Voilà! Het Brusselse gerecht heeft het onderzoek naar zwartgeld in de boekhouding van de SP afgerond. Als de raadkamer ze doorverwijst, moeten Carla Galle, Guido Triest, Guido Van Biesen en Etienne Mangé, vier gewezen werknemers van de partij, zich binnenkort voor de rechtbank verantwoorden.
...

Voilà! Het Brusselse gerecht heeft het onderzoek naar zwartgeld in de boekhouding van de SP afgerond. Als de raadkamer ze doorverwijst, moeten Carla Galle, Guido Triest, Guido Van Biesen en Etienne Mangé, vier gewezen werknemers van de partij, zich binnenkort voor de rechtbank verantwoorden. De zaak is een intussen wat verdorde loot van de Agusta- en Dassault-zaak die in Luik in de loop van het onderzoek naar de moord op André Cools werd blootgelegd. Smeergeld afkomstig van de Italiaanse helikopterbouwer Agusta, en mogelijk van de Franse vliegtuigbouwer Dassault zou door de SP gebruikt zijn om medewerkers in het zwart te vergoeden. Zo klonk toch de uitleg van Etienne Mangé, de gewezen penningmeester van de SP. Eind 1998 werd hij al samen met Willy Claes, Guy Spitaels en andere kopstukken van de socialistische familie in het grote corruptieproces voor het Hof van Cassatie veroordeeld. In 1994 verklaarde Mangé aan de Luikse onderzoekers dat hij een deel van dat smeergeld had doorgespeeld aan Carla Galle, de toenmalige partijsecretaris van de SP. Galle, vandaag secretaris-generaal van Bloso, hield samen met de boekhouders Van Biesen en Triest, de hand aan de uitgaven van de SP. Zij zou, volgens Mangé, het geld hebben gebruikt om verkiezings- en personeelskosten in het zwart uit te betalen. Meer moesten ze bij het gerecht niet weten. Schriftvervalsing, vervalsing van de partijboekhouding en witwassen van zwart geld, zo staat het op de Luikse factuur die nu in Brussel aan de vier SP'ers wordt voorgelegd. De politieke kopstukken van de partij, zoals gewezen partijvoorzitter Frank Vandenbroucke, treft geen schuld, verzekert het Brusselse parket. En die laatste conclusie is merkwaardig. Midden 1999, vlak voor de vorming van zijn paars-groene regering, ontbood formateur Guy Verhofstadt de Brusselse procureur des konings Benoît Dejemeppe. Verhofstadt wenste te weten hoe het zat met de betrokkenheid van Vandenbroucke bij deze affaire, want hij wilde de gewezen SP-voorzitter in zijn regering opnemen. Dejemeppe, tegen wie toen een onderzoek liep wegens zijn getalm in het speurwerk naar de ontvoering van Loubna Benaïssa, verzekerde de formateur dat Vandenbroucke buiten schot bleef. Iedereen haalde opgelucht adem. Verhofstadt vormde zijn regering. En even later maakte minister Luc Van den Bossche, ook een SP'er van de Agusta-generatie, bekend dat Dejemeppe in het Benaïssa-dossier niks kon worden aangewreven. Blijft nu de prangende vraag: hoe wist procureur Dejemeppe, die toen naar eigen zeggen het dossier niet had gelezen, midden 1999 al dat Vandenbroucke vrijuit ging? Het onderzoek - geërfd van het Luikse parket - werd nu pas, twee jaar later, afgesloten. Van bijkomend onderzoek door het Brusselse gerecht was zelfs nooit sprake. De enige aanvullende ondervraging van betekenis in het Brusselse SP-dossier is eigenlijk die van Dejemeppe door Verhofstadt.Rik van Cauwelaert