Delpérée, professor grondwettelijk recht aan de UCL (Université Catholique de Louvain), is vanwege zijn deskundigheid, zijn helderheid en zijn uitgesproken - voor Vlamingen soms omstreden - standpunten een graag geziene gast in de Franstalige media. Als kritisch waarnemer van de opeenvolgende verbouwingswerken aan de Belgische staatsstructuur heeft Delpérée, nu 61, zich altijd opgeworpen als hoeder van de instellingen.
...

Delpérée, professor grondwettelijk recht aan de UCL (Université Catholique de Louvain), is vanwege zijn deskundigheid, zijn helderheid en zijn uitgesproken - voor Vlamingen soms omstreden - standpunten een graag geziene gast in de Franstalige media. Als kritisch waarnemer van de opeenvolgende verbouwingswerken aan de Belgische staatsstructuur heeft Delpérée, nu 61, zich altijd opgeworpen als hoeder van de instellingen. FRANCIS DELPéRéE: Omdat ik me grote zorgen maak over de houding van deze regering tegenover de grondwet, de Senaat, de monarchie, de federale staatsinrichting, de Raad van State, het Rekenhof en ga zo maar door. Om het met een anekdote te vertellen: ik werk ook als assessor bij de Raad van State. Als ik 's ochtends tegen mijn vrouw zeg dat ik naar de Raad van State ga, vraagt ze me wat ik daar ga doen. De regering houdt immers toch geen rekening met de adviezen van de Raad. DELPéRéE: Precies. De schorsing door het Arbitragehof, vorige week, van de regeling uit de nieuwe kieswet voor Brussel en Vlaams-Brabant is daarvan toch de perfecte illustratie? Ik geef u nog een voorbeeld. De Raad van State heeft eensgezind - dus zowel Franstaligen als Nederlandstaligen - geoordeeld dat de Lambermontakkoorden ongrondwettelijk zijn. Maar de meerderheid heeft zich daar niets van aangetrokken. En niet alleen dat. Een paar weken later stond de regering zelfs op het punt een tekst in te dienen die de bevoegdheden van de Raad van State drastisch moest inperken. Conclusie: de Raad van State moet gunstige adviezen geven, of er zwaait wat. Ik had mijn academische carrière ook gewoon rustig kunnen beëindigen. Als ik nu toch kandidaat ben, dan is het, al klinkt dat wat pretentieus, om een sterk gebaar van protest te maken. Bovendien heb ik gemerkt dat je met duidelijke standpunten over institutionele vraagstukken een aantal mensen in de politiek kunt overtuigen. Eind december - ik was toen nog niet door CDH aangezocht - heb ik me in media erg kritisch uitgelaten over de geplande herziening van artikel 195 van de grondwet (dat artikel legt de procedure vast voor wijziging van de grondwet, nvdr.). Sindsdien heeft een aantal politici zich bij mijn kritiek aangesloten. Zo vindt kamervoorzitter Herman De Croo (VLD) dat het huidige artikel 195 behouden moet blijven en dat er dus vóór elke grondwetswijziging verkiezingen moeten plaatsvinden. CDH en FDF delen dat standpunt. En onlangs zijn ook Philippe Moureaux van de PS en Daniel Ducarme van de MR bijgedraaid. DELPéRéE: Als de Raad een advies geeft dat de regering bevalt, denk aan het advies over euthanasie, krijgt hij alleen maar lof toegezwaaid en bestaat hij uit uitzonderlijk begaafde mannen en vrouwen. Maar als een advies de regering tegenstaat, omdat haar project erdoor vertraagd kan worden, zijn de juristen van de Raad dikke nullen, oerconservatieven, enzovoort. Dat is gewoon kinderachtig. Elke regering droomt van een groep juristen die alleen haar welgevallige juridische adviezen zou uitbrengen. Maar wat nieuw is aan deze regering, is dat de eerste minister niet de minste tegenmacht lijkt te verdragen. Verhofstadt ziet instellingen en procedures als vervelende obstakels op zijn route, die uit de weg geschopt moeten worden. DELPéRéE: Die bestaan. In de Vijfde Franse Republiek kan een grondwetsartikel per referendum gewijzigd worden. Een meerderheid van 51 procent van de bevolking volstaat. Alleen, dit is België, een federale, bicommunautaire staat, en dus zijn dergelijke formules uitgesloten. Dehaene heeft hier ooit eens mijn studenten toegesproken. Een van hen vroeg hem toen waarom hij het referendum niet invoerde. Jean-Luc antwoordde dat zo'n referendum er voor hem als Vlaming meteen mocht komen. (lacht) DELPéRéE: Omdat het gevaar bestaat dat de grondwet onder invloed van emoties wordt gewijzigd. Na de affaire-Dutroux vonden heel wat