Mouse de absolute alleenheerser in het rijk van de tekenfilm: sinds Walt Disney in 1937 met "Snow White and the Seven Dwarfs" de eerste lange cartoon vervaardigde, is zijn naam synoniem voor getekende filmpret voor jong en oud. Al enkele jaren zijn er echter kapers op de kust. Sinds de Disneyfabriek met blockbusters als "Beauty and the Beast", "Aladdin" en "The Lion King" miljardenwinsten boekt, hebben nagenoeg alle grote studio's zich halsoverkop op de lucratieve animatiemarkt gestort. Meestal was het resultaat dermate teleurstellend - ook aan de kassa - dat ze bij het Disneyconcern op beide oren konden slapen. Toen echter Steven Spielberg, Jeffrey Katzenberg en muziekuitgever David Geffen in 1994 hun nieuwe studio DreamWorks SKG oprichtten, wist iedereen meteen dat Disney er een geduchte rivaal bij had. Katzenberg is zelf, vanaf 1984, de bezieler geweest van de artistieke wederopstanding van de animatieafdeling bij Disney. Tien jaar later is hij er verbitterd weggegaan, na onverzoenlijke meningsverschillen met grote baas Michael Eisner over zijn machtspositie binnen het bedrijf. Katzenberg had dus nog een eitje te pellen met zijn vroegere werkgever. Nadat de volledig met de computer gemaakte film "Antz" een voorsmaakje gaf van wat DreamWorks inzake digitale animatie in petto heeft, haalt Katzenberg met zijn eerste traditionele animatiefilm "The Prince of Egypt" het grof geschut boven: een kanjer van een tekenfilm die, voortgestuwd door een agressief promotie-offensief, een weekje voor Kerstmis wereldwijd in de zalen wordt gedropt. De bedoeling is de Disneyconcurrentie in de feestweken (in Amerika de computeranimatiefilm "A Bug's Life", in Europa het al enkele weken geleden uitgebrachte, verrukkelijke "Mulan") onder tafel te vegen. Grote sterren leenden hun herkenbare stemmen aan de oudtestamentische figuurtjes ( Val Kilmer, Ralph Fiennes,Michelle Pfeiffer, Sandra Bullock, Jeff Goldblum, Danny Glover, Patrick Stewart, Helen Mirren, Steven Martin, Martin Short) maar de ster van deze productie waarvoor drie regisseurs vereist waren ( Brenda Chapman, Steve Hickner, Simon Wells), is de meesterlijke animatie. De godsdienstles moet je er wel bijnemen. Het onderwerp is vrij ongewoon voor een tekenfilm, meestal het terrein van dwergen en dalmatiërs: het bijbselse verhaal van Mozes, zoals beschreven in het eerste deel van de Exodus. Hetzelfde verhaal dus van de onsterfelijke Hollywoodklassieker "The Ten Commandments" (1956) van Cecil B.De Mille, maar dan zonder de kitsch en de heimelijke seks en met minder aandacht voor de Stenen Tafels. WATERSPUWERS"The Prince of Egypt" opent met de mededeling dat wat we te zien krijgen zo trouw mogelijk de bijbel volgt - een legertje adviserende religieuze leiders, schriftgeleerden en theologen staat daarvoor garant. Soms proberen de filmers trouwens katholieker te zijn dan de paus. Zo bevatte de song "When You Believe" oorspronkelijk het zinnetje: "You Can work miracles if you believe". Maar omdat de suggestie dat mensen zelf tot mirakels in staat zijn, pure heiligschennis is, klinkt het nu: "There can be miracles when you believe". Gelukkig hebben de rabbi's, kardinalen en professoren toch niet over alles hun zegje gehad. Tenzij ook de beelden van twee krokodillen die naar het biezen mandje happen waarmee baby Mozes de Nijl afdrijft, regelrecht uit de bijbel zouden komen. De toon van de prachtig vormgegeven prent is overwegend donker, oerernstig, godsvruchtig en godvrezend. Het leed van de Hebreeërs wordt breed en pathetisch uitgemeten. Soms lijkt dit getekend epos over de diaspora wel de "Schindler's List" van de animatiefilm. "The Prince of Egypt" is in menig opzicht een volwassen tekenfilm die alle kinderachtigheid schuwt en de beproefde Disneyformule vierkant negeert. Hier geen olijke ezels of kamelen die komisch soelaas brengen, zoals zelfs in de meest ernstige Disneytekenfilms gebeurt (de vermakelijke waterspuwers in "The Hunchback of Notre Dame" en nu ook weer de grappende kleine