Op de IJzerbedevaart vorige zondag had Lionel Vandenberghe, de voorzitter van het organiserende comité, het weer niet onder de markt. Het geschreeuw en gefluit van enkele tientallen 'radicalen' aan de ingang van de bedevaartweide intimideerde hem zichtbaar. Hij versprak zich en stuntelde in zijn improvisaties, terwijl de regie nodeloze stiltes liet vallen die alle ruimte gaven aan het protest. Al bleef het nog rustig, vergeleken met 1996, toen extreem-rechtse jongeren, aangevoerd door het Vlaams Blok, Vandenberghes spreekgestoelte met geweld bestormden.
...

Op de IJzerbedevaart vorige zondag had Lionel Vandenberghe, de voorzitter van het organiserende comité, het weer niet onder de markt. Het geschreeuw en gefluit van enkele tientallen 'radicalen' aan de ingang van de bedevaartweide intimideerde hem zichtbaar. Hij versprak zich en stuntelde in zijn improvisaties, terwijl de regie nodeloze stiltes liet vallen die alle ruimte gaven aan het protest. Al bleef het nog rustig, vergeleken met 1996, toen extreem-rechtse jongeren, aangevoerd door het Vlaams Blok, Vandenberghes spreekgestoelte met geweld bestormden. De betogers wilden dat de voorzitter kortweg de Vlaamse onafhankelijkheid eiste. De vijfduizend bedevaarders in diens gehoor beseften evenwel best dat zo'n uitspraak niet eens ritueel of symbolisch kan zijn, maar vooral futiel en onzinnig moet klinken en nooit tot enig praktisch effect kan leiden. Maar als dat dan niet de inzet kon zijn, wat dan wel? Het ging om de macht om zoiets dan toch te zeggen, om een boodschap te brengen die veeleer radicaal rechts dan radicaal Vlaams is. Daarvoor is het nodig om het spreekgestoelte op de IJzerbedevaart te beheersen. Want de manifestatie, al trekt ze almaar minder bezoekers, geldt nog altijd als de hoogmis van de militante Vlaamse beweging. Al bijna tien jaar proberen extreem-rechts en zijn politieke emanatie, het Blok, de klauw te leggen op flamingantische organisaties. Elders lukte dat, in het IJzerbedevaartcomité niet, vandaar het aanhoudende protest. Vijfduizend bedevaarders tegenover honderd vijftig tegenbetogers, het toont aan dat zelfs het militante flamingantisme nog altijd wordt gedragen door een ondubbelzinnige democratische meerderheid. Het tekent extreem-rechts dat het dit feit niet aanvaardt - maar democratie is nu eenmaal niet de fort van extreem-rechts. De strijd om het IJzerbedevaartforum is haast zo oud als de bedevaart zelf. Begon hij als een eerbetoon aan de gesneuvelden van de Eerste Wereldoorlog, al gauw groeide hij uit tot een Vlaams-nationale manifestatie. Meteen veranderde ook de toon van de herdenking. Het pacifisme benadrukt de onmenselijkheid en de volstrekte zinloosheid van de oorlog. Maar met zijn martelaarsmystiek gaf de IJzerbedevaart daar een andere betekenis aan. De oorlogsdoden kregen toch een 'nut': zij waren niet domweg gestorven in een domme oorlog, maar het heette dat zij hun leven hadden geofferd, zij lagen 'als zaden in het zand' waaruit o Vlaanderenland een 'oogst' kon verwachten. Dat bleek heel wrang tijdens de Tweede Wereldoorlog. Zopas verscheen over de IJzerbedevaarten van toen een boek, geschreven door twee Vlaams-nationalisten, Carlos van Louwe (die een deel van het bedevaartarchief beheert) en Pieter Jan Verstraete. Werd vorige zondag officieel de vijfenzeventigste bedevaart gehouden, eigenlijk was het al de tachtigste. De vijf oorlogsbedevaarten werden namelijk geschrapt uit de officiële tellingen. Niet om er afstand van te nemen, maar om ze te doen vergeten. Het is maar een van de vele mystificaties van de Vlaamse beweging, die wegvlakt, verdraait of verzwijgt wat haar achteraf inopportuun lijkt. Pas sinds kort beginnen de Vlaamse beweging en ook de IJzerbedevaart met hun moeilijke verleden in het reine te komen. Het boek De oorlogsbedevaarten past daarin. 