In het hart van het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel staat een gigantische baal katoen die bij nader toezien ook een raket met een kernkop lijkt te zijn. Politiek wordt poëzie, en vice versa. Nog voor je dit explosieve raadsel van Maarten Vanden Eynde hebt ontmijnd, moet je je al bukken om het rariteitenkabinet van Denicolai & Provoost te betreden, riskeer je je huid open te halen aan de spijkers van Edith Dekyndt, en moet je je smetvrees trotseren in de gecontamineerde weefsels van Otobong Nkanga. De vier finalisten die dit jaar kans maken op de BelgianArtPrize maken er een duel op het scherpst van de snee van. En lezers die de toekomstige boegbeelden van de Belgische kunst willen leren kennen, weten meteen waarheen.
...

In het hart van het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel staat een gigantische baal katoen die bij nader toezien ook een raket met een kernkop lijkt te zijn. Politiek wordt poëzie, en vice versa. Nog voor je dit explosieve raadsel van Maarten Vanden Eynde hebt ontmijnd, moet je je al bukken om het rariteitenkabinet van Denicolai & Provoost te betreden, riskeer je je huid open te halen aan de spijkers van Edith Dekyndt, en moet je je smetvrees trotseren in de gecontamineerde weefsels van Otobong Nkanga. De vier finalisten die dit jaar kans maken op de BelgianArtPrize maken er een duel op het scherpst van de snee van. En lezers die de toekomstige boegbeelden van de Belgische kunst willen leren kennen, weten meteen waarheen. Sinds een groep kunstliefhebbers, experts en verzamelaars in 1950 de prestigieuze Prijs Jonge Belgische Schilderkunst in het leven riep, passeerde al heel wat schoon volk de revue. Onder de winnaars vind je Pierre Alechinsky, Leo Copers, Raoul De Keyser, Ann Veronica Janssens en Hans Op De Beeck. Eervolle vermeldingen of nevenprijzen gingen naar Pol Bury, Jacques Charlier, Octave Landuyt, Roger Raveel, Pjeroo Roobjee, Dan Van Severen en Berlinde De Bruyckere. Het zijn namen waarmee je een museum van internationale allure zou kunnen vullen. De uitstraling van de Belgian- ArtPrize kan nauwelijks worden overschat. Over de jaren heen werd duchtig gediscussieerd over de 'spelregels'. Schilderen is al langer geen vereiste meer om de prijs te kunnen winnen. En voor de huidige editie wordt nu ook de leeftijdsgrens doorbroken. De organisatie wil 'een getalenteerde toonaangevende kunstenaar' onderscheiden. Om aan dat criterium te voldoen, ben je doorgaans al niet meer piepjong maar veeleer mid-career. Het is een poging om zich nog meer in het zog van wereldvermaarde kunstprijzen zoals de Britse Turner Prize te positioneren - de nieuwe Engelse benaming is geen toeval. Het Belgische tintje is het enige wat nog rest van de oorspronkelijke begrenzingen, al ben je snel Belg voor de Belgian- ArtPrize. Een geboorteakte hoef je niet te kunnen voorleggen, in 1963 werd beslist dat een jaar lang in Belgische sferen vertoeven goed genoeg is. Tja, wat omhelst het etiket 'Belgisch' eigenlijk? België bestond niet eens toen zijn kunstenaars - Van Eyck, Rubens, Brueghel - al tot buiten de landsgrenzen werden geroemd. En wat hebben onze huidige kunstambassadeurs Jan Fabre en Luc Tuymans met elkaar gemeen, behalve hun uitvalsbasis en geboortejaar? Niet zo gek veel. Misschien is die dwarse meerstemmigheid net de reden waarom binnen de kunstmarkt 'dit is Belgisch' een keurmerk blijft, en een nominatie voor de BelgianArtPrize een blijk van erkenning. De kunstenaars worden voorgedragen door een comité van experts. Uit de longlist die zo ontstond, koos de jury van museumdirecteurs en kunstverzamelaars vier finalisten. Luie kunstliefhebbers hebben hier niets te zoeken: de werken laten zich niet in één oogopslag lezen, maar halen de complexiteit van de wereld binnen in het museum. Er wordt een inspanning gevraagd om de kunstwerken niet alleen gade te slaan, maar ze ook te overpeinzen. Zo toont Maarten Vanden Eynde de niet altijd even fraaie geschiedenis van een materiaal als katoen. Hij komt daarbij tot heel andere conclusies dan katoenmagnaat Fernand Huts, die in het Gentse Caermersklooster de kans krijgt om de grootsheid van Vlaanderen en de eigen glorie te bezingen, zonder gewag