draak in "Mulan"). Hogepriesters die even hun goochelkunstjes mogen demonstreren, dat is zowat het enige luchtige terzijde wat de filmmakers zich permitteren. Wel krijgen we een held die iemand de dood injaagt - onvrijwillig weliswaar - en zijn er schokkende taferelen van de plagen die de vertoornde god van Abraham, Isaak en Jacob op de Egyptenaren loslaat. Er wordt dan ook op een iets ouder doelpubliek gemikt dan dat van de reguliere animatiefilm. Totaal ongeschikt voor kinderen onder de zeven, zegt Katzenberg. De muziek van Hans Zimmer (huiscomponist van "DreamWorks") is gewoontegetrouw pure Broadwaybombast, maar de liedjes van Stephen Schwartz worden niet gebruikt als show-stoppers maar stuwen integendeel de actie vooruit en dragen belangrijke informatie aan. Dit blijkt al meteen uit de hoogst imponerende openingssequentie. In een paar minuten tijd wordt in een briljant samenspel van tekenkunst, animatie, montage, ritme, kleur, muziek en zang (de song "Deliver Us") de slavernij opgeroepen, de bouw van de piramides, de slachting van onschuldige kinderen en de vernuftige wijze waarop Mozes aan het hof van de Farao aanspoelt. De animatoren maken hier ook dankbaar gebruik van het zogeheten "Exposure Tool", een door DreamWorks ontwikkeld computersysteem dat de camera toelaat om tweedimensionale personages en driedimensionale objecten soepel en met duizelingwekkend diepte-effect te laten bewegen. Je krijgt met andere woorden hetzelfde ruimtelijk gevoel als bij liveaction. De film offreert in een hoog tempo het ene huzarenstukje na het andere. De strijdwagenrace van de twee broers verwijst natuurlijk naar het beroemdste wapenfeit uit "Ben Hur", al kunnen de animatoren in hun fantasie natuurlijk veel verder gaan dan het live-action-model: de strijdwagens stormen eerst door drukke straten en markten, om dan de achtervolging voort te zetten langs steile en krakkemikkige stellingen, die natuurlijk instorten. De neus van een reusachtige sfinx moet eraan geloven, waarna Mozes en Rameses meegesleurd worden door de vrijgekomen zandverschuiving. WOESTIJNPANORAMA'SEn dan zijn er natuurlijk ook de special effects waar de bijbel bol van staat: Mozes die de Nijl rood kleurt van het bloed, zijn staf die in een serpent verandert, de Zeven Plagen van Egypte. Net als in de Mozesfilm van De Mille blijft ook hier de hoofdschotel het openen van de Rode Zee en de doortocht van honderdduizenden (met de computer ingebrachte) Israëlieten. Alleen al deze sequentie van zeven minuten vergde 318.000 werkuren, verspreid over een periode van drie en een half jaar. Over de hele lijn is de aanwending van computeranimatie (meestal in combinatie met traditionele animatie) bijzonder sluw, zonder ooit een stijlbreuk met de rest te veroorzaken. Hoogtepunten zijn het Brandende Braambos (de moeilijkst te animeren en te synchroniseren scène in de film volgens de experten) en de Angel ofDeath (een abstracte wolk) die het leven van de pasgeboren baby's eist en als een schicht door de straten en steegjes schiet. Mozes' nachtmerrie, waarin een hiërogliefenleger tot leven komt, is zonder meer een van de mooiste animatiescènes die ooit te zien waren. De dramatische spanning tussen de Egyptische en Hebreeuwse wereld bepaalt ook de esthetiek van de film - een voortdurend spel van formele contrasten. Voor het oude Egypte is de vormentaal hiëratisch, monumentaal, symmetrisch, streng en hoekig. Dankzij de aquarelachtige achtergronden en de afwezigheid van perspectief krijgt die wereld ook iets lichts, transparants en oppervlakkigs, alsof de macht van de farao's efemeer en illusoir is. Als het hiërogliefenschrift de inspiratie leverde voor de stilering van het oude Egypte, dan lijkt de Hebreeuwse wereld meer op een tapijtwerk met organische, grilliger vormen, in warme, aardkleurige schakeringen. En zoals wel vaker het geval, is de esthetiek van de onderdrukker veel aantrekkelijker dan die van de slachtoffers. Op een typisch Hollywoodse manier wordt het gezellige en warm