Voor de tweede keer in twee jaar tijd heeft het ministerie van Binnenlandse Zaken een enquête gehouden naar het onveiligheidsgevoel van de bevolking. Aan het onderzoek namen zesduizend personen deel: een representatief staal van de Belgische bevolking vanaf vijftien jaar.
...

Voor de tweede keer in twee jaar tijd heeft het ministerie van Binnenlandse Zaken een enquête gehouden naar het onveiligheidsgevoel van de bevolking. Aan het onderzoek namen zesduizend personen deel: een representatief staal van de Belgische bevolking vanaf vijftien jaar. "Angst gijzelt Belg", schreef Het Laatste Nieuws vorige woensdag in een vette titel bij een artikel over de enquête. Wie de Veiligheidsmonitor nauwkeurig leest, krijgt een genuanceerder beeld. Volgens het rapport is het onveiligheidsgevoel het voorbije jaar zelfs gedaald. Enkele cijfers. Buurtproblemen. De meest voorkomende buurtproblemen hebben betrekking op het verkeer: onaangepaste snelheid wordt door 43 procent van de respondenten gesignaleerd, agressief verkeersgedrag door 29 procent, geluidsoverlast door het verkeer door 27 procent. Daarna komen de problemen rond de verloedering van de buurt, met op kop de klachten over hondenpoep op straat (32 procent). Bijna een vierde van de respondenten vermeldt ook allerhande vormen van diefstal. Geweld en bedreiging worden slechts door respectievelijk 4 en 3 procent van de respondenten als een belangrijk buurtprobleem beschouwd. Onveiligheidsgevoel. Eén op tien respondenten voelt zich onveilig: 7 procent voelt zich vaak onveilig, 3 procent altijd. Twee derde zegt zich zelden of nooit onveilig te voelen. Tegenover vorig jaar is het onveiligheidsgevoel gedaald. Wel vermijdt een groot percentage van de respondenten uit veiligheidsoverwegingen bepaalde situaties: 48 procent doet 's avonds de deur niet open voor onbekenden, 38 procent bergt waardevolle spullen weg op een veiliger plaats dan thuis, 20 procent blijft bij duisternis thuis en 14 procent mijdt bepaalde plekken in de gemeente. Slachtofferschap. De zesduizend respondenten stellen het voorbije jaar het slachtoffer geworden te zijn van in het totaal 2404 "huishoudelijke misdrijven". In 38 procent van de gevallen ging het om vernielingen aan de auto, in 19 procent om andere vernielingen: 11 procent van deze soort delicten betrof een poging tot inbraak, 6 procent een werkelijke inbraak met diefstal. Daarnaast werden de zesduizend respondenten ook het slachtoffer van 1387 "persoonsgebonden delicten". In 32 procent van de gevallen betrof het bedreiging met lichamelijk geweld, in 31 procent ging het om een of andere vorm van diefstal: 7 procent van dit soort misdrijven hield verband met reëel lichamelijk geweld.Christine Albers