parlementsleden dat er een nieuw artikel in de grondwet moest worden opgenomen. Dat artikel luidde: elk kind heeft recht op morele, fysieke, psychische en seksuele integriteit. Klinkt goed, maar voor juristen is dat klinkklare onzin. Had een kind tevoren geen recht op morele integriteit? En volwassenen, hebben die dat recht dan niet? Maar zo gaat dat: Dutroux vraagt om een reactie. De reden waarom dat artikel er nooit is gekomen, is dat de verkiezingen sommigen de gelegenheid geboden hebben hun gedachten opnieuw op orde te brengen. DELPéRéE: Er werd over een tussenperiode van slechts zes maanden gesproken hè. Dat betekent dat een regering die over een tweederde meerderheid beschikt in zes maanden tijd kan wijzigen wat ze maar wil. Zal zo'n regering morgen het vrij onderwijs niet afschaffen? Of het Brusselse Gewest? Zulke zaken kunnen bij een regering opkomen, niet? DELPéRéE: Dat is één probleem naast vele andere. Er kan inderdaad aan de functie van koning worden getornd, maar men kan ook de civiele lijst wijzigen, of, waarom niet, de proportionele vertegenwoordiging opheffen! Het probleem is dat je met de wijziging van artikel 195 een kat in een zak koopt. Je weet niet waartoe dat kan leiden. DELPéRéE: Daar zijn verschillende redenen voor. Ten eerste verkiezen de Franstaligen een taalkundig 'aseksuele' koning boven een president die, door de wet van het getal, per definitie een Vlaming zou zijn. Meer fundamenteel geloven de Franstaligen dat de koning een van de hinderpalen is voor diegenen die het uiteenvallen van de staat nastreven. Als ik morgen de republiek Vlaanderen of Wallonië wil uitroepen, moet ik het koningshuis elimineren. Maar het kan ook subtieler: ik verminder eerst de bevoegdheden van de koning, en zeg vervolgens dat, aangezien de koning toch geen functie meer heeft, we hem net zo goed kunnen afschaffen. In Brussel en Wallonië wordt een aanval tegen de koning dus ervaren als een aanval tegen de Belgische staat. Bovendien voelt een Franstalige zich op de eerste plaats Belg en pas dan Brusselaar of Waal. Dat is een sociologische realiteit. DELPéRéE: Op 13 juli 2001 werden de Lambermontakkoorden goedgekeurd. Kenmerkend voor deze hervorming is dat ze slechts geleidelijk in werking treedt. In januari 2002 werd de regeling voor de gemeenten en provincies van kracht. Het anti-Vlaams Blokmechanisme in Brussel daarentegen, waardoor een deel van de Brusselse politieke vertegenwoordigers niet op basis van de verkiezingsresultaten in Brussel, maar op basis van de resultaten in heel Vlaanderen gekozen zal worden, treedt pas in april 2004 in werking. Vanuit grondwettelijk oogpunt is dat mechanisme trouwens complete waanzin, maar dit terzijde. We moeten ons dus afvragen of we aan een nieuwe institutionele ronde kunnen beginnen, terwijl de vorige nog niet is afgerond. Het lijkt me een kwestie van gezond verstand om eerst maar Lambermont af te werken. DELPéRéE: Dan zullen de zaken er enigszins anders voorstaan. Maar bepaalde thema's blijven voor de Franstaligen onbespreekbaar. Over mobiliteit of veiligheid kan gesproken worden, de sociale zekerheid blijft taboe. Hoe kun je een Franstalig gezin dat in Brussel woont uitleggen dat zijn Vlaamse buur, uit een gezin met identiek dezelfde samenstelling, meer kinderbijslag krijgt? Voor de Franstaligen betekent de splitsing van de sociale zekerheid het einde van België. En als ik sociale zekerheid zeg, bedoel ik alle takken van de sociale zekerheid. DELPéRéE: Als een Franstalige partij een beroep doet op een professor grondwettelijk recht, is dat ook om, au moment venu, een expert aan de tafel te hebben. DELPéRéE: Het is natuurlijk een factor die het constitutionele spel bemoeilijkt. Aan de andere kant kan de formatie van een regering er ook door vereenvoudigd worden. Sinds 1970 wordt het land door symmetrische regeringen bestuurd. Maar aan Franstalige kant hoor ik steeds vaker: moeten we nu echt met onze zusterpartij in de regering? Stel dat het duel tussen de VLD en CD&V in het voordeel van de laatste uitdraait. Wie zegt dat dan aan Franstalige kant de MR per se uit de regering moet worden gezet? DELPéRéE: Dat is toch de bedoeling. Han Renard'Het probleem is dat je met de wijziging van artikel 195 een kat in een zak koopt. Je weet niet waartoe dat kan leiden.'