JA
...

JAHugo Coveliers'In 1935 besliste de wetgever dat in de Brusselse rechtbank minstens een derde van de magistraten Nederlandstalig moet zijn, een derde Franstalig en van het geheel der magistraten tweederde tweetalig. Onder druk van het Hof van Cassatie werd nadien beslist dat rechters in Eerste Aanleg alleen kunnen zetelen in de taal van hun diploma. Tweetaligheid verandert dus niets aan de werkmogelijkheid van de rechter. Er is ook al enige tijd een tekort aan kandidaat-magistraten en een nog groter tekort aan tweetalige magistraten. Hier wordt vaak - terecht - verwezen naar de moeilijkheidsgraad van het taalexamen waarbij de kennis van de tweede taal niet 'functioneel' maar 'absoluut' wordt getoetst. Door dit gebrek aan kandidaten bleven een groot aantal plaatsen vacant waardoor de gerechtelijke achterstand en het wantrouwen van het publiek nog groter werden. Je kan die situatie verder laten verrotten, zoals onze voorgangers, of een oplossing zoeken op maat van het probleem: na het verdwijnen van de gerechtelijke achterstand zullen een aantal maatregelen weer verdwijnen. De oplossing die justitieminister Marc Verwilghen (VLD) biedt, is efficiënt: de achterstand - vooral in de Franstalige zaken bij de Rechtbank van Eerste Aanleg in Brussel - wordt weggewerkt door 'toegevoegde rechters'. Dat systeem bestond al. Zij komen nadien prioritair in aanmerking om in het statutaire kader te worden opgenomen. En omdat ondertussen ook de taalexamens functioneler worden, zullen deze toegevoegde rechters ook kunnen voldoen aan de vereiste van tweetaligheid. Al dient herhaald dat deze eis eigenaardig overkomt, aangezien de rechter alleen mag zetelen in de taal van zijn diploma. De oplossing is ook rechtvaardig omdat enkel maatregelen genomen worden met het oog op het wegwerken van een tijdelijk probleem, waarbij aan de essentiële taalverhoudingen binnen de Brusselse rechtbank en aan de taalwetgeving niets wordt gewijzigd. Er wordt geen millimeter toegegeven wat de Vlaamse belangen betreft in Brussel omdat geen enkel Nederlandstalig geding wordt vertraagd en geen enkele eentalige of tweetalige Franstalige magistraat in het Nederlands kan zetelen. De vraag blijft natuurlijk of sommigen in de oppositie willen dat de problemen worden opgelost. Nochtans is dat de essentie van regeren.'NEEGeert BourgeoisHet voorstel om 'toegevoegde rechters' zonder kennis van het Nederlands in te zetten, haalt de taalwetgeving van 1935 - een monument - onderuit. Dat zegt volksvertegenwoordiger Geert Bourgeois, voorzitter VU-ID. 'Dit is pasmunt voor het door de Franstaligen betwiste snelrecht en veiligheidsplan. Het is bovendien de negatie van de federatie. De Franstaligen weigeren Nederlands te leren, maar verzetten zich wel tegen de splitsing van justitie, ook tegen de splitsing van het arrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde, zelfs al zien we dat ook op juridisch gebied - per definitie geen communautair dossier - een andere cultuur bestaat in Vlaanderen dan in Wallonië. Waarom splitst men Brussel niet op in een Nederlandstalige en een Franstalige rechtbank als de Franstaligen dan toch weigeren om 'voldoende kennis van de andere landstaal' te verwerven? Want het gaat niet om tweetalige magistraten, enkel om 'kennis' van de andere taal. Zo staat het in de wet. In 1935 werden beide landsdelen voor juridische zaken eentalig. Voor Brussel werd toen bepaald dat tweederde van de magistraten 'tweetalig' moest zijn, eigenlijk 'met kennis van de andere landstaal'. De wetgever kon deze verplichting niet volledig opleggen, omdat Leuven en Gent toen pas Nederlandstalige juristen begonnen af te leveren. Het examen is niet te moeilijk: het bestaat uit het hardop lezen van een wettekst in de andere taal en een gesprek over een onderwerp in verband met het dagelijkse leven. Het Arbitragehof heeft geoordeeld dat die taalkennisvereiste niet onredelijk is. Ze is trouwens de logica zelve in een tweevolkerenfederatie. Het argument dat de rechtbanken in Brussel onderbemand zijn, wordt misbruikt. De onderbezetting doet zich in het hele land voor. In de Hoven van Antwerpen en Luik is de toestand zelfs erger dan in het Hof van Beroep van Brussel. Onder druk van de Franstaligen verzon de vroegere justitieminister De Clerck de 'toegevoegde' rechters. Maar die zijn natuurlijk wettig benoemd en bij elke vacature 'duiken' ze in de opengevallen plaatsen. Zonder taalexamen. Die toegevoegde rechters zijn dus niet 'uitdovend', die worden permanent. Er is in dit land gewoon een fout beleid. De minister neemt geen structurele maatregelen om de gerechtelijke achterstand op te lossen. Nederland heeft minder rechters en geen gerechtelijke achterstand. We hebben meer management nodig, we moeten onze rechters beter betalen en beter omringen om de gerechtelijke achterstand op te lossen.'Opgetekend door Misjoe Verleyen