De Soedanese koninkrijken.
...

De Soedanese koninkrijken.Ten tijde van de farao's werd met misprijzen neergekeken op de Nubiërs, de inwoners van het huidige Soedan en van zuidelijk Egypte. Aan de eigenheid van de Soedanese kunst wordt zelden aandacht besteed. In het Institut du Monde Arabe in Parijs loopt nu een tentoonstelling over de koninkrijken in Soedan die één en ander wil rechtzetten. Soedan was en is nog altijd een kruispunt van beschavingen. Geografisch situeert het zich vlakbij de Indische Oceaan en het Arabische schiereiland, terwijl het via de Nijl in contact staat met het Afrikaanse binnenland èn met de mediterrane wereld. De relaties met het oude Egypte waren zelden optimaal, en menig farao probeerde zijn rijk uit te breiden naar het zuiden. Tijdens de 12de dynastie (1994-1781 v. Chr.) werden er machtige forten langs de Nijl opgetrokken om de aanvoer vanuit de Nubische goudmijnen en steengroeven veilig te stellen. Zowel in de literatuur als in de plastische kunsten deden de Egyptenaren erg denigrerend over de Nubiërs. Op de tentoonstelling zijn een aantal voorbeelden te zien waar ze als onderworpen, armzalige personages met overgeaccentueerde negroïde trekken worden voorgesteld. Eén keer wisten de Nubiërs de politieke rollen om te keren : tijdens de Egyptische 25ste dynastie (ca. 1100 v. Chr.) veroverde het zuidelijke Koesh-rijk de faraonische troon die verzwakt was door Assyrische en Perzische aanvallen. De expositie biedt een overzicht van de periode tussen 3500 vóór en 500 na Christus. Per zaal wordt een koninkrijk (Kerma, Koesh, Napata en Meroë) en/of een bepaalde periode belicht. Uit het neolithicum is hoogstaande keramiek te zien die de Egyptische productie in de schaduw stelt. Mooi zijn ook de hoofdjes in klei die in de graven werden bijgeplaatst, en de vrouwenbeeldjes uit aardewerk die moedergodinnen voorstellen. Uit de Kerma-periode (2500-1500 v. Chr.) zijn een aantal grafvondsten te zien : zoömorfe pootjes van bedden waarop de doden rustten en rijk versierde micaplaatjes. Andere hoogtepunten stammen uit het koninkrijk van Meroë (300 v. Chr.- 300 na Chr.), beelden die stilistisch een treffende gelijkenis vertonen met de huidige Nok-cultuur in Nigeria. Een koningsbeeldje in verguld brons dat getuigt van een bijzondere metaalbeheersing en bekers uit gekleurd glas. Ten slotte is er de schat van koningin Amanishakheto (Meroë, 90-50 v. Chr.), een geheel van halskettingen, armbanden en andere sieraden die door de Italiaanse arts en schattenjager Giuseppe Ferlini in 1834 werden ontdekt. Johan Van Acker ?Soudan. Royaumes sur le Nil?, nog tot 31/8, Institut du Monde Arabe, rue des Fossés-Saint-Bernard 1, Parijs, van 10.00-19.00, behalve op maandag. Beschilderd mannenhoofd in zandsteen (Meroïtische periode, 2de-3de eeuw na Chr.) : opvallende gelijkenis met de Nok-cultuur.