Het lijstje van dingen die gedaan moeten worden om een behoorlijke biobrandstofindustrie te krijgen, is lang. Er moeten nieuwe teelten komen, toegespitst op brandstof in plaats van op voedselproductie. Manieren om die teelten om te zetten in grondstof, moeten worden ontwikkeld. Die grondstof moet dan veranderd worden in iets wat de mensen willen kopen, tegen een prijs die ze kunnen betalen. Al die delen van de keten vormen vandaag het voorwerp van intense inspanningen op het vlak van onderzoek en ontwikkeling. Sommige biobrandstoffen waren al competitief met olieproducten.
...

Het lijstje van dingen die gedaan moeten worden om een behoorlijke biobrandstofindustrie te krijgen, is lang. Er moeten nieuwe teelten komen, toegespitst op brandstof in plaats van op voedselproductie. Manieren om die teelten om te zetten in grondstof, moeten worden ontwikkeld. Die grondstof moet dan veranderd worden in iets wat de mensen willen kopen, tegen een prijs die ze kunnen betalen. Al die delen van de keten vormen vandaag het voorwerp van intense inspanningen op het vlak van onderzoek en ontwikkeling. Sommige biobrandstoffen waren al competitief met olieproducten. Wat de teelten zelf betreft, komen er drie kandidaten aan de start: grassen, bomen en algen. Grassen en bomen worden in droge grond geteeld, maar vereisen heel wat bewerking. De bedoeling is om de hele biomassa van de plant te nemen (vooral de cellulose waaruit de wanden van de plantcellen zijn gemaakt) en in brandstof te veranderen. Voor het ogenblik is de brandstof vaak ethanol. Vandaar de term 'cellulosische ethanol' die onlangs ingeburgerd raakte. Algen zijn als waterplanten delicater om te kweken, maar beloven een product van hoge kwaliteit, olie. Die zal niet veel behandeling nodig hebben om biodiesel te worden. In verscheidene klimaten komen geschikte grassen voor. Vingergras en prachtriet in een gematigd klimaat, suikerriet en sorghum in een tropisch. Hun bereik vergroten door soorten te creëren die hitte, droogte of zout verdragen, is een optie. Zo kunnen ze immers geteeld worden op grond die niet kan worden gebruikt voor voedingsgewassen. Bij de algen is het probleem het oogsten van de olie die ze produceren. Dat veronderstelt het losrukken uit het water, het uitdrogen en het openbreken van hun cellen. Dat proces is zo tijdrovend dat sommige bedrijven overwegen om liever de gedroogde algen te verbranden in krachtcentrales. Zodra de suiker uit het suikkerriet is gewonnen, kun je hem laten gisten. Tegenwoordig is er niet noodzakelijk gist nodig om ethanol te maken. Een hele reeks microben - sommige natuurlijk, andere gemaakt - kunnen worden ingezet om een hele reeks producten te maken. Opgepepte micro-organismen (bacteriën of fermenten) veranderen suiker niet in ethanol maar in isoprenoïden, tegen een prijs die competitief is met diesel op basis van aardolie. Een andere mogelijkheid is het gebruik van gezuiverde enzymen voor de conversie van suiker tot brandstof, en van biomassa tot suiker. Enkele Amerikaanse firma's passen enzymen al toe op het hele proces. Welke benadering het best zal werken, moet nog blijken. Het laat zich alvast aanzien dat het scherpste vernuft inzake hernieuwbare energie wordt geïnvesteerd in biobrandstof. Op dit terrein staan ons enkele verrassende doorbraken te wachten, zeggen de specialisten. Zij voorspellen een 'glucose economie' die de bestaande olie-economie zal vervangen. Glucose, de meest voorkomende monomere suiker, zou in lokale fabrieken worden veranderd in brandstoffen en misschien zelfs de bio-equivalenten van petrochemicaliën - biokunststoffen - en dan de wereld rond worden verscheept.