De Belgische diplomatie zal op 2 januari aanstaande opgelucht ademhalen. Dan is dat ellendige EU-voorzitterschap achter de rug. Premier Guy Verhofstadt (VLD) en zijn paars-groene coalitie waren er nochtans met veel voluntarisme aan begonnen. Maar sinds 11 september, toen dat voorzitterschap eigenlijk pas goed op gang kwam, ging de strijd tegen de terreur alle tijd en energie opslorpen. Verhofstadt en vooral vice-premier en minister van Buitenlandse Zaken Louis Michel (PRL) moesten bijvoorbeeld al veel vaker op stap, vooral richting Midden-Oosten en Centraal-Azië, dan ze eerst hadden gepland.
...

De Belgische diplomatie zal op 2 januari aanstaande opgelucht ademhalen. Dan is dat ellendige EU-voorzitterschap achter de rug. Premier Guy Verhofstadt (VLD) en zijn paars-groene coalitie waren er nochtans met veel voluntarisme aan begonnen. Maar sinds 11 september, toen dat voorzitterschap eigenlijk pas goed op gang kwam, ging de strijd tegen de terreur alle tijd en energie opslorpen. Verhofstadt en vooral vice-premier en minister van Buitenlandse Zaken Louis Michel (PRL) moesten bijvoorbeeld al veel vaker op stap, vooral richting Midden-Oosten en Centraal-Azië, dan ze eerst hadden gepland.Niet zozeer het verschuiven van de prioriteiten zorgt voor frustratie, wel het halfjaarlijks onder de EU-leden _ nu 15, straks een veelvoud daarvan _ roterende voorzitterschap zelf. Ook minister Michel dubt over het systeem, al weet ook hij best dat het vooral berust op een delicaat machtsevenwicht tussen de lidstaten onderling en de Europese Commissie. En dat de nadelen ervan gemakkelijker zijn opgesomd (het gebrek aan continuïteit, dat Europa erdoor geen 'gezicht' krijgt, et cetera) dan dat een voor iedereen aanvaardbaar alternatief kan worden bedacht.De 56ste Algemene Vergadering (AV) van de Verenigde Naties (VN), die Louis Michel halverwege deze maand naar New York voerde, bood alvast een goede inventaris van de nadelen. Zo'n AV neemt het volle najaar in beslag. Daarbij komen _ dit jaar _ in zes thematische commissies allerlei hangende kwesties aan bod; de heetste hangijzers komen in plenaire zitting aan de orde. Dan passen de ambassadeurs van de VN-lidstaten op de winkel, behalve in de zogeheten 'ministeriële week'. Dan komen de ministers van Buitenlandse Zaken of, als er écht wat aan de hand is, de staatshoofden en regeringsleiders naar New York afgezakt. Die week was eerst voor midden september gepland, maar wegens de aanslagen van 11 september werd ze verschoven naar de week van 9 tot 16 november.Dan komen de hoge genodigden naar de plenaire vergadering voor toespraken waaruit doorgaans weinig nieuws te halen valt; ze resumeren de (bekende) standpunten van de betrokken landen en dienen alleen voor de notulen of voor binnenlands gebruik. Veel interessanter zijn de informele contacten waartoe de week de kans biedt. De ministers werken er dagelijks toch wel een half dozijn af.Louis Michel ontmoette onder anderen Afrikaanse staatslui in het kader van zijn nog altijd voortdurende, zij het door de feiten in de marge gedrukte, vredesoffensief voor Midden-Afrika. Hij besteedde ook heel wat tijd aan het afronden van de VN-racismeconferentie in Durban, waarvan hij het relatieve succes (dat er vooral in bestond dat de conferentie niet op een fiasco eindigde) graag voor zijn rekening neemt. Voorts kon hij er zijn Cubaanse collega Felipe Perez Roque toe bewegen om de gestrande politieke dialoog met de EU te hervatten. 'We hebben gewonnen', liet hij zich tegenover medewerkers ontvallen, een doorbraak die volgens hem te danken is aan de goede contacten die hijzelf en zijn voorganger Erik Derycke (SP.A) met Cuba hebben opgebouwd.Veel van die informele contacten pasten evenwel in Belgiës EU-voorzitterschap. Wat betekende dat alles wat Michel daarbij aan standpunten verdedigde, eerst onder 'de vijftien' moest worden afgewogen, met een agenda die vooraf ook nog eens met de gesprekspartner diende te worden onderhandeld. Zo wordt de spoeling algauw erg dun. Het werd bijvoorbeeld pressen om met China nog het vierde punt, de mensenrechten, behandeld te krijgen. Maar voor lager op de agenda genoteerde thema's (zoals de ontwapening, de nonproliferatie van atoomwapens en het internationaal strafhof) ontbrak de tijd. Zo'n gesprek duurt tenslotte maar een half uur, hooguit een uur, en dan is het weer tijd om zich door het New Yorkse verkeer naar de volgende afspraak te reppen. 'Nee, veel meerwaarde hebben die gesprekken niet altijd te bieden', aldus een diplomaat.