De Nederlander Luuk van Middelaar werd twee jaar geleden ingehaald als een filosofisch wonderkind. In zijn boek Politicide maakte hij het proces van drie generaties Franse denkers. Van Jean-Paul Sartre over Michel Foucault tot Bernard-Henri Lévy: hij bevond hen allen schuldig aan 'de moord op de politiek'. Alsof ze niet begrepen wat democratie precies inhoudt, bleven ze 'gevangen zitten tussen machteloosheid en terrorisme'. Niettemin, of net daarom, begaf Van Middelaar zich na zijn studie in Groningen naar de hoofdstad van het twintigste-eeuwse denken: hij studeert momenteel politieke filosofie in Parijs. En volgt zowel de strijd tegen het terrorisme als het protest van de anti-globalisten met grote aandacht. 'Het anti-globaliseringsdebat wordt hier tamelijk heftig gevoerd', zegt hij. ' Attac, een van de sleutelorganisaties, begon ook in Frankrijk, als een initiatief van een aantal redacteuren van Le Monde Diplomatique. Voor een groot deel bestaat die organisatie uit jongeren en studenten. En voor zover het ouderen betreft, zijn het oud-communisten. Wat in die beweging gebeurt, is naar mijn gevoel een soort recycling van het communistische ideeëngoed, en zelfs van communistisch personeel.'
...

De Nederlander Luuk van Middelaar werd twee jaar geleden ingehaald als een filosofisch wonderkind. In zijn boek Politicide maakte hij het proces van drie generaties Franse denkers. Van Jean-Paul Sartre over Michel Foucault tot Bernard-Henri Lévy: hij bevond hen allen schuldig aan 'de moord op de politiek'. Alsof ze niet begrepen wat democratie precies inhoudt, bleven ze 'gevangen zitten tussen machteloosheid en terrorisme'. Niettemin, of net daarom, begaf Van Middelaar zich na zijn studie in Groningen naar de hoofdstad van het twintigste-eeuwse denken: hij studeert momenteel politieke filosofie in Parijs. En volgt zowel de strijd tegen het terrorisme als het protest van de anti-globalisten met grote aandacht. 'Het anti-globaliseringsdebat wordt hier tamelijk heftig gevoerd', zegt hij. ' Attac, een van de sleutelorganisaties, begon ook in Frankrijk, als een initiatief van een aantal redacteuren van Le Monde Diplomatique. Voor een groot deel bestaat die organisatie uit jongeren en studenten. En voor zover het ouderen betreft, zijn het oud-communisten. Wat in die beweging gebeurt, is naar mijn gevoel een soort recycling van het communistische ideeëngoed, en zelfs van communistisch personeel.' Luuk van Middelaar: Weinig. Neem nu Empire van Toni Negri en Michael Hardt, dat uitgroeit tot een filosofisch handboek van de anti-globaliseringsbeweging. Negri is een veteraan uit de Italiaanse marxistisch-leninistische school, een van de meesterdenkers van de terroristische clubs in de jaren zeventig _ hij is wegens gebrek aan bewijs vrijgesproken voor zijn vermeende aandeel in de moord op Aldo Moro, maar zit om andere redenen nog altijd in Rome in de gevangenis. Negri wilde destijds de parlementaire democratie opblazen, in de hoop dat er iets nieuws uit zou voortkomen: de marxistische dageraad. Wel, in Empire doet hij exact hetzelfde. Ik hoopte iets nieuws te leren uit dat boek, maar al snel merkte ik dat onder een nieuw soort vocabulaire dezelfde simplistische analyse schuilgaat: het sleetse basismodel kapitalist-arbeider is inmiddels ook leverbaar in de varianten blank-zwart, man-vrouw en eerste wereld-derde wereld. Met daaroverheen een onverholen oproep tot gewapend verzet, want de vijand is groot, onzichtbaar en slecht. Van Middelaar: Dat idee heb ik