'Ook aan dit stilzwijgen heb ik persoonlijk en bewust meegewerkt', schrijft Carlos van Louwe in het boek. Het vele politieke (en volgens hem vandaag ook commerciële) misbruik van de bedevaart deed hem van mening veranderen. De oorlogsbedevaarten is bescheiden in zijn opzet - meer dan een kroniek is het niet - maar bevat een schat aan informatie. Het toont aan hoe ook het IJzerbedevaartcomité, net als het gros van het georganiseerde flamingantisme, bij de Duitse inval van mei 1940 meteen en vrijwel in zijn geheel ging collaboreren met de nazi-bezetter - en daar achteraf alles behalve de volle waarheid over vertelde. Het omarmde de nieuwe orde, bepleitte de Germaanse eenheid, steunde de Duitse oorlogsinspanning en ronselde voor de dienst in het nazi-leger aan het Oostfront. De leuze 'nooit meer oorlog' werd hertaald naar 'de wensch voor een sterke vrede in een nieuw geordend Europa' en, voor de radicalen van toen, 'nooit meer oorlog in vreemden dienst, nooit meer oorlog tegen stamgenooten, tegen het eigen bloed'. Het was de consequentie van de offermystiek, waarin een 'zinvolle' oorlog toch denkbaar was, als hij maar het goede doel diende. Aan het Oostfront was dat de strijd tegen het communisme, tegen 'de horden die ons voortbestaan en onze eeuwenoude kultuurwaarden bedreigen'. Maar ook toen heerste verdeeldheid, zelfs binnen de collaboratie. Al gaat het nu over heel andere onderwerpen, de gebruikte termen klinken heel hedendaags, genre 'slappe houding' en 'gemis aan radicaal handelen'. Comitévoorzitter Frans Daels zorgde ervoor dat het voor hem te belgicistische Verdinaso werd geweerd, terwijl hij de Duitse censuur ter hulp riep om, ten behoeven van 'de eendracht onder de Vlamingen', de nationaal-socialisten te temperen. De grote meerderheid van het comité hoorde politiek bij het Vlaamsch Nationaal Verbond (VNV), de fascistische Vlaams-nationalistische partij waarin Daels tijdens de oorlog een prominente rol wou spelen. Het VNV had evenwel af te rekenen met concurrentie van DeVlag en de Vlaamse SS, die een zuivere nationaal-socialistische koers volgden. In het comité wilde de SS'er en dichter Ferdinand Vercnocke de IJzerbedevaart een nog radicalere koers uitsturen, tegen het 'blatende pacifisme' in. 'Te Diksmuide,' aldus Vercnocke in De SS Man, 'moet nieuwe klare taal worden gesproken: geen machteloze jammerklachten meer, maar koene, heldere wachtwoorden, bevelen voor soldaten'. Schrijnend is het bedrog waartoe zoveel leidende collaborateurs zich leenden, ook Daels, volgens VNV-leider Hendrik Elias 'een eigenzinnig en koppig man met een zeer beperkte politieke horizont'. Daels liet zijn Groot-Nederlandse droom al varen zodra de Duitsers daar hun veto tegen stelden. En hij bleef de collaboratie voortzetten, al besefte hij dat er niets in huis zou komen van de Vlaamse idealen, hoewel daar toen jonge mensen voor stierven in de 'nuttige' oorlog aan het Oostfront. 'Wij moeten ootmoedig en moedig bekennen', zo schreef hij Elias midden 1943, 'dat wij bedrogen zijn geweest. En iederen dag verder bedrogen worden.' Méér moed, de vergissing publiek toegeven bijvoorbeeld, was evenwel te veel gevraagd. Deze geschiedenis is nooit verteld, wel onder de mat geschoven. Dankzij CVP-bemiddeling kwam secretaris Clemens de Landtsheer, die tot zeven jaar celstraf was veroordeeld wegens collaboratie, al in 1948 vrij. Daels vluchtte naar Zwitserland, werd bij verstek tot vijftien jaar veroordeeld, maar kon na bemiddeling van premier Gaston Eyskens (CVP) in 1959 naar België terugkeren. De toenmalige CVP-voorman P.W. Segers, die tijdens de bezetting met zijn christelijke vakbond met de collaboratie had geflirt, deed er alles aan om de IJzerbedevaart van het diskrediet te redden. Na de oorlog werden de vijf oorlogsbedevaarten letterlijk uit het geheugen gewist, vrijwel alle leden van het comité kwamen weer in functie, De Landtsheer kon, net uit de gevangenis, al in 1948 de 'eenentwintigste' bedevaart organiseren, Daels werd erevoorzitter en Vercnocke mocht in 1954 opnieuw teksten voor de bedevaart schrijven. Geen breuk met het verleden dus. Dit soort halfslachtigheid creëerde de schemerzone waarin extreem-rechts in Diksmuide altijd bleef gedijen. En tenslotte is op de weide bijvoorbeeld ook jarenlang de solidariteit met de Zuid-Afrikaanse apartheid bezongen, middels De Stem van Suid-Afrika. Pas twee jaar geleden nam het comité officieel afstand van zijn oorlogsverleden en dus van zijn rechtse tot extreem-rechtse erfenis. Dat rechts-radicalen kunnen hopen dat het tij daar nog te keren valt, desnoods met geweld, mag dan ook niemand verwonderen. Het is een erfzonde. Daarom miste Lionel Vandenberghe vorige zondag een kans toen hij in extremis een toespraak van de scouts tegen het rechts-extremisme van het programma schrapte. Het had, 'in het zicht van de vijand', eens en voorgoed duidelijk kunnen maken dat het Vlaanderen waar de IJzerbedevaart voor ijvert, een democratisch Vlaanderen is. Marc ReynebeauPas nu maakt het IJzerbedevaartcomité komaf met zijn extreem-rechtse erfzonde.