te maken van de minder fraaie kantjes die aan de economische geschiedenis van katoen kleven, gaande van de slavenhandel in Amerika tot de uitbuiting van fabrieksarbeiders dichter bij huis. De duik in de geschiedenis levert niet alleen bij Maarten Vanden Eynde een geëngageerd verhaal op. Ook Otobong Nkanga benadrukt dat in deze onzekere tijden de zorg voor politiek, ecologie en cultuur een gedeelde verantwoordelijkheid is, en dat we ons al te vaak door angst laten leiden. Al gelooft Nkanga tegelijk dat ons overlevingsinstinct ons dwingt om open te staan voor verandering. Haar werk zegt het niet met zoveel woorden, maar laat het zien door in te zoomen op hoe organismen en materialen elkaar intoxiceren. Ook die aandacht voor het juiste materiaal is een constante bij de vier finalisten. Na een eerste verkenning van de ruimtes van Bozar was Edith Dekyndt er vrij snel achter dat ze een luxueus gordijn wilde maken, geperforeerd door scherpe spijkers. Maar welke stof moest ze gebruiken voor het gordijn, en welk soort metaal voor de spijkers? Het lijkt een triviale vraag, maar zulke vragen zijn in kunst essentieel. Eenzelfde oog voor de ogenschijnlijke details van het leven bracht Denicolai & Provoost er dan weer toe om de Brusselse straten af te schuimen op zoek naar parafernalia die de stad en haar complexe geschiedenis zouden ontsluiten. Nog opvallender dan al dat toegewijde studiewerk en de zin voor tactiliteit is het gedeelde verlangen naar een krachtig en uniek beeld. De finalisten van de BelgianArtPrize lijken de readymade à la Marcel Duchamps urinoir uit te wuiven. Anders dan Duchamp lijken ze meer bezorgd om wat er in de wereld gebeurt, dan dat ze zich focussen op de toekomst van de kunst. De vier laureaten willen iets opsporen wat voor hen persoonlijk van belang is, maar ook iets zegt over de staat van de wereld. Wie maalt dan om het 'al gemaakte', het 'ready made'? Zo trachten ze een lokale geworteldheid samen te brengen met een internationaal perspectief - het is een van de grote uitdagingen van deze tijd. Laat het een leidraad zijn voor jonge, beginnende kunstenaars die nu van deze prijs verstoken blijven. Door de koerswijziging van de BelgianArtPrize kun je alleen maar hopen dat andere organisaties hen wel een duwtje in de rug willen geven. Edith Dekyndt is gefascineerd door het wetenschappelijke experiment. Haar schilderkunstige abstracties, installaties en projecties zijn op een bescheiden manier spectaculair. Misschien is de fysieke impact van haar werken zo groot omdat ze aanvankelijk lijken op te gaan in de ruimte, alsof ze op die ene plek thuishoren en die emotioneel willen opladen. Voor They Shoot Horses liet Dekyndt zich inspireren door Bozar als plek. Toen ze er kort na de aanslagen van 22 maart 2016 binnenwandelde, moest ze voorbij het ijzeren gordijn dat de toegang blokkeert. Ook verder in het gebouw trof ze gordijnen aan: als scheidingswand en als decor voor dans en muziek. Samen met het architectuuratelier L'Escaut in Brussel realiseerde Dekyndt een groot fluwelen gordijn. Ertegenover plaatste ze een klein beeldscherm met wazige zwart-witfootage van dansende mensen. Een feestelijk ensemble, zou je denken. Alleen blijkt het gordijn met spijkers doorgeprikt, en kijken we naar de beruchte Dance Marathons ten tijde van de Grote Depressie. Een deelname aan zo'n marathon betekende in de jaren dertig gratis eten en misschien een mooie geldprijs, als je tenminste niet van uitputting instortte. Dekyndt leerde de marathons kennen via They Shoot Horses, Don't They?, de roman van Horace McCoy uit 1935 die later door Sidney Pollack werd verfilmd. De minderbedeelde als werk- en sierpaard: zwoegend, dansend en springend tot hij of zij erbij neervalt? Het zou het concept van een realityshow kunnen zijn. Wellicht bestaat die al. Onvermoeibaar rijgt Otobong Nkanga beelden en gedachten aan elkaar, waardoor elke tentoonstelling niet meer dan een kanttekening lijkt in haar denk- en maakproces. Hoe vrank en vrij haar werkwijze ook mag zijn, ze levert geenszins frivole kunst op. Voor Nkanga heeft elke beslissing impact: politiek, sociaal en ecologisch. Alles hangt aan elkaar. Haar werk onderstreept dat bewustzijn - nooit