wel. Oude antwoorden op oude vragen. Ze komen niet eens toe aan het stellen van nieuwe vragen. De eerste vraag die je moet stellen bij de globalisering is namelijk: is er de afgelopen tien jaar een nieuwe situatie ontstaan? Ik vind niet dat Negri en Hardt overtuigend aantonen dat die nieuwe situatie er is, laat staan dat ze nieuwe antwoorden formuleren. Terwijl we nu juist daar behoefte aan hebben. Want de recepten van Marx hebben hun ongelijk inmiddels bewezen. Toen Marx Das Ka schreef, had de industriële revolutie in Engeland al plaatsgegrepen en zag hij grote misère, toenemende ongelijkheid, arbeiderskinderen die jong stierven, enzovoort. Zijn analyse was dat het systeem in elkaar zou ploffen. Dat is niet gebeurd. Mede dankzij de vakbonden en de arbeidersstrijd begonnen ook de kapitalisten te begrijpen dat arbeiders betaald moesten worden, zodat ze konden consumeren. De wijsheid van Henry Ford, zeg maar, die het salaris van zijn arbeiders verdubbelde zodat ze allemaal een T-Fordje konden kopen. Daardoor werden de ideeën van Marx na zijn dood achterhaald. Van Middelaar: Maar het marxistische schema wordt nog altijd gebruikt. Een marxist heeft anno 2001 dus slachtoffers nodig. Dat kan op twee manieren. De onderverdeling kapitalisten-proletariërs wordt nu op wereldschaal getransponeerd: het Westen in zijn geheel is nu de kapitalist met de bolhoed en de derde wereld is de zielige arbeider in de goot. Dat beeld duikt vaak op in het discours van de anti-globalisten. De tweede manier om het model van Marx vandaag nog te kunnen gebruiken, zou ik de paranoïde uitweg willen noemen. Dat is zeggen: U weet het misschien niet, maar u wordt hier en nu wel degelijk onderdrukt door het kaisme. Wij zijn de slaven van de consumptiemaatschappij, wij leven onder de dictatuur van de markt. Ik vind die redenering nogal kwalijk. De zogenaamde onderdrukten zijn zich in de meeste gevallen niet van hun onderdrukking bewust en zijn gewoon heel tevreden met hun bestaan. Je kunt als elitaire intellectueel wel neerkijken op mensen die naar de McDonald's gaan eten en 's avonds voor hun televisie hangen, maar dat lijkt mij een serieuze onderschatting. Dat is loze retoriek. Hetzelfde geldt voor dat beeld van de derde wereld als proletariër: in landen waar nettokapitaal naartoe gaat, neemt de armoede af. Van Middelaar: Dat ideaal kan ik natuurlijk onderschrijven: we willen dat zoveel mogelijk mensen op de wereld delen in de vrijheid en welvaart die wij in het Westen hebben gecreëerd. Maar daarmee heb je nog niets gezegd, dat is geen analyse. De anti-globalisten vergeten iets belangrijks: economie is geen zero-sum game, het is niet zo dat als sommigen rijker worden dat ten koste gaat van de armen. Maar zo wordt er wel over gepraat: als de verderfelijke multinationals in de derde wereld winst maken, valt onmiddellijk het woord 'uitbuiting'. Economisch gesproken is dat onzin, iederéén kan rijker worden. Van Middelaar: Dat is de kern van de zaak: de discussie over armoede in de derde wereld. In haar rapport Globalization, Growth and Poverty heeft de Wereldbank onlangs gereageerd op de kritiek van de straat _ van Seattle tot Genua. In dat rapport onderscheidt de bank grosso modo twee groepen landen. In landen zoals China, India en Vietnam, die zijn gaan deelnemen aan het mondiale economische systeem, is de welvaart sinds 1980 jaarlijks met gemiddeld vijf procent toegenomen. In een groot deel van Afrika en landen zoals Noord-Korea en Cuba, die niet in contact hebben gestaan met