menselijke van de dansende en feestvierende Hebreeërs er iets te dik bovenop gelegd, zodat de kille, kale stijl van de Egyptenaren voor een verfrissende noot zorgt. De picturale effecten zijn verbluffend, met veel majestatische scènes waarin nietige silhouetten in tegenlicht afsteken tegen grandioze Egyptische tempels of woestijnpanorama's. Om het legertje tekenaars en animatoren op elkaar af te stemmen, gingen de art directors uit van drie visuele referenties: de bijbelse illustraties van Gustave Doré, de impressionistische doeken van Claude Monet en de eindeloze woestijnzichten uit "Lawrence of Arabia" van David Lean. Maar daar blijft het niet bij: in sommige actiescènes herken je ook Akira Kurosawa en natuurlijk ook Spielberg zelf (die ondanks zijn drukke agenda Katzenberg altijd met raad en daad bijstond); het koloriet en de vormentaal van sommige Hebreeuwse taferelen doen dan weer denken aan Georgia O'Keeffe en Gustav Klimt; een onstuimige zee roept zo een aquarel van Turner voor de geest. JAKHALZENMet een groot gevoel voor het juiste detail wordt in "The Prince of Egypt" een antieke wereld in grafische taal herschapen - je kan er donder op zeggen dat elk detail klopt, van de Hebreeuwse sandalen tot het schaakbord met jakhalzen van de Egyptenaren. De makers zijn er wonderwel in geslaagd om de toeschouwer te doen vergeten dat hij naar een tekenfilm zit te kijken. Ze komen tot een gestileerd dramatisch realisme dat totaal geloofwaardig overkomt. Zeker wanneer het erop aankomt intense of subtiele menselijke emoties in tekening te brengen (een van de lastigste taken van animatiefilmers en zelfs een zwak beestje in de meeste Disneyklassiekers). Tijdens een bezoek aan de DreamWorks Animation studio's in Glendale, Los Angeles in het voorjaar, vertelde producente Sandy Rabins dat haar favoriete scène geen spectaculair tafereel is met honderdduizenden figuranten, maar een klein intimistisch moment: Myriam die in het bijzijn van Aaron haar broer Mozes zijn Hebreeuwse afkomst onthult. Prachtig gedaan, het spel met ogen en blikken waaruit eerst het ongeloof, dan de vertwijfeling en uiteindelijk de berusting van Mozes blijkt. Maar in zulke genuanceerde emotionele schakeringen ligt "The Prince of Egypt", ondanks de zelfverklaarde grensverleggende ambitie, helemaal in het verlengde van de klassieke animatie: de paradox om met volstrekt kunstmatige middelen tot een resultaat te komen dat even naturalistisch overkomt als het fotografisch realisme. Een van de zaken die me opvielen tijdens mijn bezoek aan de DreamWorks studio is dat overal de invloed van oom Walt te zien was; van de cv's van de medewerkers (een groot aantal werd gerekruteerd uit de Disneyfabriek in Burbank) tot hun referentiewerken op de boekenplank. De rondleiding werd besloten met het bijwonen van een bijeenkomst tussen regisseurs en animatoren om de laatste correcties aan te brengen in fragmenten van nauwelijks enkele seconden. Op de dagplanning staat deze discussie vermeld als "sweatbox"- een oude term van Walt Disney omdat iedereen toen nog samengeperst zat in een klein kamertje zonder airconditioning. Met een budget van naar verluidt 120 miljoen dollar (DreamWorks wil de kostprijs niet vrijgeven) moet "The Prince of Egypt" al de "Titanic" van de animatiefilm worden om uit de kosten te komen. De vraag die heel Hollywood bezighoudt, is natuurlijk of een film die de keizer artistiek naar de kroon steekt, ook de commerciële slagkracht zal hebben om de onbetwistbare marktleider te verslaan. Met dit bijbelverhaal zullen immers geen extra inkomsten gegenereerd worden via de merchandising - hier geen speelgoed en McDonald's derivaten, maar alleen boeken en cd's met de titelsong gezongen door duellerende diva's Whitney Houston en Mariah Carey. De Muis van de animatietroon stoten. Velen hebben het geprobeerd. "The Prince of Egypt" bewijst in ieder geval dat er ook leven is naast Disney. "The Prince of Egypt", vanaf volgende week in de bioscoop.Patrick Duynslaegher