sloganesk, altijd spelenderwijs. Ze toont ons hoe materialen gecorrodeerd raken en woorden verbasterd. In Bozar hangt een geweven textiel dat langzaam wordt aangetast door roestrijk water. Weefsels, kunstvoorwerpen en ook mensen worden onvermijdelijk gecontamineerd door wat van buitenaf komt. De enige manier om dat proces te stoppen en het bestaande te conserveren, is het in een zuurstofloze kast te stoppen - wat Nkanga deed met een stuk aangevreten metaal. Het proces stopt dan, maar ook het leven wordt weggezogen. Net als natuurlijke materialen kunnen we als culturele wezens de invloeden van buitenaf niet tegenhouden, ook al weten we niet of die ons zullen bezoedelen of bezielen. Tegenwoordig is de bijna fysieke angst voor vlekken een uiting van de neiging om muren op te trekken en ons op te sluiten in wat we kennen. De voor de gelegenheid vrij formele benadering van Nkanga maakt dit idee tastbaar maar niet altijd even leesbaar, waardoor ze zelf weer de nood aan woorden voelde opborrelen. Op het geweven textiel staat te lezen: 'in a place between stillness, fear and a slow meltdown, a new form grows'.Denicolai & Provoost noemen zich 'regisseurs van de realiteit'. Het leven zoals het is, is hun werkterrein. Alles kan dienen als voer voor een tekening, een animatie, een installatie, een comic, een performance of een video. Ze maken situaties, objecten en mensen onderdeel van een fictief scenario. Zelf spreken Denicolai & Provoost van een pirouettebeweging. Voor het project Eyeliner viel hun oog op de porseleinen postuurtjes, de olifantjes en modelschepen die de Brusselse vensterbanken en vitrines sieren. Dit keer houdt de pirouette in dat een selectie voorwerpen tijdelijk verplaatst wordt naar Bozar, terwijl op de lege plek achter het raam in de stad een plakkaat komt waarop vermeld staat dat het object in bruikleen is. De verzameling objecten blijkt niet neutraal. Samen vertellen ze iets over Brussel. Zelfs het koloniale verleden steekt de neus aan het venster, en een abstract werk dat in een museum voor hedendaagse kunst lijkt thuis te horen. Het behoorde toe aan Jozef Somerlinck, een kunstenaar die vorig jaar overleed en wiens venster uitkeek op de Tweepenningenstraat. Wanneer de tentoonstelling in Bozar de deuren sluit, keren alle objecten terug naar huis en kun je met de bijbehorende catalogus de straat op, gewapend met tekeningen van alle objecten en de juiste adressen en biografieën van de uitleners. Noem het een permanente tentoonstelling in de stad. Maarten Vanden Eynde traceert de geschiedenis van materialen, en is daarbij vooral geïnteresseerd in de sporen die ze zullen nalaten in de toekomst. Zal katoen, uranium of olie blijvend onze geschiedenis bepalen? Is het vooruitgangsdenken nog van deze tijd, nu we doordrongen lijken van het besef dat de wereld eindig is? Met archeologische precisie graaft Vanden Eynde in onze geschiedenis naar antwoorden. Zo ook in The Gadget, een uit de kluiten gewassen hebbeding van kant, met de kantklossen er nog aan. Het is niet meteen duidelijk wat de kanten explosie in 3D precies voorstelt, maar blijkbaar mag je ze letterlijk nemen: The Gadget was ook de naam van de allereerste atoombom die werd ontwikkeld in de jaren 1940. Die bom wordt hier minutieus gereconstrueerd. Wil Vanden Eynde de bom neutraliseren door er een kanten versie van te maken, alsof een vaardige vrouwenhand het nucleaire geweld ontmantelt? Niet alleen dat. Uranium en katoen blijken eenzelfde traject te hebben afgelegd. Het uranium voor de eerste atoombommen werd gedolven in Congo, verwerkt in de zuidelijke staten van de VS, en vervoerd door Edgar Sengier, directeur van het Belgische Union Minière. Katoen werd dan weer geplant en geoogst door slaven uit Congo, op Amerikaanse plantages, en vervolgens getransporteerd naar weverijen in Brugge. Materialen zijn op zichzelf onschuldig, maar dat geldt veel minder voor de mensen die ze verhandelen en gebruiken. BelgianArtPrize, nog tot 28/05 in Bozar, Brussel. Bekendmaking winnaar BelgianArtPrize 2017 en ING Public Prize op 19/04. Dave Mestdach & Isolde VanheeDe finalisten lijken meer bezorgd om wat er in de wereld gebeurt dan dat ze inzitten met de toekomst van de kunst.