het internationale kapitaal, is de welvaart afgenomen. Dat zijn simpele gegevens. Van Middelaar: Zeker. Globalisering leidt tot grotere welvaart en _ nog simpeler _ tot minder doden door armoede. Er komen op het platteland in China vandaag minder mensen om van de honger dan twintig jaar geleden. Van Middelaar: Vast wel, dat kan ook niet anders. Twintig jaar geleden waren alle Chinezen gelijk in armoede en onderdrukking. Met dat argument van ongelijkheid kan ik dus niet zoveel, je moet kijken naar het afnemen van de absolute armoede. Zelfs iemand als de Amerikaanse filosoof John Rawls, die toch algemeen bekend staat als een progressief denker, heeft als een van de grondaxioma's van zijn politieke filosofie dat ongelijkheid is toegestaan als ook de minstbedeelden er beter van worden. Van Middelaar: Ja. Voor de anti-globalisten zijn de Wereldbank, het IMF en de Europese Commissie de boosdoeners die de vrijhandel promoten. Terwijl de grootste vijand voor de economie van de derde wereld niet de vrijhandel is, maar het westerse handelsprotectionisme. Het verzet zou dus meer gericht moeten zijn tegen de eigen binnenlandse economische politiek. Het is niet toevallig dat de Amerikaanse vakbonden een grote rol spelen in de anti-globaliseringsbeweging: het is bedreigend voor hun eigen hachje als de economie wereldwijd wordt opengegooid. Dat ze die angst verpakken als bezorgdheid om de derde wereld, vind ik pervers. Van Middelaar: Het is mij te simpel om alles te analyseren in termen van 'de neoliberale politiek sinds Ronald Reagan en Margaret Thatcher'. Je kunt niet zeggen dat de markt terrein gewonnen heeft op de staat, want in Europa herverdelen de overheden vandaag meer geld dan ooit _ gemiddeld bijna de helft van het bruto nationaal product. Die evolutie is al bezig sinds de Tweede Wereldoorlog. De verhouding tussen staat en markt mag niet worden versimpeld tot eenrichtingsverkeer, en dat is precies wat sommigen doen: Vroeger hadden we meer publiek en nu steeds meer privé, dus we zijn onze beschaving aan het uitverkopen!Van Middelaar: Onderwijs is een goed voorbeeld. In Europa vinden wij dat het gratis moet zijn. Terwijl het vroeger vaak privé was: menig beroemd filosoof had een baantje als huisleraar en was in hedendaagse termen dus heel verderfelijk bezig _ omdat hij op de vrije markt opereerde. Ik wil maar zeggen: die redenering over neoliberalisering kun je alleen volhouden als je een extreem kortetermijnperspectief hanteert. Op de lange termijn zie je geen algemene tendens van publiek naar privé. De omgekeerde beweging komt ook voor. Neem de spoorwegen: die zijn als privé-ondernemingen begonnen, na 1945 veelal genationaliseerd en nu weer geprivatiseerd. Van Middelaar: Dat volg ik, maar wat de gezondheidszorg betreft: de National Health Service in Groot-Brittannië is bij mijn weten een van de meest publieke systemen die je kan bedenken, maar ik ben toch liever ziek in Frankrijk. Hier is meer ruimte voor de vrije markt in de gezondheidszorg en misschien zijn er net daarom niet zulke lange wachtlijsten als in Engeland. De omgekeerde beweging, van privé naar publiek, zie je vandaag trouwens ook: we hebben met de wereldpolitiek besloten dat gentechnologisch onderzoek, dat al vermarkt was, uit de markt gehaald wordt en alleen mag worden gebruikt voor puur wetenschappelijke doeleinden. Wie voldoende afstand neemt, ziet dat doemdenkers zich vergissen. Van Middelaar: Dat klopt. Ik geloof in de 'perverse westerse waarden': vrijheid, welvaart, enige mate van sociale gelijkheid _ voor zover dat niet de bekende excessen oplevert. Dat is niet alleen goed voor ons, dat is goed voor de hele wereld. Daar ben ik van overtuigd. Dus vooruitgangsoptimisme is voor mij inderdaad de bottom line. Ik geloof in de moderniteit, om het zo maar eens te zeggen. Van Middelaar: Ja, dus niet als een aanslag op Amerika. Hier is sprake van politiek, het is niet een volksdansje van een andere cultuur, een gebedje van een andere religie of de wraak op het dollarbiljet. Wat op 11 september New York is binnengedenderd, heeft te maken met politieke en militaire macht. Als je er in die termen naar kijkt, ben je meteen af van al die metafysische discussies en kun je de situatie helder analyseren. Dat is ook wat de Amerikanen hebben gedaan. Eerst hebben ze de sterkte van de tegenstander ingeschat: met hoeveel zijn ze? En wie steunt ons? De Russen zijn voor, de Chinezen houden zich gedeisd... Dat maakt een politieke afweging mogelijk. De aanslagen zijn nog altijd niet opgeëist, het lijkt meer een blind en leeg iets. Er zit ook geen ideologie achter. Van Middelaar: Het is vooral een reeks verbodsbepalingen en restricties, een gebrek aan Leven, zou ik zeggen _ met een hoofdletter L. Wat het Westen en de moderniteit daar tegenover stellen, is wél Leven. Mensen kunnen ontmoeten. Geld kunnen uitgeven. Salman Rushdie heeft in dat verband een goede opmerking gemaakt: met die bombardementen op Afghanistan zullen we volgens hem dat terrorisme niet uitschakelen; onze enige hoop is dat wij, westerse burgers, door ons dagelijks gedrag laten zien dat het Leven bij ons beter is. Rushdie zei: 'We moeten geen bommen op Afghanistan gooien, we moeten elkaar zoenen op straat.' En dat is geen naïef, pacifistisch geloof in een geweldloze oplossing, maar een veel diepere analyse van de situatie. De strijd tegen het fundamentalisme moet gewonnen worden met overtuiging, en met het voorbeeld dat wij hier in het Westen _ of in de moderniteit _ vrijer en rijker en prettiger leven. Van Middelaar:Parce que?Van Middelaar: Nu belanden we in een ingewikkelde discussie. Sinds een kwarteeuw mogen wij in het Westen niet meer zeggen dat onze waarden universeel zijn. Maar elke cultuur beschouwt zijn eigen waarden als universeel, dat is een antropologische waarheid als een koe. Neem het eerste het beste boekje van Claude Lévi-Strauss: elke cultuur acht zichzelf het centrum van de wereld. Dat is de normale gang van zaken: de anderen zijn vreemdelingen. Nu proberen wij ons in het Westen met veel pijn en moeite aan te leren dat anderen ook gelijk hebben en dat iedereen evenveel waard is. Maar kentheoretisch gezien is dat een verschrikkelijk moeilijke oefening, waar je altijd in vastloopt. Het is niet zo relevant of die westerse waarden nu universeel zijn of niet. Wij vinden dat nu eenmaal. En die terroristen vinden dat ook, van hun eigen waarden. Dus dat hele gelul over 'universeel' moet je doorstrepen. Het zijn onze waarden en die willen wij verdedigen. Van Middelaar: De rol van een intellectueel is toch niet om altijd maar iets anders te roepen. Als de publieke opinie het toevallig eens bij het rechte eind heeft, zie ik niet in waarom je daar per se tegen in moet gaan. Van Middelaar: Ik zou de link willen leggen met de Franse revolutie, toen de mensenrechten zijn uitgevonden. Frankrijk vertegenwoordigde in de achttiende eeuw de rede, beleefde een revolutie en heeft die revolutie toen naar de rest van de wereld willen exporteren. Volgens de clichés uit de geschiedenisboekjes volgde op die 'universele' tijd de Duitse romantiek, die zogezegd als tegenreactie de eigen taal en eigen cultuur wilde benadrukken: folklorestudies, nationale legendes, Volksgeist... Die Fransen moesten dus vooral niet denken dat hun waarden universeel waren. De Duitse reactie werd veroorzaakt door het feit dat de Franse waarden werden geëxporteerd door de Franse politieke macht. Met andere woorden: het was door Napoleon en zijn legers dat die 'universele' waarden werden beschouwd als iets 'particuliers'. Tenminste, zo keken de Duitsers ernaar. Vandaag zien we iets dergelijks opnieuw. Van Middelaar: Hetzelfde basismisverstand doet zich alleszins voor. De gedachtegang is algauw: Amerika vertegenwoordigt misschien op een bepaalde manier universele waarden, maar moet zich in de wereld bescheidener opstellen _ Amerika heeft een grote mond, het Amerikaans kapitaal en de Amerikaanse legers zitten overal. En daardoor lijken de waarden die men eerst als universeel zag, ineens Amerikaans. De politieke vraag is: kan je de mensenrechten over de wereld verspreiden zonder een Napoleon? Nee, dus. Wie dat denkt, heeft een moralistische visie op de werkelijkheid. Wie denkt dat het Goede _ met hoofdletter _ zich vanzelf aan de wereld opdringt, zonder strijd of het gebruik van macht, vergist zich. Wie politiek denkt, weet dat het Goede niet vanzelf komt. Wie weet heb je daar wel een leger voor nodig. Van Middelaar: Ik snap dat u mij op het hakblok legt: u probeert mij te laten zeggen dat wie mensenrechten wil, daar een prijs voor moet betalen. Welja, dat is zo. Wat we Napoleon kwalijk kunnen nemen, is dat hij niet ver genoeg is gegaan. Dat hij het aureool van vrijheid en gelijkheid, waarmee hij zijn legers behing, niet volledig heeft verwerkt in de grondwetten die hij her en der in Europa liet maken. Hij heeft zijn werk niet goed genoeg gedaan. Goed, trek nu die lijn even door naar George W. Bush. Het Amerikaans kapitaal _ dat je ook kunt beschouwen als een soort leger _ doet goed werk, maar niet goed genoeg. Deed Bush maar wat hij zégt dat hij doet: het promoten van vrijhandel in de wereld. Dat is de parallel. Van Middelaar: Al die morele opwinding over die voedselpakketten vind ik niet zo vreselijk interessant. Dat er destijds in Vietnam speelgoed boven de jungle werd gedropt nadat de napalm was gevallen, lijkt mij veel ernstiger. Dat voedsel van de Amerikanen schijnt trouwens niet bijzonder geschikt te zijn voor de mensen in Afghanistan. Om het misschien wat ironisch te zeggen: de door de mollahs georganiseerde openbare verbranding van de voedselpakketten lijkt mij geen symbolische daad, maar veeleer een maatregel van publieke hygiëne. Van Middelaar: Er is al genoeg morele verontwaardiging in de wereld. Misschien heb ik een soort tweedegraadsverontwaardiging. Ik begrijp mensen met goede bedoelingen, want die heb ik ook. Maar ik wind mij op over mensen die de armen in de derde wereld willen helpen, maar de verkeerde boodschap brengen. En over verontwaardiging die niet meer is dan verpakt protectionisme of hypocrisie. Dát vind ik verschrikkelijk. Dat ik door mijn kritiek op de anti-globalisten een rechtse zak genoemd word, is natuurlijk vervelend. Maar ik wil de juiste analyse maken: een politieke, geen morele analyse. Joël De CeulaerPiet Piryns'Ik ben het eens met Salman Rushdie: we moeten geen bommen gooien, we moeten elkaar zoenen op straat.''Wat op 11 september in New York gebeurde, was geen volksdansje van een andere cultuur.'